In slaap dommelen op de bijrijdersstoel, zoals vroeger

In slaap dommelen op de bijrijdersstoel, zoals vroeger

Elke Geurts

Het leek wel niet waar. Op de bijrijdersstoel zat ik, naast ex, mijn blote voeten die op het dashboard lagen, mijn oogleden die zwaarder en zwaarder werden en mijn hoofd dat steeds naar opzij viel.

We praatten over wat we zouden eten vanavond. We wilden niets afhalen. Dat was maar vies en ongezond. En we hadden gisteren ook al geen groente gegeten. We besloten dat hij mij er straks bij de winkel uit zou gooien en dat ik thuis dan iets makkelijks zou maken voor ons vieren. Iets met veel verse groente. Daarna zwegen we. De zon stond zeer laag.

Achter ons in de auto sliepen de meisjes. Het was die dag buitengewoon warm geweest. In de auto hing een muffe geur van stilstaand water. We waren zeiknat geworden door dat laatste ritje in de wildwaterbaan.

Het knikkebollen verergerde. Het was haast niet meer tegen te houden.

Op de heenweg, een dag eerder, had ik nog uit deze rijdende gezinsauto willen springen. Kon ik alleen maar repeterend denken: ik moet hier weg. En: laat mij eruit!

 

Dommelen

Nu was ik ontegenzeglijk bezig gewoon in slaap te dommelen zoals ik in mijn vorige leven, op deze plek altijd gewoon in slaap was gedommeld. Maar daar toen nooit een seconde over nadacht.

“Mijn lezers zullen dit niet begrijpen, toch?” mompelde ik nog. “Dit hele uitstapje niet.”

“Dan schrijf je dat maar niet op”, zei hij.

“Nee, precies. Het is te verwarrend. Het gaat ze denk ik veel te snel”, zei ik, “van elkaar alleen maar kunnen mailen met een coach ertussen naar twee dagen Efteling met overnachting in een boomhut. Dat is niet logisch.”

“Voor de verjaardag van onze jongste”, zei hij.

“Zijn wij nu voortaan eigenlijk mensen geworden die alleen maar samen naar pretparken gaan?”

“Nee hoor. Ben je gek!”

“Gelukkig”, zei ik. “Wat een ontzettende népwereld.”

“Nou!” zei hij. “Grúwelijk.’

“Maar het was best leuk, toch?”

“Ja”, zei hij. “En de meisjes wilden het ook graag.”

Dat was waar. In ons vorige leven haatten we pretparken. Ook de kinderen waren er nooit bijster enthousiast over geweest. We konden toen niet tegen al die prikkels. Die ene keer dat we de Efteling eerder bezocht hadden, had onze oudste er vooral de lantaarnpalen bewonderd en beklommen. En onze jongste werd na een bezoekje aan het sprookjesbos nog wekenlang geplaagd door dezelfde horrorachtige nachtmerrie over de dood die uit de aarde herrees.

 

Deze column is eerder gepubliceerd in Trouw. Elkes roman heet Ik nog wel van jou. Luister hier naar onze podcast met Elke Geurts over haar roman en scheiding.

Foto door Stefan Scheer.


Gepost in: faits divers op 2018-05-22

Door Elke Geurts

Deze column is eerder gepubliceerd in Trouw. De roman Ik nog wel van jou verscheen onlangs bij Lebowski.


Ook van Elke Geurts

De rust die ik voelde toen ik volmondig ‘ja’ zei

Van de mooiste dag van mijn leven staat mij het ineenzijgen van mijn schoonmoeder bij. Hoe de vrouw die nooit wat had, bezweek. Hoe ze daar lag, midden in onze huwelijkssloep. De commotie die ontstond.


‘Of er in de toekomst ware liefde mogelijk zal zijn tussen mens en android, weet ik niet’

Rond middernacht fietste ik van de schouwburg terug naar huis, en dacht na over het immense belang van een beetje aardigheid.




recente posts