Tokyo Expatwife #13: Bon-chan

Tokyo Expatwife #13: Bon-chan

Mick Johan

Mick Johan is auteur van Totemdier Arafat en schrijft over zijn leven als 'expatwife' in Japan. Vandaag het dertiende deel.

Mijn zus en mijn zwager hebben drie kinderen. Ze waren hier onlangs. Op een ochtend, nadat ik mijn kinderen naar school had gebracht, zocht ik ze op om samen naar de Tsukiji fish market te gaan. De echte veiling was al lang geweest, maar er is de hele dag markt en je kan er goed vis eten. Ik had zin om een mes te kopen. Dat deed ik niet, maar we hebben wel heerlijk gegeten. Het was mijn eerste keer op de vismarkt, en terwijl ik er struinde tussen de verschillende kraampjes vol uitgestalde waren werd ik getroffen door het besef dat markten wereldwijd niet zoveel van elkaar verschillen. De marktkoopmannen prijzen hun producten aan en maken vriendelijke praatjes. Dat vond ik troostrijk. Ik dacht aan de markt als instrument tegen de wereldwijd oprukkende eenzaamheid. De oervorm van het kapitalisme als model voor sociaal contact. Er kleeft geen schande aan omzetgebonden aardigheid. Geen enkele menselijke interactie is onbaatzuchtig.

Ondertussen gleden de exotische vissen, enorme krabben en prachtig geslepen messen aan ons blikveld voorbij.
Het was te vroeg om terug te gaan en ik herinnerde me een verhaal over een buurtje achter de markt waar een man met een enorme schildpad rondloopt.
‘Wie wil er een schildpad zoeken?’ vroeg ik. Iedereen natuurlijk. We liepen de Kachidokibrug over naar naar Tsukushima. De brug is in de veertiger jaren gebouwd als ophaalbrug over de Sumidarivier. Sinds de jaren zeventig gaat hij niet meer open, maar de brug is een filmische stalen constructie. Dankzij de brede rivier biedt hij magisch uitzicht over een indrukwekkende skyline, streng omlijst door de brede stalen balken van de brug. Een cadeautje voor hen die de moeite nemen de brug te voet over te steken.

Tsukushima is een buurtje omringd door water. Er zitten veel kleine izakaya’s (restaurantjes waar na het werk gegeten, gerookt en gedronken wordt), eettentjes en bars. De steegjes puilen uit van de planten en bomen in bakken en potten van de bewoners. Een prachtige buurt. Maar de schildpad liet zich niet zien.

We besloten ergens koffie te gaan drinken. We vonden een klein tentje, gerund door twee bejaarden. ‘Coffee & Wine’ stond er buiten op de deur. Eenmaal binnen was die combinatie volstrekt logisch. Een oude dame zat aan een tafeltje een behoorlijke hoeveelheid medicijnen te slikken. Naast haar zat een poedel met een ingewikkeld kapsel op een stoeltje te keffen. De kleine bar leek op een spreekgestoelte, met glas-in-lood ingelegd. Terwijl er constant mensen uit de buurt in en uit liepen, knoopte ik een praatje aan met de barvrouw. Dat ging aardig en ik vertelde in mijn beste Japans dat we uit Nederland kwamen en op zoek waren naar een schildpad. 

‘Èèèh! Honto ni! Bon-chan wakarimasuka?’ riep ze uit, hetgeen zoveel betekent als ‘Wow, echt? Ken je Bon-chan?’ Ze vertelde dat de schildpad Bon-chan heette (Bon dus, de toevoeging -chan is voor kinderen wat -san voor volwassenen is). Ze legde uit waar de schildpad was, maar zei ook dat hij goed aan de wandel kon zijn. We waagden het erop en net toen we dankbaar buigend de zaak verlieten kwam er opnieuw iemand aanwaaien. Ze sprak Engels en werkte bij de gemeente. Ze hoorde het hele verhaal aan en besloot ons naar de schildpad te brengen.

Bon-chan zat binnen, maar de vrouw kende de eigenaar en klopte aan. Hij deed open en liet ons binnen. Dit voelde wat ongemakkelijk, want het was zijn huis en we waren met een grote groep. Hij drong er op aan dat het oké was en drukte ons meteen een papiertje met informatie over de schildpad in de handen. Bon-chan was een sporenschildpad van 22 jaar oud, ooit gekocht door de vrouw van de eigenaar. Hij was toen slechts tien centimeter groot. Inmiddels was hij enorm en de kinderen van mijn zus mochten hem voeren en beurtelings bij hem op de rug zitten. De man maakte foto’s van ons met de schildpad. Die had zijn naam te danken aan o-Bon-matsuri, een Japanse feestdag waarop dode voorouders geëerd worden. De lokale brandweer en politie hebben hem als mascotte geadopteerd, en voor de buurt is hij ook een soort zoon. De man toonde foto’s van Bon-chan in de winter, met een prachtig gebreid dekentje over zijn schild dat een buurvrouw voor hem gemaakt had. Hij kan slecht tegen kou. De man trok een ernstig gezicht. Bon-chan kan 80 jaar worden. De man liep al tegen de zeventig en er was nog niemand die de schildpad na zijn dood zou verzorgen. Hij propte een banaan met schil en al in de bek van het prachtige beest. Mijn nichtje mocht hem daarna een blad sla geven.

We moesten mijn kinderen maar eens van school halen.


Mick Johan (1980) is schrijver, kunstenaar en drummer. Hij was de helft van kunstenaarsduo Miktor & Molf en de eerste hoofdredacteur van Vice in Nederland. Totemdier Arafat is zijn debuutroman. Meteen na publicatie verhuisde hij met zijn vrouw en twee kinderen naar Tokio.


Gepost in: faits divers op 2018-06-05

Door Mick Johan

Mick Johan is auteur van Totemdier Arafat en schreef op het Lebowski Blog over zijn leven als 'expatwife' in Japan. Nu is hij noodgedwongen terug in Nederland, omdat zijn vrouw ziek is. Aan de hand van de kunst die hij tegenkomt probeert hij Amsterdam te herontdekken.


Ook van Mick Johan

Ontmoetingsplaats/Knooppunt

Na vijftien afleveringen over zijn leven in Japan – een blogserie met de klinkende naam Tokyo Expatwife – schreef Mick Johan tegen wil en dank dat ene blog, de plottwist, over waarom hij halsoverkop met zijn gezin terug naar Nederland moest verhuizen. Zijn vrouw kreeg kanker. Nu gaat Mick proberen Amsterdam opnieuw te ontdekken, zijn draai weer te vinden, aan de hand van de kunst die hij tegenkomt. Hij is geen kunstcriticus, maar wél een schrijver, dus verwacht een mengelmoes van persoonlijke observaties, associaties en interviewfragmenten.


Mbulu Ngulu

Na vijftien afleveringen over zijn leven in Japan – een blogserie met de klinkende naam Tokyo Expatwife – schreef Mick Johan tegen wil en dank dat ene blog, de plottwist, over waarom hij halsoverkop met zijn gezin terug naar Nederland moest verhuizen. Zijn vrouw kreeg kanker. Nu gaat Mick proberen Amsterdam opnieuw te ontdekken, zijn draai weer te vinden, aan de hand van de kunst die hij tegenkomt. Hij is geen kunstcriticus, maar wél een schrijver, dus verwacht een mengelmoes van persoonlijke observaties, associaties en interviewfragmenten.




recente posts