Dat onbekommerde meisje met dat rokje bleek een vechter

Dat onbekommerde meisje met dat rokje bleek een vechter

Willem Vissers

Het is bijna dertig jaar geleden dat ik haar zag, dat mooie meisje uit het dorp, de dochter van de drogist en de verloskundige. Ze droeg een wit, best kort rokje en keek ondeugend. Het kunnen ook de zenuwen van het spel zijn geweest. Ze heette dus Bernique, niet Monique. Haar vader vroeg zich af wie dat mannetje was dat zijn dochter zoende, toen hij haar ophaalde voor de deur van discotheek Spee.
 

15 augustus 1987.

Ja, ik was helemaal afgegaan op haar uiterlijk van vrolijke, razendknappe spring-in-'t-veld, en nadat we van de schrik waren bekomen om het leeftijdsverschil (ik drieëntwintig, zij zestien) is het bijna vanzelf gegaan al die jaren.

Liefde geeft het leven een aangename lichtheid mee, waardoor ouder worden niet zo zwaar voelt. Ze is nog steeds een schoonheid en menigeen schat haar achtendertig, maar de zoektocht naar haar innerlijk is zeker zo fascinerend geweest. Dat onbekommerde meisje met dat rokje bleek een vechter, alsof we altijd hebben geweten wat nodig was met Samuel op komst, onze middelste zoon die een groter gevecht nodig heeft dan de andere twee.

Bernique is wars van flauwekul, van overdreven, buitenissig gedoe. Ze volgt altijd de hoofdlijn, en zeker inzake Samuel is de hoofdlijn een primaire levensbehoefte. Hoe zij bijna altijd vrolijk blijft en beslist, slechts zelden negatieve gevoelens toelaat, dat vertedert en imponeert mij. Hoe ze telkens weer nieuwe energie vindt, hoe ze al die doktoren bezoekt, voor de zoveelste passing van spalken, naar de orthoptist voor de ogen van het ventje, naar de kinderarts, naar wie of wat dan ook. Jazeker, soms ga ik mee, maar ze vindt het nooit een probleem als ik op pad ben of nog een of ander stukje moet tikken.

Zo rustig als ze blijft aan de telefoon, als ze al een paar keer is doorverbonden en iets voor de duizendste keer moet uitleggen. Het is zo mooi te zien hoe ze opkomt voor Samuel, hoe ze zich in het woud van regels nooit laat afschepen door een bureaucraat, hoe ze het vaak inmiddels beter weet dan de professionals. Nee, dat zou ik nooit zo kunnen, dat gevecht leveren. Ik vul met moeite een formuliertje in. En dan heeft ze nog energie over voor haar schoonheidssalon en voor een wekelijks ritje naar Limburg, naar haar bedlegerige oude vader. Dan is ze ook nog de klusjesvrouw in huis en rijdt ze op de dag dat ik de vrouwenfinale voetbal versla met een grote bestelbus vol spullen naar het nieuwe adres van David in Tilburg.

Samuel is 1,58 meter. Volgens de groeicurve eindigt hij bij 1,65. Hij zal altijd klein blijven, onlosmakelijk verbonden met zijn syndroom. Als hij die lengte haalt, is hij iets kleiner dan zijn moeder. Het is een mooi gezicht om ze naast elkaar te zien staan. Als Bernique om een kus vraagt, biedt hij zijn bolletje aan om hem op het hoofd te zoenen, maar dan wil ze een echt kusje, op zijn wang of op de mond. Ze zijn zo'n fijn stel. Bernique zegt weleens voor de grap dat Samuel haar looks heeft en mijn brains. Samuel heeft ons mooier gemaakt, en haar zeker.


Willem Vissers (1964) schrijft wekelijks in de Volkskrant over het leven met de gehandicapte Samuel, de middelste van zijn drie zonen. Zijn kroniek verschijnt iedere woensdag op het Lebowski Blog. Dit is deel 32.

Reageren? w.vissers@volkskrant.nl


Foto © Marijn Scheeres


Gepost in: faits divers op 2017-08-09

Door Willem Vissers


Ook van Willem Vissers

Dat kleine kereltje dat zijn grote, behoeftige broer tegen de berg opduwt

Pang. Het leek wel een pistoolschot. Eindhovenaren keken schichtig om zich heen. Daarna volgde collectieve opluchting. Het was een klapband bij Samuels buggy, links, achter. Eerst hadden we massieve banden, maar dat rijdt niet lekker. We kozen dus voor banden met lucht. Die slijten, met een jongen van bijna 60 kilo aan boord. We reden de volgende morgen naar Heerlen, voor een nieuwe band bij het servicepunt van Medipoint.


Samuel staat vaak in het middelpunt; wat vinden zijn broers daarvan?

Als het maar niet over brusjes gaat, zegt David stellig. Vooruit dan maar met dat stukje over de broers van Samuel, maar hij is dus geen brus, oftewel de broer of zus van een gehandicapt kind. Nou ja, hij is het feitelijk natuurlijk wel, maar met de naamgeving heeft hij niets, evenmin als met de verhalen dat hij daarvan misschien psychologische gevolgen zal ondervinden, vanwege tekort aan aandacht.
 




recente posts