Zoeken
Woorden als wapens #5. Vijftien feministische adviezen (Merel Aalders)
'Words are loaded pistols,' opperde Jean-Paul Sartre tijdens zijn zoektocht naar de zin van literatuur. Literatuur die vecht voor vrijheid en revolutie kan juist ook verbinden. Iedere week zal redactiestagiaire Merel Aalders je proberen aan het lezen te krijgen door te inspireren met strijdbare boeken.    

Woorden als wapens #5. Vijftien feministische adviezen (Merel Aalders)

Gepubliceerd op 24 mei, 2019 om 00:00, aangepast op 26 mei, 2019 om 00:00

Leuk: de feministische suggesties van Chimamanda Ngozi Adichie. In een klein boekje met kleurrijke omslag getiteld Dear Ijeawele (2017) lees ik vijftien adviezen, gebaseerd op een verzameling brieven naar een vriendin die haar dochtertje feministisch op wil voeden. Deze schrijfster van Nigeriaanse afkomst is misschien nog wel het meest bekend van de Tedtalk die ze gaf, ‘We should all be feminists’, een lezing die later ook in boekvorm werd uitgegeven. Haar romans (waaronder Half of a yellow sun en Americanah) hebben een persoonlijke insteek, maar zijn verbonden met de Nigeriaanse (Igbo-)cultuur en geven blijk van een universeel feminisme. Net als deze wijze lessen.

Eerst ziet Chimamanda het niet zo zitten, zegt ze, iemand anders over opvoeding adviseren. Wie is zij nou om een ander haar ideeën aan te smeren? Toch begint ze te schrijven, en het resultaat is een klein manifest, ‘to the point’ en fantastisch simpel. Er is helemaal niks dubbelzinnig aan de regels die ze opstelt en ze lijken in niets op het compromisloze, theoretische feminisme dat zorgt voor die feminisme-moeheid. Integendeel: dit feminisme is toegankelijk, open, logisch. Regel nummer één: ‘Be a full person.’

Als je je kind wil leren om buiten de traditionele rollenpatronen te denken, moet je jezelf ook niet alleen maar als moeder identificeren. Laat je dochter zien dat er meer is dan dat, dat jíj meer bent dan dat, en ze zal je voorbeeld volgen, betoogt Chimamanda. Veel mensen zullen ten onrechte concepten als ‘traditie’ of ‘de biologie’ blijven gebruiken het tegenovergestelde te verantwoorden, maar het gebruik van zulke concepten gebeurt dan wel heel selectief. Zo wordt er in de Igbo-cultuur op werkende vrouwen neergekeken, omdat de man traditioneel gezien het inkomen verzorgt. Maar vroeger werkten juist ook veel vrouwen op het land, zegt Chimamanda. Dit zou je dus ook net zo goed een traditie kunnen noemen, maar dan wel eentje die zowel mannen als vrouwen het recht geeft zelf hun geld te verdienen.

Het stemde me vrolijk dat een regel als deze voor mij eigenlijk allang vanzelfsprekend is. Toch is het goed om erbij stil te staan, en vooral ook bij de logica erachter. Zo schrijft Chimamanda dat je in principe altijd alles moet kunnen omkeren: ‘can you reverse X and still get the same results?’ X zou kunnen zijn: een vrouw blijft bij haar man, ondanks dat hij ontrouw is. Zou de man ook bij haar blijven, als zij ontrouw was? Zo niet is er sprake van ongelijkwaardige relatie, en de reden daarvoor is vaak onacceptabel: ‘that absurd idea of “men will be men”, which means having a much lower standard for men.’

Een andere regel die me beviel was: ‘Teach Chizalum to read. Teach her to love books.’ Want: ‘Books will help her to understand and question the world, help her express herself, and help her in whatever she wants to become.’ De mogelijkheid om een boekenwurm te worden is niet overal even vanzelfsprekend, en bovendien worden kinderen nu eenmaal niet vaak enthousiast van de schoolboeken die ze voor hun kiezen krijgen. Geef je dochter daarom zelf ook andere verhalen, geschiedenissen en biografieën: alles waar ze zelf enthousiast van wordt.

Wat me misschien nog wel het meest aansprak was het punt dat Chimamanda maakt over ‘likeability’. Ze schrijft: ‘We teach girls to be likeable, to be nice, to be false. And we do not teach boys the same.’ Ook dit zie ik als iets dat, tenminste in mijn omgeving, voor een groot deel al veranderd is in de status quo, maar nog lang niet helemaal. We kunnen nog meer ons best doen onze dochters te leren dat ze niet altijd leuk gevonden hoeven te worden: ‘Instead of teaching Chizalum to be likeable, teach her to be honest. … Encourage her to speak her mind, to say what she really thinks, to speak truthfully.’

Het feminisme van Chimamanda is zo sterk omdat het zo toegankelijk is. Toch denk ik dat er, juist omdat veel dingen voor mij al vanzelfsprekend zijn, ook genuanceerdere discussies gevoerd moeten worden. Met andere woorden: de suggesties van deze strijdbare vrouw vragen om verdere bezinning. Met traditie heb ik zelf ook niet zoveel op, maar ik ben wel geïnteresseerd in de biologie-vraag: welke verdelingen kun je misschien wel rechtvaardigen op basis van anatomische verschillen? In Chimamanda’s suggesties wordt deze kwestie aan de kant geveegd, omdat die nu eenmaal minder relevant is wanneer je van gelijkwaardighied een prioriteit maakt. Ook is haar feminisme een feminisme dat ‘van binnenuit’ opereert: ze schrijft al naar een andere vrouw, en het gaat ook nog eens om de opvoeding van een meisje. Daarmee doet ze eigenlijk vooral een beroep op de vrouwelijke lezer – ik vraag me af hoeveel mannen dit nu ook gelezen hebben. Eigenlijk zou je hiervan ook kunnen zeggen wat vaak van vrouwonvriendelijke ideeën gezegd wordt: dat maar ‘de helft van de bevolking’ erin wordt meegerekend. Ga je met deze aanpak wel voldoende in gesprek met de andere helft? Tenslotte zou je altijd alles moeten kunnen omkeren.

Merel Aalders studeert filosofie en literatuurwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam en loopt stage bij uitgeverij Lebowski.

Blijf op de hoogte

Volg onze sociale media voor het laatste nieuws: