Ineens komt er een einde aan de gezelligheid

Ineens komt er een einde aan de gezelligheid

Elke Geurts

Mijn slaapkamer is plotseling als werkkamer in gebruik. Voor het eerst sinds twee jaar heb ik een eigen schrijfplek. Dat doet me meer deugd dan ik ooit had kunnen denken.

De dertienjarige past hier alleen niet meer bij. Er is voor haar geen plaats. Dat weten we allebei meteen als we naar mijn bureau staan te kijken met het verlichte scherm erop, de opengeslagen boeken, het toetsenbord. De ergonomische stoel erachter. Op de vensterbank een foto van mij als klein meisje.

“Leuk, hè?” roep ik uit. “Ik kan weer…”

“Ja, je kunt weer een boek gaan schrijven.” De dertienjarige zucht. “Dat heb je al honderd keer gezegd.”

Dan dirigeer ik haar zachtjes mijn slaapkamer uit, loop achter haar aan, een trapje hoger.

“Ik wil níét in die hondenmand!” zegt ze.

De dertienjarige zal nu toch op haar zolderkamer moeten gaan liggen, in haar twijfelaar. Het is de mooiste, lichtste ruimte van ons huis, maar ze heeft er tot nu toe gewoon niet willen slapen. Dat gaf ook niets.

Ik vond het heerlijk dat ik ’s nachts naast mijn slapende kind in bed kroop. We hadden het al over ‘onze slaapkamer’ en ‘ons bed’.

Dat is dus ook voorbij.

Ze noemt haar twijfelaar ‘de hondenmand’.

Ik weet nog dat ik haar op een middag – we woonden hier net – boven hoorde schreien, ik herinner me haar langgerekte ‘nee’ en mijn gedachte dat er iemand gestorven moest zijn.

Maar het bleek om de aanblik te gaan van haar pootloze bed. Het zag er inderdaad gruwelijk verminkt uit. Dat had ik zelf ook gezien. Maar ik hoopte dat het haar niet zo op zou vallen.

 

'Ze noemt haar twijfelaar "de hondenmand"'

 

Ik had de poten onder haar gloednieuwe bed uit laten zagen om ruimte te besparen, om haar twijfelaar zo ver mogelijk onder het schuine zolderdak te kunnen schuiven. Een praktisch besluit, in goed overleg met de timmerman.

Zie haar nu opgekruld liggen in haar grote, witte hondenmand. Zie aan de muur de foto van haar als klein meisje.

Ik zeg dat ze haar bed op elk moment van de nacht mag verlaten als ze het er niet volhoudt.

“Je mag te allen tijde terugkomen. Oké?”

“Oké”, zegt ze.

We weten allebei dat dat niet gebeurt. Ineens is er dan toch een einde gekomen aan de gezelligheid. We zullen die existentiële eenzaamheid, waar iedereen het altijd maar over heeft, moeten omarmen zeker? Alleen. In het donker. Overgeleverd aan onszelf.

Deze column is eerder gepubliceerd in Trouw. Elkes roman heet Ik nog wel van jou. Luister hier naar onze podcast met Elke Geurts over haar roman en scheiding.


Gepost in: faits divers op 2019-02-25

Door Elke Geurts

Deze column is eerder gepubliceerd in Trouw. De roman Ik nog wel van jou verscheen onlangs bij Lebowski.


Ook van Elke Geurts

De rust die ik voelde toen ik volmondig ‘ja’ zei

Van de mooiste dag van mijn leven staat mij het ineenzijgen van mijn schoonmoeder bij. Hoe de vrouw die nooit wat had, bezweek. Hoe ze daar lag, midden in onze huwelijkssloep. De commotie die ontstond.


‘Of er in de toekomst ware liefde mogelijk zal zijn tussen mens en android, weet ik niet’

Rond middernacht fietste ik van de schouwburg terug naar huis, en dacht na over het immense belang van een beetje aardigheid.




recente posts