Zoeken
Blijf gewoon boodschappen doen (en we zijn niet in oorlog met de islam)
Terroristische aanslagen die in Ankara, Bombay, Jeruzalem plaatsvinden, om nog maar te zwijgen over aanslagen in Kaboel of Bagdad, worden doorgaans door de inwoners van het Westen achteloos terzijde geschoven.

Blijf gewoon boodschappen doen (en we zijn niet in oorlog met de islam)

Gepubliceerd op 29 maart, 2016 om 00:00, aangepast op 1 februari, 2017 om 00:00

Alsof de burgers daar de aanslagen wel verdiend zouden hebben of doodgaan gewoon niet zo erg zouden vinden. Nieuw is dat niet. Ten tijde van de Vietnam-oorlog beweerde een Amerikaanse generaal dat de Vietnamezen een andere relatie met de dood zouden hebben dan wij westerlingen. Zij zouden minder opzien tegen de dood dan 'wij'. Er is niet heel veel veranderd sinds toen. 

Het kan niet genoeg worden benadrukt dat terrorisme zelden tot nooit een reéle bedreiging voor de staat vormt die de terroristen beweren omver te willen werpen of schade toe te willen brengen. Zelfs de aanslagen van 11 september 2001, waarmee de twintigste eeuw eindigde en die aanzienlijk groter waren - qua dodenaantal en 'spektakel' - dan de aanslagen van november in Parijs of van deze week in Brussel, zijn nooit een werkelijke bedreiging voor Amerika geweest. Wat ten dele ook te danken is aan George W. Bush, die een aantal desastreuze beslissingen heeft genomen - de manier waarop hij de Irak-oorlog voerde, het legitimeren van marteling - maar die vergeleken met politici als Trump en Cruz of Wilders in Nederland een heilige moet worden genoemd.

Kort na de aanslagen van 9/11 riep hij de New Yorkers op vooral verder te gaan met hun inkopen. Stoïcisme in een kapitalistische samenleving bestaat altijd ook uit consumeren, waar men alleen maar blij mee kan zijn. En Bush heeft steeds weer benadrukt: 'We are not at war against islam.' (Dit is geen oorlog tegen de moslims of het islamitische geloof.)

De burger in het Westen meent recht te hebben op de status quo van na '45. Oorlog is iets waarvoor wij wapens aanleveren, maar die verder wordt uitgevochten in gebieden waar de Untermenschen wonen. Dat in West-Europa de soldaat door de bevolking nauwelijks of helemaal niet meer als een held wordt gezien is tekenend voor deze ontwikkeling. Oorlog is voor de mindere soort. En als de oorlog dan toch deze kant uitkomt - met alle respect voor de slachtoffers, vergeleken met Syrië, Irak of Afghanistan in milde vorm - dan is ontzetting niet meer te onderscheiden van haat. Verontwaardiging neemt de vorm aan van onnozelheid en medeleven verwordt tot een slordig excuus voor volkswoede.

Wie begrijpt, en daar is niet veel kennis voor nodig, hoe makkelijk het is aanslagen te plegen - een keukenmes als wapen kan voldoen - begrijpt dat wij ook na Charlie Hebdo, Parijs november 2015 en Brussel maart 2016 in een gezegend en veilig deel van de wereld leven.

Het ware gevaar is dat het terrorisme wordt aangegrepen voor het creéren van een politiestaat. Kijk naar het Peru van Fujimori in de jaren 80 en 90, het Israél van nu, of Frankrijk, waar in november de staat van beleg tegen het terrorisme tijdens de klimaattop in Parijs werd gebruikt om activisten die wilden demonstreren preventief huisarrest op te leggen. 

De politiestaat kan alleen worden voorkomen als politici en burgers zich niet laten verleiden om mee te gaan in het spektakel van de terroristen en zich de woorden van George W. Bush herinneren: blijf gewoon boodschappen doen. We zijn niet in oorlog met de islam.

Ik voeg eraan toe: anders dan wat sommige experts beweren, is IS geen serieuze vijand. Niet serieuzer dan de RAF of de Rode Brigades uit de jaren 70.

 

Dit artikel verscheen in De Morgen, op 26 maart.

Blijf op de hoogte

Volg onze sociale media voor het laatste nieuws: