Woorden als wapens #4. Brexit in de lente (Merel Aalders)

Woorden als wapens #4. Brexit in de lente (Merel Aalders)

Anonymous

'Words are loaded pistols,' opperde Jean-Paul Sartre tijdens zijn zoektocht naar de zin van literatuur. Literatuur die vecht voor vrijheid en revolutie kan juist ook verbinden. Iedere week zal redactiestagiaire Merel Aalders je proberen aan het lezen te krijgen door te inspireren met strijdbare boeken.  
 

Ali Smith schrijft Brexit-boeken. Na Autumn (2016) en Winter (2017) kwam begin dit jaar ook Spring uit, een supersnel geschreven boek dat ik in een al even rap tempo verorberde deze week. Ali’s boeken gaan dus over de Brexit, maar eigenlijk natuurlijk juist om alles daaromheen.

Wat er precies gebeurt in Spring mag je als lezer voor een groot deel zelf invullen. Een aantal hele verschillende personages kruisen elkaars pad, maar wat ze met elkaar te maken hebben blijft een beetje mysterieus. In je hoofd vorm je je als lezer wel een beeld van het ‘grotere plaatje’, de Britse samenleving: via Richard, een filmmaker die over zijn hoogtepunt heen is, krijgen we een beeld van degenen die zich vergeten voelen en achter de feiten aan lopen, en via Brittany en Florence krijgen we een idee van de verhoudingen tussen jong en oud. Ali stelt de vraag: wie spreekt er nu eigenlijk, als een samenleving spreekt? Als lezer mag je daar vooral zelf over nadenken.

Voor dit boek deed Ali onderzoek naar Britse Immigration Removal Centres, die veel weg hebben van gevangenissen en waar illegale of verdachte immigranten onder barre omstandigheden verblijven. Plekken verspreid over heel Groot-Brittanië, met hoge muren en prikkeldraad, waar 'deets' (detainees) van hun vrijheid worden beroofd. In Spring ontmoet de twaalfjarige Florence de oudere Brittany, een ‘cog in the machine’ van zo’n IRC: ze doet gewoon haar werk zonder stil te staan bij het geheel waar ze deel van is. Ineens is daar zomaar het geheimzinnige meisje Florence. Zij belaagt het personeel van de IRCs met 'domme' vragen, die door hun naïviteit juist heel kritisch zijn. Waarom worden onschuldige mensen hier geboeid? Waarom worden ze vervoerd met geblindeerde ramen? Wat verstaan ze hier onder mishandeling? Wat is hier verantwoordelijkheid?  

Ali gebruikt een schrijfstijl die ik steeds vaker tegenkom, ik noem het maar ‘lyrisch’: een stijl die aan poëzie doet denken en die dicht bij het associatieve bewustzijn blijft. Het verhaal springt van de hak op de tak, net zoals je eigen gedachten zouden doen, er wordt spreektaal gehanteerd en vaak van perspectief verschoven. Eigenlijk reflecteert Spring daarmee constant op het medium van de taal zelf - want hoe vertel je nou een verhaal waar je middenin zit?

Tussendoor lezen we fragmenten uit het schriftje van Florence. Soms zijn het boze stromen van woorden die een bepaald groepsgevoel uitdrukken, zoals de pro-Brexitmonoloog waar Spring mee opent: ‘Now what we don’t want is facts. What we want is bewilderment. What we want is repetition. What we want is repetition. What we want is people in power saying the truth is not the truth.’ Het is een grappige observatie van het ‘onderbuikgevoel’ van een kwade, opstandige groep, door de ogen van een twaalfjarig meisje. Maar eigenlijk is het natuurlijk helemaal niet grappig dat zelfs een twaalfjarige kan zien wat hier aan de hand is. Dat geldt ook voor de ‘stem’ van de technologie achter sociale media, die Florence verwoordt: ‘Now don’t go getting us wrong. We want the best for you’, maar ook: ‘we want to narrate your life. We want to be the book of you. … We want it to be inconvenient for you not to use us.’ De kleine Florence ziet zo al veel meer dan wat vastgeroeste volwassenen, zoals Brittany (Florence’s ‘machine’), van haar zouden verwachten.

In haar schriftje schrijft Florence ook een verhaal over een meisje dat wordt geofferd door een groep primitieve mensen. In het verhaal bestaat er bij een inheemse bevolking de traditie dat een vrouw haar jeugd moet opofferen om de lente te laten komen, en wel door zichzelf 'dood te dansen'. Het meisje dat gekozen is om dit te doen, vertikt het. Hooghartig vertelt ze de ouderen die haar ertoe willen dwingen: ‘Kill me anyway. No doubt you will. But you know as well as I do, though I’m so young and you’re so old, that I’m older and wiser right now than you’ve ever been.’ Het is precies die arrogantie van jonge personen die afkeer oproept bij ouderen, maar toch moet deze houding er zijn, volgens Florence althans. Vooruitgang is het enige, lijkt Ali via het meisje te willen zeggen, we moeten door, en zo leest het boek ook: er is geen tijd om te stoppen, interpretaties te verzinnen en conclusies te trekken, alles gebeurt nu.

Ali wil, denk ik, de manier waarop er in Spring constant naar hoop wordt gezocht laten overlopen in de werkelijkheid. De mogelijkheid voor verandering wordt afgetast in de verhalen die de personages elkaar vertellen, de gemeenschappelijk stemming wordt gepeild. Een van de personages zegt dan ook: ‘There’s a difference between narrative strategy and reality. But they’re symbiotic.’ Spring geeft me geen duidelijk beeld van de werkelijke omvang van problemen in Groot-Brittanië. Immigratie bijvoorbeeld, of hoe Brexit-stemmers zich daar precies tot verhouden. Wel geeft het boek me energie. Om dingen te willen bevragen en veranderen, of, zoals Florence zegt: ‘move things an inch at a time all those thousands of miles towards the possible.’

Merel Aalders studeert filosofie en literatuurwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam en loopt stage bij uitgeverij Lebowski.


Gepost in: faits divers op 2019-05-20