Düsseldorf

Düsseldorf

Jonah Falke

Gister namen mijn vriendin en ik een trein naar Düsseldorf. Toen we naar het station liepen kwam er een man met een ‘zuigende bladblazer’ langs.
    Mijn vriendin zei: ‘Het zou me niks verbazen als hij soms per ongeluk een duif opslokt.’ 


Düsseldorf was groot en leeg. Zoals een stad hoort te zijn misschien. Je kunt je er anoniem voelen omdat er niemand is die echt op je let. Düsseldorf leek me zoals je hoopt dat mensen zijn: niet oordelend over wat normaal zou zijn. Wellicht vinden sommige mensen juist daarom steden unheimisch: omdat ze bang zijn vergeten te worden of ongezien te blijven.

We bezochten het museum K20 aan de Grabbeplatz. Ook het museum was leeg. Dat bevorderde het ongestoord kijken, al waren er een paar suppoosten die hun werk iets te serieus namen. Het leek me uit verveling.
    Als tegenhanger van deze gemotiveerde suppoosten was er ook een bewaker die sliep in zijn stoel. Een slapend mens vermaakt zich en is ongevaarlijk.
    Door het gepiep van mijn schoenen maakte ik hem per ongeluk wakker. Hij wreef in zijn ogen en heette ons welkom met een glimlach.

Mijn vriendin bleef staan bij een paar schilderijen van Piet Mondriaan en ik liep verder. Ik sloeg een hoek om en zag daar een Francis Bacon hangen. Ik schrok. Om het licht pathetisch te zeggen: het was alsof ik onverwachts een oude geliefde tegenkwam en niet wist hoe ik moest handelen. Ik verstijfde.
    Een paar minuten later kwam ook zij de zaal binnen.
    We zwegen, keken en later beweerde ze precies hetzelfde te hebben gehad: schrik.
    Ik vroeg haar waarom zij schrok.
    Ze zei: ‘Omdat hij zo goed is, denk ik. Eigenlijk kunnen we nu gaan. Beter dan Bacon wordt het vandaag niet.’
    De kracht van Bacon laat zich volgens mij moeilijk uitleggen.

Na Bacon liepen we de rest van de zalen routineus af. Het ging inderdaad met een stuk minder genoegen gepaard.

Niet veel later slenterden we weer door Düsseldorf. Via een omweg liepen we naar het treinstation. De zon stond laag en op straat liepen aangeschoten voetbalsupporters met rode sjaals om hun nek.

Op de Flinger Straße zag ik iets wat ik nog nooit had gezien. Een man lag op zijn buik op een te groot, verhoogd skateboard met gigantische wielen. Hij was vermoedelijk verlamd en het enige wat hij nog kon gebruiken was zijn kin. Iedere passant keek even naar hem. Stiekem maakte ik een foto. In het museum had ik foto’s gemaakt van minder bijzondere objecten.
    Toen hij was verdwenen begon ik te lachen en raaskalde: ‘Zag je dat? Hij had wel schoenen aan, die zullen nooit meer slijten. Alles met zijn kin. Hoe dan? Bizar toch?’
    Mijn vriendin lachte niet maar vroeg: ‘Zou je hem ook recht in zijn gezicht uitlachen?’
    ‘Wat bedoel je?’
    ‘Gewoon, zou je dat doen?’
    ‘Ik vind hem ook dapper hoor,’ zei ik wat nerveus. ‘Hij wil leven, gaat door, maar toch vond ik het vreemd.’
    Ze keek me strak aan en zei: ‘Je moet mensen niet uitlachen, daar maak je ze minder mens mee.’
    Veel meer dan gelijk kon ik haar niet geven.

Een dier weet niet dat het een dier is. Een mens denkt soms iets te weten, met alle gevolgen van dien.
    We liepen zwijgend verder.
    Voor het treinstation zat een bedelaar. Om hem heen scharrelden tientallen nietsvermoedende duiven.


Gepost in: proza op 2017-09-26

Door Jonah Falke


Ook van Jonah Falke

Troost

Op een terras, ergens in de zon, vergezelde ik mijn geliefde en een vriendin van haar. Ze zei van tevoren: ‘Ik vind het fijn dat je mijn vrienden leert kennen.’ Het was druk op het terras. Aan weerskanten van onze tafel jengelden baby’s. Het geluid ging door merg en been. 


Vegetarische dromen

Van ongesteldheid viel mijn moeder als meisje van de fiets. Hoe lang ze op straat heeft gelegen en wie haar daar vond, is een raadsel. Wel snuffelden er wat straathonden aan haar, dat weet ze nog. In die tijd liepen er in dorpen nog honden in het wild rond.




recente posts

Troost

Troost

Jonah Falke
Gepost op: 2018-04-19 in: faits divers
Gepost op: 2018-04-17 in: faits divers