Als we Samuel horen, is de zomer in aantocht

Als we Samuel horen, is de zomer in aantocht

Willem Vissers

Waren wij de jury van een Lingo-achtige taalshow, dan konden wij slechts één woord van Samuel goedkeuren volgens de regels van de Van Dale: ja. Hoewel hij meestal jaja zegt, ook als hij nee bedoelt. Baba, nummer twee op het lijstje van zijn woordenschat, is al twijfelachtig, als officieel woord dan.
 

Gelukkig zijn wij geen jury, maar mama en papa. Wij lezen zijn taal en zijn gedachten, we wegen zijn nukken en oprispingen. In onze herinnering heeft hij trouwens één keer mama gezegd, op Moederdag nota bene, maar dat is alweer ruim tien jaar geleden. De doorbraak in spraak leek aanstaande, doch bleef uit. Het was in retrospectief een geluksmoment pur sang.

Samuel is vooral eu, of eeeuuuu, of eeeeuuuuuuu. Dat is zijn woord, zijn klank. Kort uitgesproken, langgerekt, hard of zacht, al met een beginnend baardje in de keel. Soms slaat zijn stem even over. Hoe hij zich voelt, valt te destilleren uit de klank van eu, uit het timbre. Aan de intonatie is af te leiden of hij boos is, blij of gewoon tevreden.

In het dorp kennen ze hem inmiddels. Als we er met de wandelwagen een loopje maken, golft zijn ‘eu’ door de straat. Elders valt hij meer op. Het is weleens gebeurd dat alle hoofden op een terras draaiden toen we langsliepen. Bernique zei eens: ‘Als we van iedere voorbijganger die naar Samuel kijkt een euro zouden krijgen, waren we allang miljonair.’

We voelen ons rijk genoeg, ook zonder miljonairschap. Hoeveel ­volume Samuel kan verspreiden, merk je vooral als je afstand van hem neemt. Op vakantie bijvoorbeeld, als ik even naar de hotelkamer ga om een bergetappe in de Tour de France te bekijken, hoor ik Samuel aan de rand van het zwembad. Hij overstemt het vrolijke geroezemoes en gespartel van kinderen in het water. Hij is meestal blij, want het zwem­water schittert in de zon en onder de parasol bespeelt hij zijn muziek­apparaatjes met ontelbare deuntjes.

Op de camping in Frankrijk waande hij zich koning op de ­veranda. Ik maakte er weleens een spelletje voor mezelf van, op weg ­terug van de campingwinkel: op hoeveel meter van de veranda kon ik Samuel horen?

We voelen soms plaatsvervangende schaamte, want wij kennen Samuel en we weten wat hij doet en wil, maar wat vinden andere toeristen van zijn ‘lawaai’? Zij zijn ook op vakantie en willen even lekker een boek lezen of een tukje doen.

Broertje Joshua maant hem wel­eens tot stilte door bezwerend ‘Saam’ te zeggen. Hij heeft het iets moeilijker met Samuels taalgebruik dan zijn oudere broer David. Verder ontmoeten we alom begrip. De mensen zijn lief voor hem, behulpzaam en ontspannen, zeker als ze in hun vakantiemodus zitten. En het is ook handig af en toe, zijn typische geluid. Buurvrouw Ingrid zei eens ­tegen haar jongste zoon Luuk dat hij weer met Joshua kon spelen, want ze had Samuel gehoord. De Vissertjes waren weer thuis.

Afgelopen zondag was een prachtige dag. De lente ontlook. Voor het eerst dit jaar ging de achterdeur van het huis open. We dachten aan een uitspraak van achterbuurvrouw Wendy. Ze zei eens: ‘Als we Samuel horen, is de zomer in aantocht.’
 

Willem Vissers (1964) schrijft iedere week in de Volkskrant over het leven met de gehandicapte Samuel, de middelste van zijn drie zonen. Zijn kroniek verschijnt iedere woensdag om 12.00 uur op het Lebowski Blog. Dit is deel 11.

Reageren? w.vissers@volkskrant.nl


Foto © Marijn Scheeres


Gepost in: faits divers op 2017-03-15

Door Willem Vissers


Ook van Willem Vissers

Dat kleine kereltje dat zijn grote, behoeftige broer tegen de berg opduwt

Pang. Het leek wel een pistoolschot. Eindhovenaren keken schichtig om zich heen. Daarna volgde collectieve opluchting. Het was een klapband bij Samuels buggy, links, achter. Eerst hadden we massieve banden, maar dat rijdt niet lekker. We kozen dus voor banden met lucht. Die slijten, met een jongen van bijna 60 kilo aan boord. We reden de volgende morgen naar Heerlen, voor een nieuwe band bij het servicepunt van Medipoint.


Dat onbekommerde meisje met dat rokje bleek een vechter

Het is bijna dertig jaar geleden dat ik haar zag, dat mooie meisje uit het dorp, de dochter van de drogist en de verloskundige. Ze droeg een wit, best kort rokje en keek ondeugend. Het kunnen ook de zenuwen van het spel zijn geweest. Ze heette dus Bernique, niet Monique. Haar vader vroeg zich af wie dat mannetje was dat zijn dochter zoende, toen hij haar ophaalde voor de deur van discotheek Spee.
 




recente posts