Spanningen

Spanningen

Elke Geurts

Met vier collega’s verbleef ik een lang weekend in een vakantiehuisje in de Ardennen en de onderlinge spanningen liepen per uur hoger op. Ik stond buiten te roken. De lucht was er inktzwart. Het was doodstil. Ik besefte dat man al wekenlang van mijn zijde verdwenen was. Helemaal weg. Waar iets van hem me vroeger altijd vergezelde, was ik nu echt alleen. 

Mijlenver van huis leek ik, waar man en de meisjes lagen te slapen. Alleen ík hoefde me daar nu nog maar bij te voegen. Dan zou alles goed zijn.

Op zondagavond kwam ik thuis. Uitgeput. Het viel me op dat man zijn hagelwitte blouse iets te ver open had geknoopt. Lente is in de lucht, dacht ik. En: thuis zijn doet hem goed.

Het deed mij ook heel goed. We aten met z’n vieren. Ik ging in bad. We brachten de meisjes samen naar bed.

“Mama, wil jij aan papa vragen of hij vannacht bij ons blijft slapen,” fluisterde de zesjarige. “Alsjeblieft.”

“Waarom vraag je hem dat zelf niet?”

“Dat durf ik niet.”

“Je weet dat papa naar de boot gaat, hè.”

“Ja, maar ik wil het zo graag.”

Voor man terugging, kletsten we nog wat over de spanningen in de Ardennen. We rookten buiten een sigaretje. De lucht was hier zacht en een stuk lichter.

Hij zei: “Ik las in de krant dat ik het je moest zeggen als ik een ander had.”

“In de krant?” zei ik. “Was je dat gesprek vergeten dan?”

Hij glimlachte ongemakkelijk. En toen zei hij het.

“Hoe lang dan al?”

Hij schonk nog een wijntje voor ons beiden in en zei hoe lang.

“Zo lang al,” zei ik. En: “Ik hoop echt voor je dat je gelukkig wordt.”

“Dat vind ik fijn dat je dat zegt.”

“Ik vind het fijn dat je het mij toch verteld hebt.”

Hij vertelde nog iets over de andere vrouw. Ik stak de ene sigaret met de andere aan en zei dat hij ons vieren nu echt kapot had gemaakt.

“Zie je wel,” zei hij, “ik kan tegen jou ook níéts persoonlijks zeggen. Dan word je meteen boos.”

Hij pakte een sigaret uit het pakje.

“Je kunt nu geloof ik beter vertrekken.”

“Ja.”

“En snel.”

Mijn ex liep naar binnen, ging zitten en begon zijn glimmende schoenen rustig dicht te veteren. Ik liep op hem af. “Ik zou nu maar héél rap maken dat je wegkomt.”

Elke Geurts (1973) publiceerde de verhalenbundels Het besluit van Dola Korstjens (2008), Lastmens (2010) en Lastmens & andere verhalen (2015). Ook schreef ze de veelgeprezen roman De weg naar zee (2013). Daarnaast schrijft ze voor Trouw en VPRO Gids en verschijnen dagelijks columns op haar elkegeurts.nl. Een nieuwe roman van haar hand verschijnt in 2017 bij Lebowski Publishers.

Deze column verscheen eerder in Trouw.


Gepost in: proza op 2017-03-06

Door Elke Geurts

Deze column is eerder gepubliceerd in Trouw. De roman Ik nog wel van jou verscheen onlangs bij Lebowski.


Ook van Elke Geurts

Een mens die een nieuw thuis zoekt, grijpt altijd terug op iets vertrouwds

Op heel wat plekken in de stad, en net daarbuiten, was ik in gedachten al neergestreken. Ik zag mezelf al dagelijks met mijn zevenjarige naar school tuffen. Moeder en dochter. 


Alles is mogelijk als de kinderen weg zijn

Uitslapen. Op de dagen dat de kinderen er niet zijn, lukt het me steeds vaker om uit te slapen, in elk geval tot later dan kwart voor zeven. Pas als ik buiten de eerste fietsen hoor wegrijden, ontwaak ik.




recente posts

Troost

Troost

Jonah Falke
Gepost op: 2018-04-19 in: faits divers
Gepost op: 2018-04-17 in: faits divers