We zijn bang voor Samuels weerloosheid

We zijn bang voor Samuels weerloosheid

Willem Vissers

Samuel wil best een knuffel op zijn aanlokkelijke wangen, maar het moet niet te gek worden. Hij is geen jongen van de langdurige omhelzing. Bernique herinnert zich maar één keer dat Samuel echt tegen haar wilde aankruipen op de bank, omdat hij troost zocht. Dat was na een valpartij tegen de muur, thuis.
 

Boem. Zomaar, weerloos gevallen. Daar lag hij, terwijl zijn moeder in de keuken was. En als hij op de grond ligt, krijg je hem bijna niet overeind. Zelf opstaan is geen optie. Hij moet als het ware opgetakeld worden, liefst met twee man. Zijn schouder was ontwricht, bleek in het ziekenhuis. Samuel had zichtbaar pijn. Normaal vertrekt hij geen spier. Hij droeg de dagen daarop met graagte een mitella, terwijl hij gewoonlijk niets moet hebben van extra kleding, al gaat het om een muts of handschoenen bij snijdende kou.

Samuel kan hard vallen, en vooral anders vallen dan normale mensen. Dat is onze angst; de zware, onvoorspelbare val. Zijn broer David heeft een keer een groeischijf in de enkel gebroken, toen hij van de dug-out bij voetbalclub Waterloo sprong. En een keer zijn elleboog, toen hij op een hockeyfeest over een parasolvoet wilde springen. Joshua, onze doerak, komt weleens met een forse bult of wond binnen. Die huilt heel even en dan is het weer klaar.

Bij de eigenlijk nooit huilende Samuel hoeven we niet bang te zijn dat hij van de brommer valt, wegglijdt in oneindige diepten van drugsgebruik of een onwaarschijnlijke schop krijgt met voetballen. We zijn bang voor zijn weerloosheid. Hij is een soort reuzenpeuter die waggelend loopt op die kleine voeten, met steun van spalken en stevige schoenen. Hij weet nauwelijks hoe hij zich moet opvangen, omdat hij het afweermechanisme mist. Het hoofd is eerder bij de grond dan de arm, bij wijze van spreken.

Het is ook de prijs voor het leren lopen. Vroeger zat hij in zijn stoel, met een riem voor. Nu is hij een vrolijke wandelaar. Zijn vrijheid is ook zijn valkuil. Hij struikelt af en toe over zijn eigen benen. Hij loopt in de draai soms eens stukje achteruit, in een hoekige pirouette, alsof overmoed zijn plotse bondgenoot is. Vroeger was hij panisch voor de weg terug. Als we achteruit een parkeervak uit reden, was het bal. Nu is achteruit een kunstje op zich.

Gelukkig valt hij zelden, maar hij is altijd in enigszins wankel evenwicht. Ook in het kinderdagcentrum of met logeren gaat hij weleens onderuit. Dan schrijven ze in het verslag waar de blauwe plekken zitten.

Vanwege dit stukje over vallen, vinden wij de veelbesproken foto met burgemeester Van der Laan van Amsterdam en koning Willem-Alexander extra mooi. De koning geeft de doodzieke burgemeester een armpje, tijdens een wandeling.

Op een heel ander niveau, zonder koninklijk aura, lopen wij soms een stukje over straat met Samuel, op plaatsen waar hij de oneffenheden niet kent. Even een arm of een handje geven bij de stoeprand, bij een put of een opstaande steen. Samen redden we het dan wel. Samen valt de drempel best te nemen.

 

Willem Vissers (1964) schrijft wekelijks in de Volkskrant over het leven met de gehandicapte Samuel, de middelste van zijn drie zonen. Zijn kroniek verschijnt iedere woensdag op het Lebowski Blog. Dit is deel 37.

Reageren? w.vissers@volkskrant.nl

Foto © Marijn Scheeres


Gepost in: faits divers op 2017-09-13

Door Willem Vissers


Ook van Willem Vissers

We waren gewoon niet met onszelf in het reine gekomen als we hem hadden laten aborteren

Het artikel in de Volkskrant was hartstikke genuanceerd en Samuel heeft niet het syndroom van Down, maar toch trok de kop boven het stuk onze speciale aandacht: 'De Downloze samenleving, moeten we dat willen?' Het ging onder meer over de NIPT-test, waarmee het syndroom in een vroegtijdig stadium tijdens de zwangerschap is op te sporen. En het ging natuurlijk ook over de achterliggende levensvraag, over de dilemma's bij het afbreken van de zwangerschap. Kortweg: houd je een Downkind of niet?
 


'Samuel zit bijna dertien jaar op opvang Rozemarijn. We kenden drie van de overleden kinderen'

Het is de grootste angst van bijna iedere ouder: de dood van een kind. Op de binnenplaats bij Ferm Rozemarijn, het adres waar Samuel twee keer in de maand een weekeinde logeert, staat een monument voor de overleden kinderen van het kinderdagcentrum en het woonhuis. Een bronzen beeld met vleugels. Het kunstwerk stelt de verbinding voor tussen de werelden van de levenden en de gestorvenen.
 




recente posts

Rolstoel

Rolstoel

Jonah Falke
Gepost op: 2017-09-19 in: proza
Gepost op: 2017-09-19 in: current affairs
Gepost op: 2017-09-18 in: faits divers
Familie

Familie

Jonah Falke
Gepost op: 2017-09-12 in: proza