Tokyo Expatwife #8: Mijn huisbaas en een skatepark

Tokyo Expatwife #8: Mijn huisbaas en een skatepark

Mick Johan

Gisteravond gebeurde er iets geks. Er waren vrienden, en we waren lekker aan het drinken. Omdat ik daar zin in had, besloot ik een sigaret te roken op het balkon. Het was half twaalf ‘s avonds en buiten zeker nog 28 graden. Mijn lichaam voelde loom aan, van het bier, de warmte en het skateboarden de dag ervoor. 


Ik had, een dag eerder, een gek klein skateboardparkje gevonden. Het was ruim anderhalf uur reizen. Vanuit de metro verbaasde ik me weer eens over deze eindeloze stad. Na drie overstappen bevond ik me op Soka-station, een klein stationnetje in een nietszeggend buurtje. Vanuit hier was het nog een kwartier skaten, en langzaam veranderden de huizen en winkels in loodsen en een enkele verlaten convenientstore. Er waren geen lantaarnpalen meer. Van sommige loodsen stonden enorme schuifdeuren open en er was nog volop bedrijvigheid in papierfabriekjes en houtwerkplaatsen. Ik was daar pas rond tien uur ‘s avonds. Ergens op dit kleine industrieterreintje bevond zich een skatepark. Ik kon het al horen.

Terwijl ik daar zo op mijn plank stond, moest ik denken aan alle keren dat ik op een skateboard door industrieterreintjes gereden had, op zoek naar een skatepark. Waalwijk, Zaandam, Hamburg, Calais, Antwerpen, Deventer, Burnley, Bovenkarspel; overal ter wereld worden skateboarders verstoten naar de lelijkste grijze uithoeken van gemeentes. Ik besefte opeens dat ik me op mijn gemak voelde door deze infrastructuur. Alsof ik thuiskwam.

Zo was het skatepark al een warm bad voordat ik er daadwerkelijk binnen was. Het parkje zelf was nog meer thuiskomen, de stickers overal, de geur van hout, het geluid van het skateboarden en de skaters zelf. Ik geloof niet dat ik er ooit zo bewust van genoot. Volledig bezweet en voldaan zat ik in de metro terug. Het was een heilzaam uitstapje geweest. 

Maar goed, mijn lichaam voelde dus wel loom en zwaar aan de volgende dag op mijn balkon. Ik ben de jongste niet meer.

Ik stak een sigaret op en keek over de straat uit. Na het eerste hijsje liep er een man langs. We wonen in een straat die vanuit Yoyogi Uehara-station redelijk steil omhoog loopt. Ons huis bevindt zich bijna bovenaan de helling. Er lopen altijd wel mensen door onze straat. Deze man zwalkte omhoog, schipperend tussen de twee kanten van de straat. Hij was zo ladderzat dat hij soms een stapje achteruit deed. Ik keek er met plezier naar. Toen de man uit beeld was, volgde er een vrouw met een trolley en een sigaret. Zij zwalkte ook. Veel Japanse vrouwen lijken moeite te hebben met het bepalen van hun schoenmaat en lopen op hakken die te groot zijn. Zo ook deze dame. Ze stond even stil, leunde op haar trolley, veegde een haar uit haar gezicht en nam met gesloten ogen een haaltje van haar sigaret. Een heerlijk gezicht, ik kreeg zin om ook laveloos te worden.

Ik prees mezelf gelukkig dat ik deze twee mensen zo voorbij had zien lopen. Op dat moment kwam de onderbuurman naar buiten. Hij is ook onze huisbaas. Een eigenaardige man die uit principe geen internet wil aanleggen bij ons. Welk principe is nog steeds onduidelijk. De buurman liep naar de rand van de straat en keek of er iemand was. Daarna liep hij, steeds achteromkijkend, naar de hoek waar we de vuilnis altijd neerzetten. Er ligt daar een blauw net waar de vuilnis onder moet, voor de vogels. Hij deed alsof hij het net inspecteerde en flikkerde een leeg pakje sigaretten naar de overkant van de straat. Daar staan twee drankautomaten en bij de prullenbak ligt altijd wel een blikje of wat. Daarna keek hij weer schichtig om en snelde naar binnen.

Ik heb nog nooit iemand hier iets op de grond zien gooien, laat staan de buurman, die elke ochtend de straat veegt. Een warme wind blies zacht in mijn gezicht. Ik nam een slok van mijn bier en slaakte een gelukzalige zucht.

Mick Johan (1980) is schrijver, kunstenaar en drummer. Hij was de helft van kunstenaarsduo Miktor & Molf en de eerste hoofdredacteur van Vice in Nederland. Totemdier Arafat is zijn debuutroman, waarvan de filmrechten al zijn verkocht. Meteen na publicatie verhuisde hij met zijn vrouw en twee kinderen naar Tokio.


Gepost in: proza op 2017-07-20

Door Mick Johan

Mick Johan is auteur van Totemdier Arafat en schrijft op het Lebowski Blog over zijn leven als 'expatwife' in Japan.


Ook van Mick Johan

Tokyo Expatwife #15: Exile

Het is een regenachtige dag en veel te vroeg om op te staan, laat staan om de deur uit te gaan. Toch doe ik dat. De drumstokken in mijn tas tikken nonchalant tegen elkaar, losjes op het ritme van mijn pas. Misschien wel het lekkerste geluidje dat ik ken, maar haast onhoorbaar door het gekletter van de regen op mijn paraplu.


Tokyo Expatwife #14: Sento

Mick Johan is auteur van Totemdier Arafat en schrijft over zijn leven als 'expatwife' in Japan. Vandaag het veertiende deel.

*

Ik heb onlangs de ‘sento’ ontdekt, een Japans badhuis. Diep verscholen in de wirwar van kleine straatjes die Yoyogi Uehara-station omringen zit er eentje: Daikoku-yu. De entree bestaat uit een diepe carport met een golfplaten dak dat een gelig licht doorlaat en waar aan weerszijden wasmachines staan. Een openlucht-wasserette, overdekt weliswaar, maar u begrijpt wat ik bedoel. Boven de linkerrij wasmachines hangen ingelijste foto’s van grote Japanse sterren uit de zestiger en zeventiger jaren aan de balken die het dak ondersteunen. Aan het einde van de carport hangt een gordijn met een Japans teken, zoals je ze bij restaurants hier ook ziet, en ernaast blinkt een neonbord: ‘Open’.




recente posts

Gepost op: 2018-07-20 in: faits divers
Gepost op: 2018-07-19 in: faits divers