NOG (10)

NOG (10)

Joost Vandecasteele

De dag van haar dood wordt Bella wakker en ziet ze in de hoek van de kamer een man staan.

Haar eerste gedachte is dat het om een engel gaat.
Want de laatste tijd is er een echte plaag aan engelen die overal opduiken.
Meestal echter zijn het verkleedde inbrekers met slecht gemaakte vleugels op hun rug.
Zodat hun slachtoffers niet meteen beginnen te gillen en zich zelfs uitverkoren voelen.
Sommige inbrekers maken hier misbruik van en eisen overladen te worden met giften.
Anderen gaan er nog verder in en daarom verschijnen er nu boeken met titels als “Ik weet nu hoe de lul van een engel proeft, zoutig en met een beetje Andalouse saus in het schaamhaar”.
Maar niet alle verschijningen van engelen zijn inbrekers.
Af en toe is het een echte engel.
Wat niet persé beter is voor zij die bezocht worden.
Want engelen behoren tot de meest irritante wezens ter wereld en daarboven.
Samen met mensen die aarzelen voor ze op een roltrap stappen, hoewel elke trede dezelfde is.
Samen met mensen die woohoo joelen een volwaardig antwoord vinden op elke vraag.
“Alles oké? Woohoo.”
“Wie komt er uit Antwerpen? Woohoo.”
“Wie heeft er last van astma? Woohee.”
En samen met mensen die bij elke terreuraanslag of natuurramp roepen hoe hypocriet we zijn omdat we onze facebook foto niet elke keer veranderen in “je suis dinges.”
Maar engelen zijn zeer irritante wezens wegens de combinatie van religieuze superioriteit en totale verveling.
Mochten ze niet zo lui zijn, ze zouden fantastische terroristen zijn.
Ook klinkt “fantastische terroristen” als een gigantische contradictie, zoals “gezellige dictator” en “zorgeloos pensioen”.
De aanwezigheid van een engel merkt men meestal op door lang gezucht uit een hoekje, zodat je wel moet vragen “Is er iets?”
Waarna de engel iets mompelt van “laat maar” en jij als sterveling gedwongen wordt om toch aan te dringen en te vragen wat er scheelt in het oneindige leven van die vliegende sukkel.
Daarna volgt gezeur over hoe de verschijning bij Maria één groot misverstand was.
Dat de engel enkel meldde dat Jezus allesbehalve een timmerman moest worden.
Heel dat messias gedoe is wat zij erbij verzon, want Maria moest altijd overdrijven.
Vandaar komt ook heel dat verhaal van de onbevlekte ontvangenis.
Omdat Maria aan het zagen was dat de penis van Jozef zo klein was dat het voelde alsof hij haar nooit geneukt heeft.
Zeg ik niet, zegt de engel.
Maar de man in de kamer van Bella is geen engel.
Hij is haar zoon Billy, de volwassen versie.
Hij staart naar zichzelf, zijn baby versie, in de wieg.
Bella betwijfelt of hij uit de toekomst is gekomen om te vragen hoe zijn geboorte ging.
Ze ziet hoe hij even aarzelt voor hij de baby vastpakt.
Ze zegt niks.
Ook niet wanneer Billy het kind aanraakt en voor een fractie van een seconde de werkelijkheid op tilt slaat.
Met haar zonen als epicentrum ontstaat er een concentratie van licht, geluid en spullen.
Met hun lijven als magneten zweeft alles wat los zit rond hen, als een aureool van prullaria.
Een perfecte halve cirkel van boeken, planten en schermen.
Toch is ze niet bang.
Toch gilt de baby niet.
Toch laat haar zoon hem niet los.
Billy klampt het kind vast en beschermt wanneer alles naar beneden valt.
De boeken bonken hard op zijn rug, de cactussen snijden in zijn huid en de televisie verbrijzelt op zijn hoofd.
Pas dan bedaart de kamer en kijkt Billy naar Bella.
Ze vraagt hoe de toekomst eruit ziet.
Meer van hetzelfde zegt hij.
“Maar er is één ding dat jij wel appreciëren zou,” zegt hij.
“Ze zijn er eindelijk in geslaagd om een ironisch lettertype te kiezen, zodat twitter niet elke dag ontploft na een verkeerd begrepen grap.”
“Dat werd tijd."


Gepost in: proza op 2016-07-25

Door Joost Vandecasteele

Schrijver, scenarist en komiek Joost Vandecasteele (1979) gelooft heilig in de kracht van mengvormen. Zo werkt hij momenteel samen met Happy Volcano aan een literaire game en wordt zijn eerste boek, Hoe de wereld perfect functioneert zonder mij, omgevormd tot een televisiereeks door de bekroonde filmregisseur Pieter Van Hees. In 2016 verscheen de roman Jungle bij Lebowski. Bella is zijn zesde boek.


Ook van Joost Vandecasteele

Links is voor losers

Sinds 26 mei gedragen linkse partijen zich als na een dronken onenightstand: verdwaasd en zoekend naar uitvluchten. Met de SP.A die stamelt van ‘We hebben niet echt verloren, want Leuven viel mee’. Wat ook de officiële stads­leuze is, zolang je dat constante irritante gekletter van rolkoffers over kasseien negeert.


'De Vlaamse ruk naar rechts is een puberale reflex'

Het Vlaamse politieke landschap is na de verkiezingen sterk verdeeld, ziet Joost Vandecasteele. ‘Opnieuw is er de oproep te luisteren naar de constant misnoegden.’




recente posts