Hoe een ongeluk verbindt

Hoe een ongeluk verbindt

Elke Geurts

Ineens was de zomer daar. Ik had net gehoord dat ik een woning had voor drie maanden in onze straat. Op mijn slippers liep ik van de steiger terug naar huis, toen mijn dochter belde.

“Hee schatje!” riep ik, “ben je thuis? Je zusje ligt al in het water, hoor!”

Mijn telefoon ging. Een mannenstem. “Schrik niet. Je dochter heeft een ongeluk gehad.”

“Wat is er dan?”

De man vertelde dat ze was aangereden. En waar het gebeurd was. Dat de politie gearriveerd was. Dat de ambulance eraan kwam. Ergens in zijn verhaal onderbrak ik hem en vroeg of ik haar mocht spreken.

“Dat gaat nu even niet”, zei hij, “ze is nog niet aanspreekbaar. Ze mag ook niet bewegen.”

“Wat moet ik doen?”

Dat wist de man ook niet. We hingen op. Op het water dobberde mijn zevenjarige met haar vrienden in een opblaasbootje. Op het terras van het café zaten lachende mensen met biertjes. Er was het antwoordapparaat van mijn ex. Ik deblokkeerde zijn whatsapp: ‘Bel me! Nu!’

Thuis trok ik mijn schoenen aan. De tram zou ik nemen. Naar haar toe moest ik. Staand in de deuropening probeerde ik mijn tranen weg te vegen. De buurman zei: “We rijden er nú heen.” In de auto werd ik gebeld door de politie. Ook sprak ik met mijn ex die vanuit een andere stad naar huis aan het rijden was. Het was de tweede keer in korte tijd dat er een noodgeval was.

Het is fijn te merken dat we meteen weer op één lijn zitten. Hoe het er tussen ons ook voor staat, we zijn de ouders van onze meisjes. En wij zijn de enigen. Dat gevoel is net zo sterk gebleven.


Wit gezicht

In de verte: een knipperende ambulance, politieauto. De buurman parkeerde de auto op de vluchtstrook en ik rende erheen. “Daar is de moeder”, zei een ambulancebroeder. Mijn twaalfjarige kwam overeind zodra ze me zag. De ambulancebroeders vertelden me van alles, maar ik keek naar dat witte gezicht. Mijn enige gedachte: ik neem haar nu mee.

De hersenen van twaalfjarigen zijn nog niet in staat het verkeer goed in te schatten, las ik laatst ergens. Ze was vergeten over haar schouder te kijken en sloeg zomaar af. Gelukkig was het een wielrenner.

Haar vader arriveerde meteen toen we thuiskwamen. We praatten samen. We dronken een glas wijn. Ik bestelde een feestmaaltijd voor ons allemaal bij de Thai.

 

Deze column is eerder gepubliceerd in Trouw. Elkes roman heet Ik nog wel van jou. Luister hier naar onze podcast met Elke Geurts over haar roman en scheiding.

 


Gepost in: faits divers op 2018-04-30

Door Elke Geurts

Deze column is eerder gepubliceerd in Trouw. De roman Ik nog wel van jou verscheen onlangs bij Lebowski.


Ook van Elke Geurts

Elke Geurts neemt afscheid; eerst gingen haar columns over een huwelijk, toen over een scheiding, nu is er een nieuw leven

Elke Geurts neemt afscheid. Haar Tijd-column ‘Over een huwelijk’ werd ‘over een scheiding’, en ten slotte ‘over een nieuw leven’. Als lezers leefden we mee, huiverden we soms en stonden versteld.


‘Ik vind jou een moeder van niks!’ zei mijn dochter

We waren in haar kamertje met het bloemetjesbehang. Een laatste streep zonlicht viel naar binnen. De negenjarige had net gedoucht, en draaide haar haren in de handdoek.

Ik lag al een tijdje op haar bed te wachten. De avonturen van Saskia en Jeroen in de aanslag.




recente posts