Theater Pyongyang

Theater Pyongyang

Anne Moraal

‘Een Koreaan, een Chinees en een Amerikaan zitten in een vliegtuig…’ Mr. Kim vertelde een mop. Hij was onze gids en heette eigenlijk Kim Jong-un, wat wij een grappig toeval vonden. Mr. Kim was alleen maar trots. We zaten in de bus onderweg naar ons hotel op een eiland midden in Pyongyang. Mijn vierde en laatste avond in Noord-Korea. De volgende dag vertrok ik met de vijftien andere toeristen naar huis.

            Eerder zong Mr. Kim een lied in de bus. Nu vertelde hij een mop die ik in grote lijnen al kende. In mijn versie gaat het om een Nederlander, een Engelsman en een Belg. Het loopt slecht af voor de Belg. In die van Mr. Kim is het de Amerikaan die met een rugzak, in plaats van een parachute, het vliegtuig uitspringt. Trump had nog geen toenadering gezocht.

            Toen ik een tijdje in Zuid-Korea woonde had ik al eens aan de grens met de telelens van mijn fotocamera naar de overkant gekeken. Een Noord-Koreaanse soldaat keek met zijn verrekijker terug. ‘Oog in oog met de vijand,’ zei de Amerikaan die zuidelijke grens bewaakte. Nu was ik daar, in het hol van de leeuw, en vertelde de vijand flauwe moppen.

            In vijf dagen werden we van monument naar museum naar mausoleum naar theater geleid en we zagen precies wat zij wilden dat we zagen. Theater Pyongyang. Schone straten, indrukwekkende architectuur en lachende mensen. In het Kinderpaleis zongen jongetjes in matrozenpakjes een lied. Op het scherm achter hen verschenen indrukwekkende beelden van een opstijgende raket in een zee van rook en vuur. Het publiek, bestaande uit honderden Koreanen, barstte uit in een oorverdovend applaus. Achteraf bleken het beelden van de raketproef die een paar uur eerder had plaatsgevonden. ’s Avonds in de hotelbar dronken we ondanks het handelsembargo bier uit flesjes Heineken.

            Het was moeilijk om weerstand te bieden aan de show die ze vijf dagen lang voor mijn reisgenoten en mij opvoerden, in dit land waar een heel volk in de schaduw van de grote leider staat. De jongetjes in de matrozenpakjes, de vrouwelijke verkeersregelaars, het uitzinnig klappende publiek, Mr. Kim en al die mensen buiten Pyongyang die het nog veel slechter hadden; ze waren in de steek gelaten en wij lieten ons vermaken.

Kim Jong-un heeft in Trump zijn Amerikaanse evenbeeld gevonden, een sterrencast om de voorstelling nog smeuïger te maken. En weer kijken wij alleen maar toe.

Een Amerikaan en een Noord-Koreaan zitten in een hotel.

Zegt de Noord-Koreaan tegen de Amerikaan: ‘Ik heb een bestelling van 90.000 flessen wodka geplaatst en de dagelijkse voedselrantsoenen van mijn volk teruggebracht naar 300 gram per persoon. O, en op denuclearisatie hoef je niet te rekenen.’

Zegt de Amerikaan: ‘Je bent een kundig leider, collega.’

*

Anne Moraal (31) is eindredacteur van het radioprogramma VPRO Nooit meer slapen. Zij deed de Creative Writing Summer School aan de New York University als enige niet-Engelstalige student van haar lichting, waar ze les kreeg van auteurs als Chad Harbach en Lydia Davis. Tijdens haar studie woonde zij een half jaar in Zuid-Korea. In 2017 reisde zij af naar Noord-Korea voor research. Honden huilen niet is haar debuut.


Gepost in: current affairs op 2019-02-27

Door Anne Moraal

Anne Moraal (31) is eindredacteur van het radioprogramma VPRO Nooit meer slapen. Zij deed de Creative Writing Summer School aan de New York University als enige niet-Engelstalige student van haar lichting. Tijdens haar studie woonde zij een half jaar in Zuid-Korea. In 2017 reisde zij af naar Noord-Korea voor research. Honden huilen niet is haar debuut.

recente posts