Berichten uit de Biotoop: De mier wil bezoek

Berichten uit de Biotoop: De mier wil bezoek

Sabine van den Berg

Schrijfster Sabine van den Berg leeft met haar gezin in de grootste kunstenaarsgemeenschap van Noord-Nederland: De Biotoop te Haren. In het voormalige Biologisch Centrum van de RUG wonen en werken meer dan 300 mensen.
 

Vorig jaar zwierven er lange tijd houten wegwijs-pijlen rond op het Noorderveld. ‘MERIJN VRIJ’ stond erop met hoofdletters. Ik speelde met een hond. De hond bracht me een van de pijlen en later zag ik er nog eentje aan een hek, en weer later kwam ik er een tegen in de berm bij de ingang. Wat betekent, of wie is, MERIJN VRIJ? Is het een naam, of een oproep dat ene Merijn – ik kende niemand die zo heette – vrij zou moeten zijn, of aan vrije kunst doet?

Recht tegenover de benzinepomp, grenzend aan het hek van de Hortus, iets verscholen in het groen aan de Kerklaan, staat ‘de Paardenkoppenschuur’. Inmiddels is een van de paardenkoppen afgebroken en moet je sowieso goed kijken om een paardenkop te herkennen in de witte uitgezaagde vorm op het dak, maar dat is hoe de meesten het houten huis – type blokhut – noemen.
Al sinds ik voor het eerst kennismaakte met De Biotoop, ben ik nieuwsgierig of het huis is bewoond. Het fascineert me, het schijnt bij De Biotoop te horen, maar het is zo afwijkend en staat zo’n eind van de andere gebouwen dat het net zo goed van een particulier zou kunnen zijn. Wanneer ik ernaar vroeg, kreeg ik vage antwoorden.
Tot ik laatst hoorde dat Merijn Vrij erin werkt, een landart kunstenaar. Ik herinnerde me de wegwijs-pijlen op het Noorderveld. Altijd als ik rondkeek bij het houten huis was het afgesloten, maar er bleek dus iemand in te werken, een landschapskunstenaar nog wel. Dat verklaarde een hoop, een kunstenaar die buiten kunst maakt, is minder vaak in zijn atelier. Ik googlede zijn naam en zag indrukwekkende projecten in binnen- en buitenland van onder andere riet en wilgentenen in combinatie met krimp- en aardappelfolie.

‘Joehoe, is daar iemand? Ik steek mijn hoofd om de geopende achterdeur en zie twee gigantische lengtedoorsnedes van een kromme boom liggen op schragen. Er staat een schuurmachine bovenop. Na nog een keer roepen, krijg ik antwoord.
Een fronsende man met een baardje en gehoorbeschermers op komt tevoorschijn en stelt zich inderdaad voor als Merijn Vrij. Hij krijgt niet vaak bezoek en wil weten wie ik ben en wat ik kom doen. De Paardenkoppenschuur ruikt van binnen naar pas gezaagd hout. Het is ijskoud, net zo koud als buiten. Ik heb een thermoskan thee meegenomen en twee bekers, want ik weet dat er geen stromend water is. Merijn gooit een blok hout in zijn houtkachel. We zwijgen eerst een poos. Ik bekijk een ontwerpschets van een ‘hangende waterdruppel’, een van zijn beelden die ik herken uit een bos vol enorme waterdruppels die aan bomen schommelen.
De houtkachel heeft Merijn er zelf ingezet en de schuur knapte hij op, want binnen was het begroeid met klimop en waren er hele delen weggerot. Ik kijk in de nok van het hoge dak. Zulke schuren en hutten ken ik wel uit Noorwegen.
In de tijd van het Biologisch Centrum werd vanuit deze schuur het veldwerk georganiseerd. Hier vulden de biologiestudenten hun rugzakken en maakten ze hun spullen in orde om eropuit te trekken, ’s middags keerden ze hier weer terug met gevulde potjes en blocnotes vol aantekeningen.
‘Eigenlijk doe ik hetzelfde,’ zegt Merijn. ‘Ik bereid hier een beeld voor en doe het veldwerk buiten.’
Ik vraag naar de planken van de kromme boom, wat gaat dat worden?
‘Dit is de zitting van een buitenbank.’ Hij wijst naar de rij rondjes die hij langs een zijde met potlood op het hout heeft getekend. Die moeten nog worden uitgeboord. ‘De rugleuning zal bestaan uit jonge wilgenscheuten die erdoorheen groeien als spijlen. Dat heeft tijd nodig, dus eerst zal ik de zitting moeten stutten, maar uiteindelijk dragen de wilgen deze zitting en hangt hun groen als een soort huif over de bank.’
We drinken thee. De houtkachel gloeit. Ik stel me voor dat ik ergens in Noorwegen op bezoek ben bij een houthakker. Merijn bekent dat hij niet veel mensen uit De Biotoop kent. Hij werkt het liefst alleen, dat vermoeden had ik al. Als hij hier is, moet hij zich concentreren, dan schiet het erbij in om anderen te bezoeken.
‘Doe jij mee met de open dag?’ vraagt hij ineens.
Ik vertel hem dat ik de hele dag in en om het restaurant van Vleugel F optreed. Met een verrijdbare geluidsinstallatie zal ik bij mooi weer op het terras mijn ‘Berichten uit De Biotoop’ voorlezen. Ook declameer ik gedichten in de Rode Zaal uit mijn pas verschenen dichtbundel. En er is een expositie van mijn tekeningen in het restaurant. ‘De hele dag in Vleugel F dus.’
Merijn staart voor zich uit, dan begint hij te praten. Hij wil op de open dag iets bijzonders doen. Een vriendin van hem exposeert in de Paardenkoppenschuur met schilderijen. Het liefst wil hij er levende muziek bij. Een paar kraampjes met mensen die zelf wat lekkers hebben gebakken of iets verkopen van natuurlijke materialen. Dat past wel goed bij zijn werk. Misschien nog iemand die verhalen of gedichten voorleest? Hij mijmert hardop.
‘Wat ga jij dan doen?’ Ik kijk naar de twee kromme planken, die bank is nog lang niet af.
Hij zou het liefst op de dag zelf een monumentale sculptuur maken samen met de bezoekers. ‘Iets wat we met z’n allen doen, bestaand uit de lievelingskleuren van iedereen. Wat dan ’s avonds licht geeft.’
Ineens weet ik aan wie deze teruggetrokken man me doet denken: de mier uit de dierenverhalen van Toon Tellegen! De mier die zijn verjaardag wil vieren en nadenkt over een feestje, die samen met de andere dieren uit het bos taart wil eten en iets moois wil beleven.
‘Vorig jaar kon niemand me vinden.’ De mier kijkt me even verdrietig aan. ‘De pijlen die ik had neergezet waren omvergereden door auto’s, maar dat wist ik natuurlijk niet want ik zat hier te wachten.’
Arme Mier, ik beloof hem dat ik een tof stuk over hem zal schrijven. Over zijn grootse bouwwerken die hij meestal in zijn eentje volbrengt, maar dat hij droomt over een feestje met anderen op de open dag.
 

De open dag van De Biotoop is dit jaar op zondag 26 mei van 11.00 tot 18.00 u.


Nestvlinders, het dichtdebuut van Sabine van den Berg, is op 25 januari uitgekomen. In deze bundel staan ook tekeningen die zij bij haar gedichten maakte. Bij Lebowski verscheen Zien Horen Zwijgen. Eerdere afleveringen van De Biotoopfeuilleton staan op www.Sabinevandenberg.com.

Tekst & illustratie: Sabine van den Berg


Gepost in: faits divers op 2019-05-24

Door Sabine van den Berg

Sabine van den Berg (1969) volgde de opleiding Reclametekenen in Amsterdam, studeerde tekenen en beeldhouwen aan de Kunstacademie te Rotterdam, en proza aan schrijversvakschool ’t Colofon in Amsterdam. In 2000 verscheen haar eerste roman De naam van mijn vader, gevolgd in 2002 door De lachende derde. In 2013 verscheen Wissel en in 2016 Dingen die niet mogen


Ook van Sabine van den Berg

Amorfe fallus

Schrijfster Sabine van den Berg leeft met haar gezin in de grootste kunstenaarsgemeenschap van Noord-Nederland: De Biotoop te Haren. In het voormalige Biologisch Centrum van de RUG wonen en werken meer dan 300 mensen

***


Onkruid

Schrijfster Sabine van den Berg leeft met haar gezin in de grootste kunstenaarsgemeenschap van Noord-Nederland: De Biotoop te Haren. In het voormalige Biologisch Centrum van de RUG wonen en werken meer dan 300 mensen. Vandaag: 'Onkruid'.




recente posts

Bezit

Bezit

Jonah Falke
Gepost op: 2019-12-12 in: faits divers
Ruzie

Ruzie

Elke Geurts
Gepost op: 2019-12-11 in: faits divers
Gepost op: 2019-12-05 in: faits divers