Disneyland is een aanrader met een gehandicapt kind

Disneyland is een aanrader met een gehandicapt kind

Willem Vissers

Ze zeggen weleens dat kinderen als Samuel graag met dolfijnen zwemmen. Hij raakte inderdaad al in extase van een reclame over het Dolfinarium op televisie. Dat was een goed begin. Hij flapperde met zijn rechterarm, bijna als een dolfijn met zijn vin.
 

De logische volgende stap was een bezoek aan het Dolfinarium in Harderwijk. Samuel zat nog voor de eerste rij, in zijn rolstoel, in de zogenoemde spetterzone, met een blauw zeil over de schoot. Hij toonde totaal geen interesse voor de kunstige sprongen van de beesten. Hij keek voortdurend achterom, of wij dicht genoeg bij hem waren. Pas toen een dolfijn, alsof die om aandacht vroeg, vlak voor zijn neus een duik nam en Samuel een plens water over zijn gezicht kreeg, was hij bij de les.

Tot zover de dolfijnen. Andere pretparken dan. Julianatoren, bij Apeldoorn, is bijna geen doen met een rolstoel. Bochtje hier, bochtje daar. Petieterig. En probeer hem maar eens in zo'n bakje te tillen. Nee, dan is Disneyland Parijs het walhalla. Dat is een Amerikaans concept, dus ruim van opzet en toegankelijk voor rolstoelen. Bij Amerikanen hebben gehandicapten een streepje voor en eerlijk gezegd is dat best lekker.

Het allermooist vindt Samuel de attractie 'It's a small world'. Een bootje vaart door een hal over de nagebootste wereldzeeën, terwijl telkens hetzelfde liedje klinkt, elke keer met een muzikaal sausje van het continent. Varen langs Tower Bridge en Eiffeltoren, langs muzikantjes uit alle windstreken, langs wereldwonderen en buigende poppen in kimono. Alle poppen bewegen, het liedje is een oorwurm.

We ontwaren de symboliek: Samuels wereld is ook klein. Het is alsof hij dat begrijpt. Zijn knuistjes zijn gebald van enthousiasme, de ogen rollen bijna uit de kassen, de lach spat van zijn gezicht. Soms is het bijna akelig. Dan lijkt het of hij uit elkaar kan knallen, zo rood loopt zijn hoofd aan van opwinding. Naar het gezicht van Samuel kijken is voor ons de grootste attractie van het pretpark.

Hij is eens uit bed gerold in de Davy Crockett Ranch, een hotel bij het park. Maar al met al is het top, vooral omdat we nooit in de rij hoeven staan. We mogen via de uitgang naar binnen met onze speciale pas. In twee dagen hebben we alles gezien wat we willen zien.

Nou ja, bij het laatste bezoek ging het toch weer iets langzamer, want ze hebben ontdekt dat het bij nood lastig ontruimen is als alle rolstoelers tegelijk in attracties zitten. Ze doseren nu. Maar goed, wij snijden evengoed stukken af en staan nauwelijks in de rij. Disneyland is een aanrader met een gehandicapt kind.

In een jolige bui hebben we zelfs eens overwogen Samuel uit te lenen aan bevriende families, als die na thuiskomst vertelden dat het gezellig was geweest, maar dat ze gek werden van die rijen. Ze stonden wel een uur te wachten voor één ritje van drie minuten. Het was eigenlijk best een goed plan: Samuel elke week mee naar Disney, steeds met andere mensen.

We hebben het toch niet gedaan. Het zou een beetje opvallen, elke keer datzelfde blije jongetje in een bootje, varend langs Tower Bridge en Eiffeltoren, elke keer met andere ouders. En bovendien: zo lang kunnen we hem helemaal niet missen.
 

Willem Vissers (1964) schrijft iedere week in de Volkskrant over het leven met de gehandicapte Samuel, de middelste van zijn drie zonen. Zijn kroniek verschijnt iedere woensdag om 12.00 uur op het Lebowski Blog. Dit is deel 13.

Reageren? w.vissers@volkskrant.nl


Foto © Marijn Scheeres


Gepost in: faits divers op 2017-03-29

Door Willem Vissers


Ook van Willem Vissers

We zijn bang voor Samuels weerloosheid

Samuel wil best een knuffel op zijn aanlokkelijke wangen, maar het moet niet te gek worden. Hij is geen jongen van de langdurige omhelzing. Bernique herinnert zich maar één keer dat Samuel echt tegen haar wilde aankruipen op de bank, omdat hij troost zocht. Dat was na een valpartij tegen de muur, thuis.
 


We waren gewoon niet met onszelf in het reine gekomen als we hem hadden laten aborteren

Het artikel in de Volkskrant was hartstikke genuanceerd en Samuel heeft niet het syndroom van Down, maar toch trok de kop boven het stuk onze speciale aandacht: 'De Downloze samenleving, moeten we dat willen?' Het ging onder meer over de NIPT-test, waarmee het syndroom in een vroegtijdig stadium tijdens de zwangerschap is op te sporen. En het ging natuurlijk ook over de achterliggende levensvraag, over de dilemma's bij het afbreken van de zwangerschap. Kortweg: houd je een Downkind of niet?
 




recente posts

Rolstoel

Rolstoel

Jonah Falke
Gepost op: 2017-09-19 in: proza
Gepost op: 2017-09-19 in: current affairs
Gepost op: 2017-09-18 in: faits divers
Gepost op: 2017-09-13 in: faits divers