Was Karolien Berkvens zu sagen hat (5)

Was Karolien Berkvens zu sagen hat (5)

Karolien Berkvens

Voor de rubriek 'Was Karolien Berkvens zu sagen hat' interviewt onze Karolien iedere maand een Duits(talig)e auteur. Deze maand sprak Karolien met onze eigen Frank Witzel, auteur van Hoe een manisch-depressieve tiener in de zomer van 1969 de Rote Armee Fraktion bedacht.
 

Daarom liep de tiener zo door de wereld. Dat was de reden. De enige reden. Om een reden te vinden, een verklaring voor dat alles, omdat het onmogelijk kon zijn wat het beweerde te zijn. 

‘De puberteit kenmerkt zich door een bepaalde openheid in de zoektocht naar logica en zingeving. Bij volwassenen is dat anders. Of ze menen boven dat proces te staan of ze beweren de juiste manier van leven en een duidelijk doel gevonden te hebben. Daarbij gaat het vooral om wat je hebt: een man, een vrouw, een politieke mening, een kapper. Wat ik meteen wist, was dat ik geen traditionele coming of age of bildungsroman wilde schrijven. Daarom heb ik ook voor deze verschillende vormen gekozen. Bijna alle vertellers in het boek zijn ik-vertellers, maar het is toch steeds een andere ik, het is niet de hele tijd dezelfde verteller. Er is een hoofdpersonage, maar ik wilde kleine verschuivingen aanbrengen, zodat er niet één individu centraal zou staan.’ 

Verschuivingen en verbindingen, ik denk dat die twee woorden van toepassing zijn op Hoe een manisch-depressieve tiener in de zomer van 1969 de Rote Armee Fraktion bedacht, een indrukwekkende roman, die zich onmogelijk in enkele zinnen samen laat vatten. Frank Witzel heeft niet alleen de traditionele genres achter zich gelaten, hij heeft alle registers opengetrokken en een boek geschreven waarin hij het voor ieder mens cruciale proces van het volwassen worden beschrijft, waarin hij de nummers van de Beatles religieus interpreteert, een systeem ontwikkelt om de ‘nazifactor’ van Duitse woorden te meten en zowel zijn personages als zijn lezers aan een verhoor onderwerpt – of is het toch therapie? 

Het hoofdpersonage is een dertienjarige jongen. Der Teenager heeft veel gemeen met de auteur, die daar overigens geen geheim van maakt. ‘Op iedere pagina is iets van mijzelf terug te vinden.’

Witzel werd in 1955 in Wiesbaden geboren en wekt aan de hand van zijn eigen herinneringen in dit omvangrijke werk de naoorlogse Bondsrepubliek Duitsland tot leven, die bleierne Zeit. Een tijd waarin er vooral gezwegen werd, waarin de kerk een verstikkende rol speelde en de vader het onbetwistbare hoofd van een familie was. 

Hij ontving heel wat brieven van generatiegenoten die hem enerzijds complimenteerden met zijn goede geheugen en anderzijds wezen op details die hij vergeten is of verkeerd beschreven heeft. 

‘Maar dat is een misverstand, ik wilde geen nostalgisch of historisch boek schrijven. Ik ben op mijn eigen herinneringen teruggevallen en die heb ik verder niet onderzocht. Ik wilde een puberteit beschrijven die parallel loopt aan een maatschappelijke verandering. Waar kruisen die twee processen elkaar en hoe ervaart een individu, een tiener, dat? Op wat voor manier probeert hij de realiteit, die hij zelf niet goed kan doorgronden, toch eigen te maken? Die vragen zijn niet alleen op mijn generatie van toepassing, als je bijvoorbeeld in 1989 of 2001 puber was, heb je iets soortgelijks meegemaakt.  


Een specifieke ontwikkeling in de geschiedenis van de BRD begon in de zomer van 1969 en ik wilde het diffuse gevoel van die zomer beschrijven. Voor mij is ’69 een jaar van hoop. In ’69 kon je nog denken dat de studentenbeweging een snelle maatschappelijke omwenteling teweeg zou brengen. Een jaar later al, na de formele oprichting van de Rote Armee Fraktion, zwakte dat gevoel af en midden jaren zeventig was het helemaal verdwenen en was die bleierne Zeit weer terug.’ 

De tiener komt ook als volwassene aan het woord in dialogen die hij soms met een psychiater, dan weer met een rechercheur of met zichzelf lijkt te voeren. ‘Ik wilde ook het perspectief van een volwassene erin, uit de huidige tijd. Het is in de tekst niet expliciet gemaakt wie wat zegt, zodat de lezer zich erin kan verliezen en het zelf kan interpreteren. Die gesprekken spelen zich af in het heden, maar blikken terug op ’69 alsof er in de tussentijd niets gebeurd is, alsof er geen veertig jaar, maar slechts een paar dagen verstreken zijn. Het bewustzijn van de volwassen tiener is eigenlijk nog daar, in die zomer.’

Het is één van de manieren waarop Witzel onderzoekt waar normaal gedrag in waanzin overgaat, een scheidslijn die dikwijls vaag blijkt.  ‘De woorden “manisch-depressief” worden de teenager door de buitenwereld toegedicht. Hij zit in de woonkamer in de Duitse provincie, met een mythische vaderfiguur waar hij niet tegen op kan en een moeder die te zwak is om zich tegen af te zetten. Hij is te jong om met de studenten de straat op te gaan, hij voelt zich nog te zwak om overal tegen te zijn. De fantasie is zijn enige overlevingskans. Hij heeft vrienden, hij heeft de muziek, maar hij heeft vooral zijn fantasie.’  

Vorig jaar won Witzel de Deutscher Buchpreis. Het heeft veel voor hem veranderd.  ‘Ik had weliswaar tien boeken gepubliceerd, maar niemand kende me, ik had een klein bereik en mijn werk verscheen bij kleine uitgeverijen. Dit boek werd aanvankelijk door meer dan veertig uitgevers afgewezen. Ze waren positief, maar durfden het risico niet aan. Er zijn veel moeilijkheden, het is een dik boek, het heeft geen doorlopende vertelstructuur en een lastige titel.’ Positieve kritieken ontving het boek al voor de Buchpreis, maar de onderscheiding bracht Witzel nog meer, onder andere vertalingen, waarvan de Nederlandse de eerste is. Op uitnodiging van het Letterenfonds verblijft hij daarom twee maanden in Amsterdam. In zijn appartement aan het Spui liggen twee versies van het boek op tafel: de Duitse, getekend door de vele voordrachten en lezingen en de Nederlandse, een onberispelijk vooruitexemplaar.  

Frank Witzel vindt Nederlands een interessante taal, directer en helderder dan het Duits, waarin de woorden snel zwaar en gewichtig klinken. Met termen als ‘völkisch’ of ‘Nation’, die je dankzij de AfD weer vaker hoort, heeft hij grote moeite. ‘Je kunt niet plotseling doen alsof die begrippen neutraal zijn en als je dat doet, dan verloochen je iets. Je kunt niet doen alsof het alleen maar woorden zijn.’  



Foto © Julia von Vietinghoff

Frank Witzel (1955) is schrijver, illustrator, radiomaker en muzikant. Hij schreef romans, non-fictie en poëzie en won met Hoe een manisch-depressieve tiener in de zomer van 1969 de Rote Armee Fraktion bedacht de Deutscher Buchpreis 2015, de belangrijkste literaire prijs in Duitsland. De roman verscheen onlangs bij Lebowski Publishers, in een vertaling van Josephine Rijnaarts & Ard Posthuma. 

Deze vijfde editie van 'Was Karolien Berkvens zu sagen hat' verscheen reeds op Hebban.nl.


Gepost in: faits divers op 2016-10-24

Door Karolien Berkvens

Karolien Berkvens (1986) woont en werkt in Berlijn. In 2015 verscheen bij Lebowski haar lovend ontvangen debuutroman Het uur van Zimmerman. In 2018 schreef ze haar tweede roman, Zoon van Berlijn, een groots en ambitieus boek over onze tijd. 

Om de zoveel tijd bericht Karolien vanuit de Duitse metropool met korte verhalen, artikelen over Duitse literatuur en interviews met Duitstalige schrijvers.


Ook van Karolien Berkvens

Interview: Karolien Berkvens spreekt Sasha Marianna Salzmann over haar romandebuut 'Buiten mezelf'

Karolien Berkvens interviewde theaterschrijfster Sasha Marianna Salzmann (Wolgograd, 1985) over identiteit, familie en het vinden van je eigen stem in haar romandebuut Buiten mezelf
 


#unteilbar

Honderdduizenden mensen demonstreerden dit weekend in Berlijn tegen racisme, xenofobie en extreemrechts, iets waar Duitsland recentelijk steeds vaker mee te maken lijkt te hebben.  Lebowski-auteur Karolien Berkvens, woonachtig in Berlijn, was een van de velen. Hoe heeft zij de gigantische demonstratie ervaren?

 




recente posts