De eerste Giro van Steven Kruijswijk (door Timo Bruijns)

De eerste Giro van Steven Kruijswijk (door Timo Bruijns)

Guest

Was ik hoofdredacteur van een Nederlandse krant, zou ik nu de drukker bellen en vragen wat het kost om de maandageditie op roze papier af te laten drukken. Steven Kruijswijk wordt zondagmiddag in Turijn namelijk gehuldigd als eerste Nederlandse winnaar van de Giro d'Italia en dat moet gevierd worden. 

Vier etappes nog. Vier etappes waarin er een hond met staar dwars door het peloton kan denderen, waarin een Italiaans schouderduwtje funest kan zijn, waarin een hongerklop op de flanken van de Colle d'Agnello kan besluiten zich te nestelen in het lichaam van de rozetruidrager. O, er kan in de laatste 703 kilometer van alles misgaan. Dat kan. Maar dat gebeurt niet. De kleine Kruijswijk, met schouders zo vierkant dat hij uit roze Lego gehouwen lijkt, laat zich dit niet meer afnemen. Zondag wordt de liefde tussen Brabantse Stevie en de Giro d'Italia bezegeld. De liefde die zes jaar geleden begon in onze hoofdstad.

In 2010 startte de Italiaanse pracht- en praalkoers ook in Nederland: in Amsterdam. Ik volgde de ronde van start tot finish als verslaggever met backpackbudget.
Waar denk ik aan als ik zes jaar terug ga in de tijd? Aan Bradley Wiggins die in Amsterdam door een walm van wiet naar winst in de proloog snelde, aan Yolante Cabau van Kasbergen die als rondemiss met kniehoge witte laarzen de rennershoofden op hol bracht. Aan Wouter Weylandt, die nog leefde, en de etappe naar Middelburg won. Precies een jaar na zijn zege maakte een noodlottige val een einde aan het leven van de jonge Belg. De Giro, de ronde die zo mooi, maar ook zo vernietigend kan zijn.

Ik denk aan de met modder besmeurde wegen richting Montalcino, aan bergen die als gekartelde schuttingen aan de horizon staan. Aan Brunello en café corretto. Aan de ongelofelijke warmte van de Italianen die op mijn pad kwamen. Liftend, schooiend en couchsurfend lukte het me drie weken lang iedere dag weer om bij de finish te komen en mijn verhalen en columns door te sturen. Een koortsachtige trip van Amsterdam tot aan Verona. En natuurlijk, vooral deze dagen, denk ik aan Steven Kruijswijk, voor wie de Giro van 2010 zijn eerste grote ronde was.

Als neoprof werd Kruijswijk op het allerlaatste moment aan de ploeg toegevoegd, omdat kopman Freire ziek was. De avond voordat de Giro begon, meldde hij zich met zijn ploeggenoten bij De Wereld Draait Door.

‘De hele Rabobankploeg is te gast bij Matthijs van Nieuwkerk. Met het uitvallen van Oscar Freire en Koos Moerenhout blijft er een team over van jong talent en vrijbuiters, een team waar je niet te veel van mag verwachten. De sfeer in de studio is misschien daarom ook uiterst ontspannen. “Heb jij al eens op de fiets gezeten?” vraagt de presentator met een knipoog aan de piepjong ogende debutant Steven Kruijswijk.’

‘Slechts 22 jaar, neo-prof, en meteen naar die grote, beangstigende Giro d’Italia. Natuurlijk kende hij de verhalen van de steile, smalle wegen, de maniakale beklimmingen als Kronplatz en Mortirolo. Maar hoe het in het echt zou zijn? Hij had geen flauw idee. Eigenlijk had hij nooit een koers gereden in het hooggebergte. Zenuwen? Natuurlijk. Maar niet te veel.’

Niemand verwachtte iets van de jonge Brabander, ik ook niet. De Giro trok via Amsterdam, Utrecht en Zeeland naar het moederland. Kruijswijk bleek zich thuis te voelen in het Italiaanse landschap. Meer dan dat. Hij ging met de besten mee omhoog, ontdekte dat er een ronderenner in hem school. Iedere keer weer de verrassing bij de finishlijn. Kruijswijk? Nu al?  Op 26 mei 2010, vandaag precies zes jaar geleden, won hij bijna de etappe naar Peio Terme.

‘Twintig dagen later rijdt de tengere, rossige Brabander weer op kop. Met Danilo Hondo en Damien Monier dit keer. Kruijswijk merkt dat Hondo sterk is en weet dat die Monier op Kronplatz goed omhoog ging. Frans Maassen geeft hem over de communicatie een boodschap mee. Als je goed bent, val dan drie kilometer voor het einde aan. Hij maakt zich op voor zijn aanval, maar iemand is hem voor. Aan de voet van het laatste stuk gaat Monier. Wat valt er over hem te vertellen? Niet veel. Hij reed veel op de piste, is getrouwd met een Chinese vrouw en heeft van Steven Kruijswijk nog nooit gehoord. Maar Hondo kent hij wel. En daar wil hij niet mee naar de streep. Weg is hij.

Kruijswijk, Nederlands kampioen bij de Beloften, kijkt naar Hondo. De Duitser bluft, denkt hij. Die gaat er nog wel achteraan. Maar nee. Hondo bluft niet en Monier is weg. Kruijswijk probeert nog de oversteek te maken. Hij blijft hangen en Monier rijdt verder weg. In de laatste meters komt Hondo ook nog over hem heen. Als derde komt hij over de streep. Slierten slijm hangen uit zijn keel. Teleurstelling en tevredenheid. Hij heeft weer geleerd. Als hij net zo lang doorgaat als Gilberto Simoni kan hij nog zestien keer de Giro rijden. Kansen genoeg.’

Kruijswijk eindigde in 2010 als achttiende in het eindklassement, maar belangrijker nog: hij had zijn grote liefde in het wielerlandschap gevonden. Sinds 2010 is het Giro hartje Kruijswijk en Kruijswijk hartje Giro. Ik keerde nooit meer terug naar de Giro, hoezeer ik de ronde ook in mijn hart had gesloten. Maar Steven bleef zijn Giro trouw. Zes deelnames in zeven seizoenen (alleen in 2012 sloeg hij over). In 2011 werd hij achtste, afgelopen seizoen (na een paar mindere jaren vanwege een liesblessure) zevende. En na die editie van vorig jaar voelde hij dat er nog meer inzat. Want wat als hij niet zoveel tijd had verloren de eerste week?

Zondag staat hij als eindwinnaar op het podium. Steven Kruijswijk wint de Giro. Tik het en je gelooft het niet. En toch is het waar. De kleur van de liefde is roze.


In 2011 schreef Timo Bruijns Amsterdam – Verona: Dagboek d’Italia 2010 naar aanleiding van de columns die hij over de Giro in 2010 schreef voor Wielermagazine. Het is een soort reisverslag, waarin ook een verhaal specifiek over Kruijswijk gaat. De cursiveringen zijn citaten uit dit boek. Bruijns werkt momenteel aan een debuutroman, met als werktitel Supersonic, die bij Lebowski verschijnt.


Gepost in: current affairs op 2016-05-26

Door Guest

Blogs geschreven door gastbloggers...


Ook van Guest

De Selectie (slot): Lot Veelenturf

Lebowski gaat, in samenwerking met ArtEZ Creative Writing, in rap tempo 11 jonge schrijvers op u afvuren. Iedere week een. Wat ze kenmerkt is talent, veelzijdigheid en een frisse blik. Elke woensdag wordt van een van de schrijvers uit de selectie poëzie, een kort verhaal of een essay op de stip gelegd. Nog ongepubliceerd, dus u krijgt telkens een primeur!

Lot Veelenturf maakt het feest (en de reeks) compleet, en in all fairness: Lot liep bij ons stage en was zelf het creatieve brein achter De Selectie. Nu is Lots stage afgelopen en plaatsen we als knallende afsluiter de audiodocumentaire Sugartits, over drag en de mensen achter de laag make-up en glitter. Enjoy!


Jong en s c h r i j v e n d (door Gina Hay)

Iedere week bespreken we bij de redactievergadering van Lebowski alle roddel en achterklap in boekenland. Deze week kwam het Volkskrant-artikel ter sprake waarin Aleid Truijens zes tips voor ambitieuze amateurschrijvers deelde. NRC-journalist Thomas de Veen ging in de aanval op Twitter: hij vond de tips ‘verschrikkelijk, op het cynische af’.* Wij op onze beurt wendden ons tot onze kersverse schrijvende stagiaire Gina Hay, negentien jaar, en studente Creative Writing aan de University of Victoria in Canada. Denkt zij dat je schrijven kan leren op een school – net als dat je viool kan leren op het conservatorium, of fotografie aan de kunstacademie? Zij antwoordde, geheel in stijl, in een essay – gericht aan alle nieuwe schrijvers.




recente posts

Waarschuwing

Waarschuwing

Jonah Falke
Gepost op: 2018-07-12 in: proza
Gepost op: 2018-07-11