Samuel gaat naar de antroposofische dagopvang, een liefdevol nest

Samuel gaat naar de antroposofische dagopvang, een liefdevol nest

Willem Vissers

Samuel zit in groepje Robijn, met Pieter, Roy, Puck, Jolijn, Joy en Romy. Ze praten niet met elkaar. Alleen Puck kan praten. Ze is negentien. Ze is de dochter van een oude vriend uit Den Haag. Puck heeft als baby nog op een kleed gelegen met David, onze oudste. Nu zit ze in Haarlem bij Samuel in het klasje. Zo klein is de wereld.

 

De kinderen, van verschillende leeftijden, met andere gebreken en behoeften, leven hun leventje tijdens hun uren in kinderdagcentrum Rozemarijn. Hun leidsters heten Esther, Margot, Sannah en Fiona. Ze zijn lief en geduldig. Als Samuel eens is gevallen, bellen ze op, zodat we niet schrikken van zijn buil.

Welk schooltje zou passen bij Samuel, vroegen wij ons af nadat we hadden ontdekt dat zelfs onderwijs voor kinderen met een meervoudige beperking op een tyltyl- of mytylschool voor hem te hoog gegrepen was. We waren tijdens onze zoektocht eerst ergens anders in Haarlem, waar een leidster haar eigen kind had meegenomen en meer bezig was met het corrigeren van haar bloedje dan met het klasje, en waar de directeur vooral sprak over de brandveiligheid. Heel belangrijk, maar nu even niet.

We vonden Rozemarijn, op antroposofische basis. Veel meditatie dus, geestelijke kracht, innerlijkheid. De eerste locatie was op het terrein van Sein in Heemstede, bij de polikliniek voor epilepsie. Ze hadden nog maar twee groepjes en ze verontschuldigden zich voor een lekkage, maar het gevoel was meteen warm en hartelijk.

Rozemarijn is al bijna dertien jaar zijn kinderdagcentrum. We hebben weleens inwendig gelachen om die antroposofische inslag, als ouders op een gespreksavond de handen in elkaar legden en zongen. We zijn op avonden geweest over weer een verhuizing, of over hoe te reageren op nieuwe bezuinigingen in de zorg. Ik heb in een boze bui voorgesteld om de hele groep op een avond onverwacht bij Mark Rutte af te leveren, de kinderloze premier. Eens zien hoe hem dat afgaat.

Rozemarijn is een liefdevol nest. Ze doen een dagopening, een weekopening. Ze behandelen thema's. Ze zwemmen, wandelen, maken uitstapjes naar de boomgaard of de kinderboerderij. Ze doen veel aan muziek. De kinderen lopen rond, ieder verdiept in zichzelf of in wat dan ook, alsof ze elk moment eureka kunnen uitroepen. Ze helpen met klusjes, als ze dat kunnen. Ze kijken soms gefascineerd naar elkaar. Joy vindt Samuel leuk, horen we. Jeanne trouwens ook, maar die zit in een andere groep nu.

Ze hebben een prachtige rups, die door Haarlem rijdt om boodschappen te doen, voor een tochtje naar het logeerhuis of zomaar, omdat de kinderen het fijn vinden om langs winkels te tuffen, langs bomen en water. Ze voelen zich in die rups vrij als vlinders. Een deel van de opbrengst van het boek dat eind dit jaar over Samuel verschijnt, gaat in de spaarpot voor een dubbele fiets waaraan de leidsters een rolstoel kunnen klemmen.

De kinderen krijgen elk jaar een getuigschrift. Het mooist vond ik dat ze Samuel eens herder noemden. Hij wil al zijn schaapjes bij elkaar houden. Als we hem bijvoorbeeld in de wandelwagen zetten en ergens heenlopen, draait hij zijn hoofd maximaal naar achteren om te zien waar iedereen blijft. Dat hadden ze goed gezien bij Rozemarijn: Samuel is een herder.


Willem Vissers (1964) schrijft iedere week in de Volkskrant over het leven met de gehandicapte Samuel, de middelste van zijn drie zonen. Zijn kroniek verschijnt iedere woensdag om 12.00 uur op het Lebowski Blog. Dit is deel 23.

Reageren? w.vissers@volkskrant.nl


Foto © Marijn Scheeres


Gepost in: faits divers op 2017-06-07

Door Willem Vissers


Ook van Willem Vissers

We zijn bang voor Samuels weerloosheid

Samuel wil best een knuffel op zijn aanlokkelijke wangen, maar het moet niet te gek worden. Hij is geen jongen van de langdurige omhelzing. Bernique herinnert zich maar één keer dat Samuel echt tegen haar wilde aankruipen op de bank, omdat hij troost zocht. Dat was na een valpartij tegen de muur, thuis.
 


We waren gewoon niet met onszelf in het reine gekomen als we hem hadden laten aborteren

Het artikel in de Volkskrant was hartstikke genuanceerd en Samuel heeft niet het syndroom van Down, maar toch trok de kop boven het stuk onze speciale aandacht: 'De Downloze samenleving, moeten we dat willen?' Het ging onder meer over de NIPT-test, waarmee het syndroom in een vroegtijdig stadium tijdens de zwangerschap is op te sporen. En het ging natuurlijk ook over de achterliggende levensvraag, over de dilemma's bij het afbreken van de zwangerschap. Kortweg: houd je een Downkind of niet?
 




recente posts

Rolstoel

Rolstoel

Jonah Falke
Gepost op: 2017-09-19 in: proza
Gepost op: 2017-09-19 in: current affairs
Gepost op: 2017-09-18 in: faits divers
Gepost op: 2017-09-13 in: faits divers