Hotdogs in Auschwitz (Anneleen Van Offel)

Hotdogs in Auschwitz (Anneleen Van Offel)

Anonymous

Ik heb een pesthumeur in Auschwitz, want ik heb honger, mijn voeten doen pijn en de gids jaagt de groep aan een militair tempo barak in, barak uit. Het is na vier uur en het kamp is nu ook zonder begeleiding te bezoeken. De stroom toeristen is nauwelijks bij te houden. Er is nochtans veel moeite gedaan om sereniteit op deze plek te bewaren. Maar dat lijkt buiten iets diep in mensen gerekend, die er in groep in slagen om zich luidruchtig en opdringerig een plek toe te eigenen. Met een blik alsof hij daar recht op heeft, neemt een buikige man óveral foto’s van, ook van de kamers waar het expliciet verboden is. Vormt de camera een barrière voor het kijken, een manier om jezelf buiten beeld te houden?
    Ik heb honger omdat ik niet aan lunch heb gedacht en echt geen hotdog wilde kopen aan het scheefgezakte kraam naast de parking bij de ingang. Genoeg toeristen zwermen als wespen rond het tentje, maar voor mij voelt de kanteling naar het dagelijkse leven hier te scherp. Alles in het dorpje Oswiecim is nadrukkelijker. Honger is hier niet zomaar honger, voeten doen hier niet zomaar pijn. Het kamp legt het dagelijkse leven onder een vergrootglas. Als Auschwitz een museum van de hel is, is Oswiecim een museum van alles wat we vanzelfsprekend vinden. Weinig plekken zijn zo expliciet tegelijk hun tegenovergestelde als het dorpje Oswiecim en zijn Duitse schaduwzijde Auschwitz.
    In Birkenau is de grootste toeristenstroom opgedroogd. Ze hebben Auschwitz gezien, ze zijn er geweest. Hier verzamelen zich alleen nog mensen die zich de moeite hebben getroost om de pendelbus te nemen.
    Tot aan de horizon moeten barakken hebben gestaan, kilometers voor en naast ons. In de verte rookt de schoorsteen van de rubberfabriek waar de gevangenen dwangarbeid moesten doen. Op deze plek lijkt de geschiedenis maar een zucht van ons verwijderd. Op minder dan drie jaar tijd zijn de nazi’s er in geslaagd om hier uit het niets hun moordfabrieken gruwelijk operatief te maken. Nu is er alleen de vlakte over, wat niet meer zichtbaar is kruipt dieper in ons hoofd, ergens waar onze verbeelding zich ophoudt. Auschwitz was meer dan veertig kampen op deze plek. En niet alleen hier. Concentratiekampen zijn uitgezaaid over de hele kaart van Europa, als kankergezwellen in een oud lichaam. Als je ze met elkaar zou verbinden vormen ze een net over het continent.
    Een Amerikaans koppel vraagt aan mijn lief of hij van hen een foto wil nemen voor het spoor waarop een beestenwagen bewaard is gebleven. Vanuit mijn ooghoek zie ik hoe hij gedwee doet wat hem is opgedragen. Ze slaan hun armen om elkaar, glimlachen breed.
     ‘Je trékt hier toch geen foto’s,’ val ik tegen hem uit wanneer ze zijn afgedropen. ‘Dat jij die mensen dan nog hun zin geeft.’
    ‘Ik heb de camera op selfiestand gezet,’ antwoordt hij. ‘En dan stevig ingezoomd.’

 

Deze column is eerder gepubliceerd in De Standaard. Fotograaf: Maarten van der Kamp. In februari verschijnt de debuutroman van Anneleen Van Offel, Hier is alles veilig, bij Lebowski.


Gepost in: proza op 2019-10-23