Toeval

Toeval

Sabine van den Berg

De Viking rookt een sigaret en kijkt naar een schilderij. Hij wrijft door zijn rode baard, in zijn oorlel schommelt een zware ring met een soort Keltisch ornament. Op een tafel staat een glazen stopfles met gekleurde knikkers. Mijn zoon vraagt waarom hij die knikkers in zijn atelier bewaart.
 

‘Ik werk met toeval,’ legt de Viking uit. Zijn stem is indrukwekkend en zoals je van een Viking mag verwachten. Zijn hele postuur trouwens ook. ‘Met mijn ogen dicht pak ik een knikker en daarna schilder ik een vlakje in de kleur van die knikker.’
‘En dat schilderen doe je met je ogen open?’ vraag ik.
De Viking knikt en glimlacht.
Hij laat ons het resultaat zien; het patroon heeft een vanzelfsprekende ordening, die dus nergens uit blijkt als we de Viking mogen geloven.
We kijken ook naar het schilderij waar hij op dat moment aan werkt, het bestaat uit abstracte puzzelstukjes in dezelfde kleur bruin. Alleen wijst de verfstreek telkens in een andere richting, waardoor de vlakjes in tint lijken te verschillen. Mijn zoon wil weten hoe hij dat doet. Hij vertrouwt het zaakje niet en denkt dat er toch stiekem verschillende kleuren zijn gebruikt.
De Viking geeft me een paar stickers van het bruine vlakjesschilderij. ‘Leuker dan een visitekaartje.’
Wanneer we weggaan, rookt de Viking weer. Mijn zoon loopt een eindje voor ons uit. De Viking blijft in de deuropening van de ateliervleugel staan, hij inhaleert diep en zegt daarna ernstig. ‘Die kleine heeft gelijk, er is een miniem kleurverschil.’

’s Avonds krijgen we het over toeval.
‘Hoe toevallig is toeval?’ vraagt mijn zoon filosofisch. ‘Als de Viking net een geel vlakje heeft geschilderd en hij pakt daarna vier keer achter elkaar een gele knikker, denkt hij misschien: dat vind ik niet mooi voor mijn schilderij, en dan gooit hij die gele knikkers terug. De keer daarop pakt hij een rode, die kleur komt hem beter uit en dat noemt hij dan toeval. Wie controleert hem?’
Ik vind hem achterdochtig. ‘Het levert in elk geval iets moois op,’ antwoord ik. Ik laat hem de stickers zien die ik gekregen heb. ‘Inderdaad leuker dan een visitekaartje,’ vindt ook mijn zoon.
‘Je kunt er eentje op je agenda plakken,’ opper ik.
‘Dat hoeft nou ook weer niet, dan denkt iedereen dat ik zijn fan ben.’ Hij neemt de sticker van me aan en legt hem in een la van zijn bureau. ‘Ik bewaar hem wel.’

Afgelopen zaterdag is mijn zoon alleen naar de stad geweest. Hij kwam terug met een T-shirt dat hij zelf had uitgezocht. Het shirt is bedrukt met in elkaar grijpende zwarte, witte en grijze vlakjes.
‘Het lijkt op een schilderij van de Viking,’ zegt hij. ‘Maar daarom heb ik het shirt niet gekocht hoor. Ik vond het toevallig gewoon mooi.’


Sabine van den Berg leeft met haar gezin in de grootste kunstenaarsgemeenschap van Noord-Nederland: De Biotoop te Haren. In het voormalige Biologisch Centrum van de RUG wonen en werken meer dan 300 mensen. In september verschijnt haar trilogie Zien, horen, zwijgen bij Lebowski Publishers.


Gepost in: faits divers op 2017-08-03

Door Sabine van den Berg

Sabine van den Berg (1969) volgde de opleiding Reclametekenen in Amsterdam, studeerde tekenen en beeldhouwen aan de Kunstacademie te Rotterdam, en proza aan schrijversvakschool ’t Colofon in Amsterdam. In 2000 verscheen haar eerste roman De naam van mijn vader, gevolgd in 2002 door De lachende derde. In 2013 verscheen Wissel en in 2016 Dingen die niet mogen


Ook van Sabine van den Berg

Schrijftips van Sabine: 'De avond is ongemak' van Marieke Lucas Rijneveld

Speciaal voor schrijvers in spe.

Sabine van den Berg is naast auteur voor Lebowski sinds 2013 als docent Proza verbonden aan de Schrijversvakschool te Groningen.

"Geregeld vragen studenten mij wat ik nou eigenlijk zélf lees en waarom? Sinds ik professioneel schrijf – nu toch al ruim twintig jaar – lees ik niet meer onbevangen. Ik kijk altijd hoe een boek is opgebouwd en wat ik van een collega kan leren. Of ik wil vertellen wát ik er dan van leer, is dan meestal de volgende vraag. Daarom, op verzoek van velen: schrijftips aan de hand van literaire voorbeelden."


Berichten uit de Biotoop: Vogelen

Een voor een bekijk ik iedereen aan tafel. De meesten heb ik nog nooit gezien en ik woon toch al bijna drie jaar in De Biotoop. De woongroep bestaat uit twaalf mensen en een paar logés die geregeld aanwaaien. Nu zijn er ook vrienden op bezoek. Elke avond eet de vaste kern samen, wast samen af en doet vaak nog een spelletje. Iedereen is behulpzaam en sociaal, ik ben opgenomen in hun midden waardoor ik me vereerd voel. Zo gaat dat, een groep ontleent zijn bestaansrecht aan het feit dat niet iedereen erbij hoort en als je dan als buitenstaander toch wordt geaccepteerd, geeft dat een fijn gevoel.




recente posts

Waarschuwing

Waarschuwing

Jonah Falke
Gepost op: 2018-07-12 in: proza
Gepost op: 2018-07-11