Blog


Een stralende engel die zich stiekem naar haar oude huis om de hoek spoedt - Roxane van Iperen

Een stralende engel die zich stiekem naar haar oude huis om de hoek spoedt 18-06-2018

Alweer zes dagen ben ik in mijn logeerhuis pal aan het water. Om de hoek van mijn straat. Deze week heb ik de meisjes niet. Maar vanaf hier kan ik ze, als ik me inspan, zelfs horen lachen. 

Tot mijn nieuwe huis klaar is, wonen we om beurten ergens anders. Ik heb mazzel. Veel idyllischer dan dit kun je niet zitten. Het lijkt wel een vakantieoord. En zo dichtbij.

Het enige is: het ruikt hier anders. Het is niet thuis. Het is ook geen vakantie. Niemand heeft mij hier nodig. Ik kan net zo goed niet bestaan. Het echte leven speelt zich om het hoekje af. Kortom: ik ben het alleen-zijn ontwend.

“Jij lijkt wel een stralende engel!” roept een jongeman vanaf de dijk. Met hoge, schrille stem.

Soms spoedt deze stralende engel zich overdag stiekem naar haar oude huis om de hoek. Iets doen. Een boek ophalen. Belangrijk, houdt ze zichzelf voor. Kan echt niet wachten.

Deze ochtend ben ik er ook weer even. Op het kamertje van de achtjarige trek ik het laken recht waaronder ze daarnet nog lag. Systematisch bevoel ik de stof, alsof ik hoop zo nog iets van haar lijfje te kunnen vastpakken.

Ik zeg: “Goedemórgen, zonder…?”

“Goedemorgen, zonder zorgen!” antwoord ik met een meisjesstemmetje.

In de kamer van de dertienjarige hangt alleen nog heel licht de geur van deo. Die kan ik ook al niet omarmen. Op de vloer een wiskundeboek, een korte spijkerbroek, de bus deodorant.

“Dag liefje, wel aanwezig zijn vandaag, hè?” zeg ik. “Kijk je uit in het verkeer?”

“Jahaa! Dat zeg je elke dag! Fuck you.”

Ik haal een beetje was uit de machine en hang dat op.

Hoe langer ik door de kamers van het huis dwaal, hoe meer ik me een geest begin te voelen, teruggekomen uit het hiernamaals. Om het leven te aanschouwen.

Mijn eigen bed ligt vol kleren. Een berg gekreukte blouses en shirts. Ik ga ernaast liggen en duw mijn neus diep in het matras.

Als ik even later een willekeurig boek uit mijn kast pak, dwarrelt er een oude column van Marjoleine de Vos uit. Met als titel: ‘Alleen zijn’. Die had ik in 2011 niet voor niets uit de krant gescheurd, denk ik. En toen was ik totaal niet alleen.

De eerste regel van de column is: ‘Vroeger leek me vaak dat het leven geen enkele zin had als je alleen was.’

 

Deze column is eerder gepubliceerd in Trouw. Elkes roman heet Ik nog wel van jou. Luister hier naar onze podcast met Elke Geurts over haar roman en scheiding.