Verzet begint in vredestijd

Verzet begint in vredestijd

Roxane van Iperen

Wij leven in vrijheid, maar is dat wel echt zo? Geven wij onze identiteit vorm in vrije keuze, of ligt deze grotendeels vast? Een essay van Roxane van Iperen in Het Financieele Dagblad over interne en externe ketens en de blijvende noodzaak van verzet - ook buiten oorlogstijd.  


“Veel geld verdienen en de baas zijn”.

Het was lunchtijd en we wandelden door het plukje groen dat tussen de corporate torens van Nederland bewaard was gebleven. Om ons heen liepen kleine groepjes pakken en hakken hetzelfde rondje, at arm’s length verbonden aan de gebouwen waarin wij tegen een hongerloon niets te vertellen hadden. We waren jong en bespraken onze dromen, onze ambities en wat we hier in vredesnaam uitspookten.

Het was het antwoord van een collega op mijn eerdere vraag: “Wat is dan vrijheid?” Iedereen lachte om zijn kinderlijke reactie, maar niemand sprak hem tegen. Bewegingsvrijheid door financiële onafhankelijkheid en handelingsvrijheid door ongebreidelde autonomie; wie wilde dat nou niet? Of, zoals Ambassadeur van de Vrijheid Gers Pardoel het 5 mei in de helikopter op weg naar een volgend festival met Brabantse tongval verwoordde: ‘Gewoon. Dat ik kan doen waar ik zin in heb’. (Tot zover het verschil tussen een suit en een Nederrapper – quod non.)

Het Beloofde Land

Een paar weken geleden zag ik mijn oud-collega's weer, zoveel jaar later: op een borrel vol onbezorgden. Inmiddels genoeg geld om het leven naar voorkeur te leiden - variërend van een flat en museumjaarkaart tot twee huizen, drie auto’s en Rhodesian Ridgeback- , en aan de status van onderknuppel ontsnapt - van board room tot zzp-er. De beperkingen van toen waren afgeworpen maar het Beloofde Land viel tegen. Werkdruk, vakantiestress, verdronken hypotheken en uitgedroogde relaties; bij sommigen zag je de benauwdheid letterlijk op het gezicht staan. Druk pratend en lachend, met paniek in de ogen en zweet op de bovenlip alsof ze langzaam werden vacuüm getrokken in een leven van cellofaan, snakkend naar een weg naar buiten (mijn basisgevoel op iedere borrel, dus enige projectie kan hier een rol spelen.) Ik hoorde hoe bevrijding werd gezocht in een sabbatical of carreer switch, yoga of heli-skiën, affaire of scheiding, motor of Tesla. Schrijver en oorlogskind Jan Terlouw had net daarvoor de 4 mei-voordracht in de Nieuwe Kerk gehouden, getiteld ‘En Broederschap?’, en die hadden we allemaal wel ergens gelezen of gehoord. Met een bijna perverse gretigheid werd zijn bevrijdingsverhaal omarmd. O, waren onze demonen maar zo manifest. Die tijd van goed en kwaad, zwart en wit, waarin verderf en ontreddering nog een klipp und klar beroep deden op moed en medemenselijkheid. Toen broederschap een dagelijks gegeven was in de haat tegen de moffen - het woord alleen al smaakte zoet -, in plaats van een toevallige oprisping bij de dood van een volkszanger. Nee, tegen de Duitsers hadden wij vast de wapens opgenomen – maar je baas of dat chagrijnige mens thuis vertellen dat je er klaar mee bent, dat was teveel gevraagd. Oorlogsromantiek als koude doek voor onze zonnesteek.   

Waarom hebben al die mogelijkheden ons niet de euforische vrijheidsbeleving gebracht, die de vader van Jan Terlouw moet hebben gevoeld toen hij, een ingetogen dominee, in mei ’45 letterlijk de Canadese soldaten tegemoet huppelde? Omdat het negatieve voorwaarden voor vrijheid zijn. Zónder geld of autonomie kan van een vrijheidsgevoel geen sprake zijn, vraag dat maar aan de mensen die niet in hun basisbehoeften kunnen voldoen of onder (verkapte) dictatuur leven. Maar uit de aanwezigheid ervan vloeit niet per definitie het tegenovergestelde. En méér ervan verschaft dus ook geen grótere vrijheidsbeleving - hetgeen de prozacstaat van veel veronderstelde have’s in ons land kan verklaren. Vrijheid is geen groene weide achter de bergen der beperkingen. Daar aangekomen begint het pas.

Hang naar conformeren

We hebben ons ontdaan van onze onvrijheden en voor ons ligt een veld aan mogelijkheden. In tegenstelling tot de gedomineerde mens, die hier alleen maar van kan dromen, kunnen wij naar eigen inzicht alle windrichtingen verkennen en zijn daarbij niet gehouden aan uniformiteit of collectivisme. Maar als alles open ligt, lijkt vrijheid angstaanjagend veel op het zwarte gat dat chaos heet. En wat blijkt? Zo groot als de drang naar vrijheid, is de hang naar zekerheid. Sociale context bepaalt in grote mate hoe die zekerheden vorm krijgen en zo beginnen we onszelf, zonder enige dwang van buitenaf, steen voor steen in te bouwen. Moslimvrouwen die binnen hun gemeenschap een partner zoeken vinden we beperkt, maar hoe ver buiten de muren van de Nederlandse corpora bent u, FD-lezer, getrouwd? Het is geen toeval als u, net als uw vader, hebt gestudeerd en een goede baan heeft, Audi, BMW of Saab rijdt, VVD stemt, naar de Matthäus-Passion luistert en voor uw kinderen hetzelfde nastreeft. Liefst een school met andere zonnekinderen ter verzekering van een goede citoscore, vervolgopleiding en toekomst - of in ieder geval uw definitie daarvan. 

Binnen de context van een werkomgeving geldt hetzelfde. Succesvolle bedrijven vangen het vrije denken en doen van hun werknemers graag in een ‘corporate culture’, al dan niet vastgelegd in storyboards en organisatiestructuren. Wie zich wil verzekeren van erkenning, conformeert zich – bewust of onbewust. De publieke verontwaardiging over massaverlamming binnen groepsverband zoals bij Goldman Sachs, Vestia, de Nederlandse Zorgautoriteit, PVV, Katholieke Kerk of wetenschap is dan ook misplaatst. Iedereen bevindt zich, door geboorte of keuze, in een sociale kaste waarbinnen zich dezelfde processen afspelen en mobiliteit erg moeilijk is. Kijk de prachtige documentaire ‘Houdt God van vrouwen’, over een moeder uit Staphorst die legitieme vraagtekens plaatst bij regels van haar geloof en rücksichtsloos wordt afgeserveerd. In ‘De BV Ik’ en ‘Alles wat we wilden’ zien we dertigers evenzo worstelen met de wetmatigheden van maakbaarheid, uiterlijke schijn en keuzevrijheid zoals zij die binnen hun kaste ervaren. In ‘Mensen van Nu’ zien we hoe de lichting daarna, de ‘crisiskinderen’, haar vrijheid zoekt in het zich afkeren van Het Systeem. Dat ze hiermee haar gehele bestaansrecht verleent aan datzelfde systeem, lijkt niet helemaal door te dringen. Steve Jobs, het hedendaagse boegbeeld van het vrije denken met zijn ‘Think Different’ campagnes, weerde homoseksuele content van Apple applicaties en controleerde de brand loyalty van zijn werknemers met speciale Worldwide Loyalty Teams, ook wel de ‘Apple Gestapo’ genoemd.

Hoe meer we ons hebben geconformeerd aan de aard van de sociale context in plaats van de aard van ons karakter, hoe zwaarder het benodigde geschut om uit te breken. Excessen als overspannenheid, ontslag, (anoniem) klokkenluiden, echtscheiding of – in het ergste geval – zelfmoord zijn dan brute uitwegen uit de mentale gevangenis. Pink Floyd verwoordde het mooi in Brain Damage: ‘There’s someone in my head, and it’s not me.

Onzichtbare demonen

Betekent vrijheid dan het afzweren van zekerheden? Nee. Ik als opperangsthaas en (dus) controlefreak zou de laatste zijn om dat te beweren. Inherent aan vrijheid is de wetenschap dat die ook voor de toekomst gewaarborgd is. Dat vraagt om offers en compromissen. Maar de balans is zoek. Nu de zichtbare vrijheidsstrijd al weer 70 jaar gestreden is en haar urgentie verloren heeft, heeft de hang naar zekerheid vrij spel gekregen een vestingmuur van plexiglas om ons heen te bouwen. We zien het niet, maar het is er wel en het verklaart de benauwdheid waar veel mensen aan leiden. De oplossing is dezelfde als in oorlogstijd: verzet.  

Het is makkelijker verzet te mobiliseren tegen fysieke vijanden, dan tegen de onzichtbare demonen in onszelf. Daarnaast brengt een gezamenlijk vijandbeeld het prettige gevoel van broederschap met zich mee. Toch denk ik dat vrijheidsbeleving in onze ‘vrije’ wereld is gelegen in het individuele en soms eenzame verzet tegen onze innerlijke neigingen. De hang naar erkenning, zekerheid, bescherming, is van alle tijden. Maar in hoeverre wordt de invulling ervan door je sociale context bepaald en wijkt die af van je inborst? Welke (ongeschreven) regels gelden er die afbreuk doen aan je autonomie? Hoe bepalend is de angst voor falen, voor schut staan binnen je kaste? Dat geldt evenzeer voor de bankier die blijft zitten in een giftige cultuur, de politicus die zich door partijpolitiek monddood laat maken, als de columnist die per definitie tegendraads moet zijn. Het vergt het continu bevragen van je eigen motieven en die van je omgeving. Waar die beginnen te schuren kun je kiezen voor conformeren, of voor verzet.

Voor velen klinkt dit als abstract geneuzel. Er vloeit geen bloed, er worden geen kinderen geofferd; wat is de noodzaak? Maar het is wel degelijk urgent. Verzet behoeft training. Onderzoek wijst uit dat hoe meer iemand zich heeft geconformeerd aan zijn omgeving, hoe meer hij zich in allerlei situaties geremd, zelfs verlamd, voelt. Mensen die zich minder aantrekken van sociale normen gedragen zich – paradoxaal genoeg - moreel correcter in situaties waarin het er op aan komt, omdat het antwoord op de vraag ‘wat is nu het goede?’ snel en ongefilterd opkomt.

“Veel geld verdienen en de baas zijn”. Het lijkt het Beloofde Land niet te brengen. De betutteling die wij elkaar met de papfles toedienen werkt als minieme ijzermineralen die geleidelijk aan samensmelten in een luchtdicht harnas. Het harnas dat ik zo zwaar zag drukken op mijn borrel vol onbezorgden. Het idee van broederschap waar Jan Terlouw aan refereert is voor ons – gelukkig - niet aan de orde. Maar wat meer solidariteit en ondersteuning in het verzet tegen onze onzichtbare ketens is in deze tijd hoognodig. Die ketens doorbreken, telkens weer, brengt geen punt van absolute vrijheid, maar een patroon van bevrijding dat de vreugde en opluchting brengt zoals Jan Terlouw die bij zijn vader beschreef. En God knows, ons straatbeeld kan wel wat huppelende mensen gebruiken.

Roxane van Iperen (1976) is auteur, jurist, strateeg en publicist. Ze combineert een zakelijke adviespraktijk met onderzoek en publicaties, met name gericht op politiek, (bedrijfs)ethiek en mensenrechten. In 2016 verscheen Schuim der aarde, haar debuutroman die zich afspeelt aan de rauwe onderkant van Brazilië. Sinds kort is ze columnist bij Vrij Nederland, waar ze vooral zal schrijven over machtsstructuren en de vermenging van de private en publieke sector.

Foto: Getty Images


Gepost in: proza op 2017-05-29

Door Roxane van Iperen

Roxane van Iperen (1976) is auteur, jurist, strateeg en publicist. Ze combineert een zakelijke adviespraktijk met onderzoek en publicaties, met name gericht op politiek, (bedrijfs)ethiek en mensenrechten. In de aanloop van de Olympische Spelen reisde ze als gastcorrespondent door Brazilië en schreef ze achtergrondreportages voor De Correspondent. In de zomer van 2016 verscheen Schuim der aarde, haar debuutroman die zich afspeelt aan de rauwe onderkant van Brazilië. Van Iperen schrijft verder voor Follow the Money, Vrij Nederland en Brainwash.nl.


Ook van Roxane van Iperen


Klaar met krimpende vrouwen

Als ik op een feestje bij het lopend buffet zoveel mogelijk heb opgeschept en vervolgens ongestoord van mijn eten wil genieten, begin ik altijd over feminisme. Gegarandeerd dat ik binnen vijf minuten alleen aan een tafeltje zit, in een verder volle zaal. 




recente posts

Gepost op: 2018-07-20 in: faits divers
Gepost op: 2018-07-19 in: faits divers