Berichten uit de Biotoop: Afsnijden

Berichten uit de Biotoop: Afsnijden

Sabine van den Berg

Schrijfster Sabine van den Berg leeft met haar gezin in de grootste kunstenaarsgemeenschap van Noord-Nederland: De Biotoop te Haren. In het voormalige Biologisch Centrum van de RUG wonen en werken meer dan 300 mensen.

Het spannendste wat ik de afgelopen jaren vanuit mijn schrijfkast zag, was een wespennest vlak onder de dakrand. Een enkele keer landt er een Vlaamse gaai, een kauwenkoppeltje of lijster op de brandtrap die dan een nootje of slakkenhuis proberen stuk te slaan op een tree. Soms zie ik ver onder me een koerier of bezoeker de toegangstrap oplopen en meestal weer onverrichter zake terugkeren, want het kantoortje van de beheerder heeft beperkte openingstijden. Dat is het wel zo ongeveer.
Voor grote ideeën heb ik weinig ruimte nodig. Ik werk in het kleinste atelier van vleugel A in De Biotoop. Het kamertje waarin ik schrijf en teken is eigenlijk meer een inloopkast. Voor ik erin trok, stond het vol met theaterattributen. Er is een raam dat niet open kan, daarom laat ik mijn deur altijd op een kier staan. Ik noem mijn schrijfkast ook wel ‘mijn oogkleppenkamertje’. Ik kan er namelijk weinig anders dan werken.

’s Middag zit ik aan mijn bureau. Ik staar voor me uit en ontdek ineens een beweging ver onder me. Ik zie een meneer met een rollator. De man tilt de rollator tree voor tree op, hij beklimt de toegangstrap. Voor ik heb bedacht dat dat nooit goed kan gaan, tuimelt hij al naar achteren en krijgt de rollator over zich heen. Ik schrik, buig me voorover, kijk of er iemand bij hem is, maar ik zie niemand. Dan storm ik mijn schrijfkast uit, dender alle trappen af en ren zo snel ik kan naar de oude man onderaan de trap. Gelukkig, geen bloed. Hij heeft de rollator van zich afgeduwd en ligt nog op zijn rug. Ik bied hem een hand aan, ondersteun hem. Met knikkende knietjes gaan we samen op de onderste tree zitten. Nu ik hem beter bekijk, zie ik dat hij een net pak draagt met daaronder een kraakhelder overhemd en een stropdas: een keurig Harens heertje.
Ik vraag of hij pijn heeft. De man schudt zijn hoofd, maar ik vertrouw het niet helemaal. Hij maakt een verwarde indruk, hij hijgt en geeft geen antwoord meer op mijn vragen.
De toestand lijkt me niet ernstig genoeg voor 112. Gelukkig wonen er in De Biotoop een paar BHVers (bedrijfshulpverleners). Ik bel mijn buurjongen en zijn moeder, die er toevallig allebei eentje zijn. Terwijl we wachten, probeer ik de naam van de man te achterhalen. Hij somt een drietal uitvoerige doopnamen op, maar zijn achternaam weet hij niet meer.
Ik vraag waarom hij de trap op ging. Hij zegt: ‘Ik wilde afsnijden.’
‘Dat lukt niet via de trap,’ leg ik uit. ‘Begrijp ik het goed dat u over het terrein van De Biotoop wilde doorsteken?’
Hij knikt.
‘Dat kan wel hoor, maar dan moet u anders lopen. Waar was u naar op weg?’
Het duurt even voor ik begrijp dat hij uit een verzorgingshuis afkomstig is en vaak een rondje om het terrein van De Biotoop loopt.
‘Dat is een lange wandeling. Wat goed van u.’
Inmiddels zijn mijn buurjongen Paul en zijn moeder Anke aangekomen. Anke steekt haar hand uit en stelt zich voor. In een automatisme noemt de man nu ook zijn achternaam.
Hij zit nog steeds op de stenen trap. ‘Wat een aardige mensen wonen hier.’
Anke en Paul stellen vragen over de valpartij.
Nu ik zijn achternaam weet, bel ik een paar verzorgingshuizen in de buurt. Bij de tweede is het raak. De meneer blijkt 93 jaar te zijn en maakt inderdaad nog altijd lange wandelingen, hij is niet op zijn kamer. Dit moet hem zijn.
Anke en Paul willen hem met de auto terugbrengen. Eerst wil het heertje er niets van weten, maar uiteindelijk laat hij zich overhalen. Anke ondersteunt hem als hij opstaat.
Paul hijst de rollator in de kofferbak. De drieënnegentigjarige kijkt misprijzend en merkt op: ‘Al die drukte om een oude kerel.’ Vlak voor hij de auto instapt, zegt hij tegen mij: ‘Ik kom terug en dan snij ik af, nu weet ik dat het kan!’

Nestvlinders, het dichtdebuut van Sabine van den Berg, is op 25 januari uitgekomen. In deze bundel staan ook tekeningen die zij bij haar gedichten maakte. Bij Lebowski verscheen Zien Horen Zwijgen. Eerdere afleveringen van De Biotoopfeuilleton staan op www.Sabinevandenberg.com.

Tekst & illustratie: Sabine van den Berg


Gepost in: faits divers op 2019-04-05

Door Sabine van den Berg

Sabine van den Berg (1969) volgde de opleiding Reclametekenen in Amsterdam, studeerde tekenen en beeldhouwen aan de Kunstacademie te Rotterdam, en proza aan schrijversvakschool ’t Colofon in Amsterdam. In 2000 verscheen haar eerste roman De naam van mijn vader, gevolgd in 2002 door De lachende derde. In 2013 verscheen Wissel en in 2016 Dingen die niet mogen


Ook van Sabine van den Berg

Berichten uit de Biotoop: Gouden tepel

Schrijfster Sabine van den Berg leeft met haar gezin in de grootste kunstenaarsgemeenschap van Noord-Nederland: De Biotoop te Haren. In het voormalige Biologisch Centrum van de RUG wonen en werken meer dan 300 mensen.


Berichten uit de Biotoop: Spoorbaan

Schrijfster Sabine van den Berg leeft met haar gezin in de grootste kunstenaarsgemeenschap van Noord-Nederland: De Biotoop te Haren. In het voormalige Biologisch Centrum van de RUG wonen en werken meer dan 300 mensen.




recente posts