Tokyo Expatwife #9: Thuis

Tokyo Expatwife #9: Thuis

Mick Johan

We zijn eindelijk weer thuis. Ik zeg eindelijk, want een maand weg van huis is lang. Temeer omdat we pas vier maanden in Tokio woonden toen we vertrokken. Ik had de kans nog niet gehad om Nederland te missen. 

We hebben de familie gezien en beleefd, de kat geaaid, vrienden vastgehouden, hongerig en dronken door de stad gezworven en ons gelaafd aan het Hollandse landschap. Met name langs de snelweg tussen Lelystad en Emmeloord. Daar is het plat en ramvol met windmolens. Het groen is overdadig en komt in zoveel tinten dat onze taal er tekortschiet. Het menselijk oog schijnt een miniem nuanceverschil in groen direct op te merken, in tegenstelling tot bij andere kleuren. Ik vraag me af hoeveel nuances voor ons onzichtbaar blijven in alle andere kleuren.  

Ik heb haring, frikandellen, kroketten, bamischijven, appeltaart, mixed grill-schotels, broodjes pom, moksi en bakkeljauw, kibbeling, patatjes oorlog, babi pangang, cha sieuw, gevulde koeken en drop gegeten. Ik ben denk ik drie kilo aangekomen. We logeerden voornamelijk bij mijn ouders en schoonouders, en die namen met liefde de zorg voor de kinderen over. Ik hoefde niet te koken of schoon te maken. Dat was fijn.

Terug in Tokio is het alsof we de kas in een botanische tuin betreden. Een klamme, vochtige warmte. De ergste hitte hebben we gemist, de temperatuur schommelde tijdens onze afwezigheid rond de 39 graden, maar het is alsnog 33, 34 graden. Er is veel regen geweest, en net als tussen Lelystad en Emmeloord barst dus ook in deze stad het groen uit zijn voegen. Alsof alle natuur zich groter maakt door de longen nog één keer vol lucht te zuigen alvorens de adem uit te blazen in de herfst die er aan zit te komen. Het stikt ook van de insecten. Libelles, muggen, enorme vlinders in alle kleuren, en cicades. Die laatste hebben de stad volledig in hun greep in de zomer. Er klinkt een onophoudelijk getsjirp, overal waar ook maar een blaadje groen te vinden is. Alsof er een extra laag aan de stad is toegevoegd. Het klinkt een beetje als krekels met pitch control, of een onophoudelijk afgaan van het alarm van duizenden kabouterscootertjes. Het geluid wordt (hoe verrassend) geproduceerd door de mannetjes, maar anders dan bij ons vinden de vrouwtjes-cicades het wel aantrekkelijk. Het zijn flinke beesten, precies even angstaanjagend als mooi om te zien. Sommige cicades kunnen rond de 100 decibel aan geluid produceren. Er is geen ontkomen aan.

De jetlag zijn we inmiddels zo goed als kwijt. De kindjes moeten bijna weer naar school. Alles is weer normaal. Ik ben blij om weer terug te zijn. Het was gek om op een plek te zijn die je kent als thuis, zonder dat je er een huis hebt. Hoewel ik het echt wel leuk vond om mensen te zien en haring te eten, heb ik toch het gevoel dat ik deze vakantie vooral gewacht heb tot we weer terug naar huis konden. 

Mick Johan (1980) is schrijver, kunstenaar en drummer. Hij was de helft van kunstenaarsduo Miktor & Molf en de eerste hoofdredacteur van Vice in Nederland. Totemdier Arafat is zijn debuutroman, waarvan de filmrechten al zijn verkocht. Meteen na publicatie verhuisde hij met zijn vrouw en twee kinderen naar Tokio.


Gepost in: proza op 2017-08-25

Door Mick Johan

Mick Johan is auteur van Totemdier Arafat en schrijft op het Lebowski Blog over zijn leven als 'expatwife' in Japan.


Ook van Mick Johan

Tokyo Expatwife #15: Exile

Het is een regenachtige dag en veel te vroeg om op te staan, laat staan om de deur uit te gaan. Toch doe ik dat. De drumstokken in mijn tas tikken nonchalant tegen elkaar, losjes op het ritme van mijn pas. Misschien wel het lekkerste geluidje dat ik ken, maar haast onhoorbaar door het gekletter van de regen op mijn paraplu.


Tokyo Expatwife #14: Sento

Mick Johan is auteur van Totemdier Arafat en schrijft over zijn leven als 'expatwife' in Japan. Vandaag het veertiende deel.

*

Ik heb onlangs de ‘sento’ ontdekt, een Japans badhuis. Diep verscholen in de wirwar van kleine straatjes die Yoyogi Uehara-station omringen zit er eentje: Daikoku-yu. De entree bestaat uit een diepe carport met een golfplaten dak dat een gelig licht doorlaat en waar aan weerszijden wasmachines staan. Een openlucht-wasserette, overdekt weliswaar, maar u begrijpt wat ik bedoel. Boven de linkerrij wasmachines hangen ingelijste foto’s van grote Japanse sterren uit de zestiger en zeventiger jaren aan de balken die het dak ondersteunen. Aan het einde van de carport hangt een gordijn met een Japans teken, zoals je ze bij restaurants hier ook ziet, en ernaast blinkt een neonbord: ‘Open’.




recente posts

Gepost op: 2018-07-20 in: faits divers
Gepost op: 2018-07-19 in: faits divers