Pop en literatuur (25): Sonic Youth en Sylvia Plath

Pop en literatuur (25): Sonic Youth en Sylvia Plath

Cor de Jong

Iedere dinsdag zoekt auteur Cor de Jong de connectie tussen popmuziek en literatuur. Vandaag deel 25, over Sonic Youth en Sylvia Plath.

 


Gevraagd naar zijn mening over dichteres Sylvia Plath, antwoordde zanger Morrissey: ‘I think that her life was far more interesting than anything she ever wrote. Don't you think so?’ Het is een provocerende mening, zoals we wel van hem gewend zijn. En natuurlijk doet zo’n boude bewering geen recht aan haar werk. Toch lijkt de uitspraak van toepassing op de  manier waarop Plath opduikt in de popmuziek. De interesse lijkt vaak meer uit te gaan naar haar leven dan naar haar werk.

Tal van popartiesten erkennen hun schatplichtigheid aan Sylvia Plath, en niet de minsten bovendien. Madonna bijvoorbeeld, noemde Plath een inspiratiebron, maar dan als feministe, niet als tekstschrijver. Lana del Rey schreef een nummer met de titel ‘Sylvia’ dat ze niet uit bracht, maar dat naar eigen zeggen wel gebaseerd was op het leven van Plath. Lady Gaga noemt Plath in het nummer ‘Dance in the Dark’ in één adem met Marilyn Monroe en Judy Garland: ‘Marilyn, Judy, Sylvia/ Tell 'em how you feel, girls’. En het kost weinig moeite om op internet een playlist te vinden met nummers die ‘geïnspireerd zijn’ door Sylvia Plath, al blijft dan nogal eens onduidelijk waaruit die inspiratie precies bestaat. Soms gaat het niet verder dan ‘If Sylvia Plath had an iPod […], what do you think would be on her playlist?’ Wat dan volgt is een lijst van nummers die ‘for some reason or another seem Plathian’.

Interessanter is deze playlist. Maar liefst twintig nummers die direct te maken hebben met Sylvia Plath. Maar ook hier valt bij nadere beschouwing op dat de verwijzingen meer lijken te slaan op haar persoon dan op haar oeuvre. Kennelijk spreekt vooral haar tragische levensverhaal tot de verbeelding: haar depressies, haar ziekte (een bipolaire stoornis, zou vandaag de dag mogelijk de diagnose zijn), de moeizame relatie met haar overspelige echtgenoot (collega-dichter Ted Hughes) en niet in de laatste plaats: haar dood. Plath pleegde in februari 1963 zelfmoord door haar hoofd in een oven te steken.

De zinsnede ‘Sylvia, get your head out of the oven’ in het nummer ‘Sylvia’ van The Antlers, refereert duidelijk aan haar levenseinde. Titels als ‘Sylvia Plath’ van Ryan Adams én van Breath Owl Breathe en ‘Plath Heart’ van Braids laten aan duidelijkheid ook weinig te wensen over: de persoon Sylvia Plath staat centraal. Slechts in een enkel geval gaat het om een verwijzing naar (een titel van) een van haar boeken. Het nummer ‘Bell Jar’ van The Bangles bijvoorbeeld. Of ‘Johnny Panic and the Bible of Dreams’ van Tears for Fears. ‘Colossus’ van Of Montreal ontleent zijn titel aan een gedicht van Plath. Hetzelfde kan gezegd worden van ‘Mote’ van Sonic Youth, een nummer dat niet op bovenstaande lijst voorkomt. Het verwijst naar Plaths gedicht ‘The Eye-Mote’.

 

Sonic Youth – Mote

When you see the spiral turning through alone
And you feel so heavy that you just can't stop it
When the sea of madness turns you into stone
Picture of your life shoots like a rocket
All the time

Put 'me' in the equation it's alright
I've seen you moving in and out of sight
My friends tell me it's all cut through you
From nowhere, to nowhere
Cut together, cut through

I'm island-bound, a mote inside my eye
And I can't see you breathing as before
I am airless, a vacuum child
And I can't stand to reason at your door
In this time

Put 'me' in the equation it's alright
I've seen you moving in and out of sight
My friends tell me it's all cut through you
From nowhere, to nowhere
Come together

I'm down in the daytime out of sight
Comin' in from dreamland I'm on fire
I can see it's all been here before
Dream a dream that lies right at your door

When the seasons circle sideways out of turn
And words don't speak just fall across the carpet
You're just in time to watch the fire burn
It seems a crime but your face is bright you love it
All the time

 

Sylvia Plath – The Eye-Mote

Blameless as daylight I stood looking
At a field of horses, necks bent, manes blown,
Tails streaming against the green
Backdrop of sycamores. Sun was striking
White chapel pinnacles over the roofs,
Holding the horses, the clouds, the leaves

Steadily rooted though they were all flowing
Away to the left like reeds in a sea
When the splinter flew in and stuck my eye,
Needling it dark. Then I was seeing
A melding of shapes in a hot rain:
Horses warped on the altering green,

Outlandish as double-humped camels or unicorns,
Grazing at the margins of a bad monochrome,
Beasts of oasis, a better time.
Abrading my lid, the small grain burns:
Red cinder around which I myself,
Horses, planets and spires revolve.

Neither tears nor the easing flush
Of eyebaths can unseat the speck:
It sticks, and it has stuck a week.
I wear the present itch for flesh,
Blind to what will be and what was.
I dream that I am Oedipus.

What I want back is what I was
Before the bed, before the knife,
Before the brooch-pin and the salve
Fixed me in this parenthesis;
Horses fluent in the wind,
A place, a time gone out of mind.

 

 

Het gedicht van Plath is bedrieglijk eenvoudig. Het beschrijft hoe iemand uitkijkt over een schilderachtig landschap, waar (wilde?) paarden met wapperende manen lopen, als er plotseling iets in haar oog waait: een splinter of een zandkorrel, waardoor ze verblind wordt. Vormen en kleuren lopen in elkaar over, de paarden lijken plotseling wel kamelen met twee bulten (een pleonasme?) of eenhoorns. Het oog doet pijn en brandt en wordt het middelpunt van alles. Niets kan de pijn wegnemen, zelfs een oogbad helpt niet. De ‘ik’ is ‘blind to what will be and what was’: toekomst en verleden bestaan nu niet, alleen de pijn van het heden. Ze droomt dat ze Oedipus is, de mythische koning uit het toneelstuk van Sophocles, die zonder het te weten zijn vader vermoordde en zijn moeder trouwde. Als zelfkastijding stak Oedipus zich de ogen uit omdat die te veel onheil hadden aanschouwd.

De laatste strofe beschrijft de wens om terug te keren naar een eerdere staat: ‘What I want back is what I was’. Ze wil terug naar de tijd voordat het bed, het mes, de broche-speld en de zalf haar tussen haakjes plaatsten. Dat is een opmerkelijke formulering, die bovendien gevolgd wordt door een beschrijving van wat ze dan was voordat dit alles gebeurde: ‘Horses fluent in the wind,/ A place, a time gone out of mind’. Ze vereenzelvigt zich hier compleet met de eerder genoemde paarden én met de tijd die voorgoed voorbij is.

Hoewel het gedicht op zich een alledaagse gebeurtenis beschrijft, voel je vanaf de eerste regel dat het eigenlijk over iets anders gaat, dat de beschreven gebeurtenis een metafoor is voor iets ingrijpenders. Dat wordt ook ingegeven door de titel. Het woord ‘mote’ is wat ouderwets en komt in het gedicht verder niet voor. Daar is het zelfs niet helemaal duidelijk wat de ‘ik’ in haar oog krijgt. Eerst noemt ze het een ‘splinter’, dan een ‘small grain’ en later heeft ze het over een ‘cinder’. Door in de titel te kiezen voor het woord ‘mote’ verwijst ze naar een Bijbelpassage, een fragment uit de Bergrede van Jezus in Mattheus 7 vers 1 tot 5. Ik citeer het fragment in het Engels:

Judge not, that ye be not judged. For with what judgment ye judge, ye shall be judged: and with what measure ye mete, it shall be measured to you again. And why beholdest thou the mote that is in thy brother's eye, but considerest not the beam that is in thine own eye? Or how wilt thou say to thy brother, Let me pull out the mote out of thine eye; and, behold, a beam is in thine own eye? Thou hypocrite, first cast out the beam out of thine own eye; and then shalt thou see clearly to cast out the mote out of thy brother's eye.

De passage gaat over oordelen. Niet de splinter uit iemand anders’ oog willen halen terwijl je zelf een balk in je oog hebt. Dat geeft het gedicht een dubbele lading. Kennelijk gaat het over schuldgevoel, over verwijten of oordelen. En dan wordt het ineens veelbetekenend dat het eerste woord van het gedicht ‘Blameless’ is. De ‘ik’ is onschuldig en die onschuld (misschien zelfs op te vatten als ‘onwetendheid’) wordt ook direct in verband gebracht met daglicht en met kijken. De hele eerste strofe staat in het teken van vrijheid en onschuld.

De splinter maakt daaraan een einde en vertroebelt niet alleen datgene wat was, het eist meteen alle aandacht op. Alles draait om deze verstoring van de idylle. Het verleden verliest zijn waarde, de toekomst verdwijnt uit beeld. Het noemen van Oedipus brengt opnieuw de thematiek van schuld en boete met zich mee. Zodra Iokaste, moeder en vrouw van Oedipus tot het inzicht komt dat haar echtgenoot tevens haar zoon is, pleegt ze zelfmoord. Inzicht leidt tot de dood. Oedipus ontdekt haar lichaam en uit wanhoop grijpt hij een van de sierspelden (een ‘brooch-pin’) van haar gewaad en steekt zijn ogen uit. Inzicht leidt tot blindheid.

De ‘ik’ wil terug naar de tijd dat ze ‘blameless’ was, de tijd dat ze zich van geen kwaad bewust was. De tijd dat het bestaan zich voortbewoog, maar tegelijkertijd gegrondvest was (‘Steadily rooted though they were all flowing’). Maar er is geen weg terug en zelfs de herinnering is vervlogen.

Vaak is datgene wat niet gezegd wordt in een gedicht net zo belangrijk als datgene wat er wél staat. Het is opmerkelijk dat Plath opzichtig lijkt te verwijzen naar de genoemde Bijbelpassage, zonder melding te maken van iemand die een balk in zijn oog heeft. Misschien laat ze het bewust aan de lezer om te bepalen wie dat zou kunnen zijn… In elk geval logenstraft ze de woorden van Morrissey moeiteloos. Het is een prachtig gedicht.

Lee Ranaldo van Sonic Youth kondigde het nummer ‘Mote’ tijdens optredens vaak aan als ‘The Eye-Mote’, om nog maar extra te benadrukken waar de titel vandaan komt. Het nummer lijkt te zijn opgebouwd als een soort duet, waarbij in de coupletten en de brug een personage aan het woord is, terwijl de refreinen een reactie vormen. In het eerste couplet beschrijft de ‘ik’ een persoonlijke crisis die wat lijkt op de ervaring die Plath beschrijft, waarbij alles als een spiraal lijkt te draaien (‘revolve’ noemt Plath het) en pijn het middelpunt van alles lijkt te zijn geworden. Het is de vraag of de ´you´ in dit couplet daadwerkelijk als een ander gezien moet worden of meer als het algemene ‘je’ (en het dus eigenlijk betrekking heeft op de ik-persoon zelf).

In elk geval is het refrein een stuk optimistischer dan het gedicht van Plath. In het gedicht is de ‘ik’ alleen en is er geen sprake van een tweede persoon. (Sterker nog: we merkten hierboven al op dat de persoon met de balk in zijn oog door Plath zorgvuldig buiten beeld gehouden wordt). Het isolement is volkomen. De hoofdpersoon voelt zich tussen haakjes geplaatst: ‘fixed [..] in this parenthesis’.

Bij Sonic Youth is er een tegenstem, die in het refrein te horen is. ‘Put 'me' in the equation it's alright’. Met deze ietwat wiskundige metafoor wordt hier geprobeerd het isolement (de ‘parenthesis’, zoals Plath het noemde) te doorbreken: ‘Come together’. Of dat mogelijk is staat echter nog te bezien. De eenzaamheid lijkt hier des te groter omdat de personen (misschien ex-geliefden?) niet tot elkaar kunnen komen en er niet in slagen tot elkaar door te dringen. ‘I'm island-bound, a mote inside my eye’ beschrijft (ook hier) het Plathiaanse gevoel van isolement en het onvermogen om de vreugde van vroeger te zien of te ervaren.

Het nummer eindigt niet hoopvol met het refrein maar met een couplet: ‘And words don't speak just fall across the carpet/ You're just in time to watch the fire burn’, waarna gitaren het nummer schurend tot een einde brengen.


Gepost in: faits divers op 2018-08-21

Door Cor de Jong

Cor de Jong (1978) is schrijver, leraar Nederlands en studiebegeleider bij de jeugdopleiding van Sparta Rotterdam. Hij publiceerde al meerdere korte verhalen. De aanname is zijn debuutroman.


Ook van Cor de Jong

Pop en literatuur (67): Arcade Fire en John Kennedy Toole

Iedere dinsdag zoekt Cor de Jong de connectie tussen pop en literatuur. Deze week deel 67: Arcade Fire en John Kennedy Toole. 'Deze neon-bijbel is niet het woord van God, maar een lege huls.'


Pop en literatuur (66): David Bowie en Anthony Burgess

Iedere dinsdag zoekt Cor de Jong de connectie tussen pop en literatuur. Deze week deel 66:  David Bowie en Anthony Burgess. 'Zo stoer als je je ook voor wilt doen, uiteindelijk zul je je eigen kwetsbaarheid onder ogen moeten zien.'




recente posts