Ten overstaan van de hele wereld (voorpublicatie Alfred Hayes)

Ten overstaan van de hele wereld (voorpublicatie Alfred Hayes)

Alfred Hayes

Het feest duurde te lang; moe van alle stemmen die iets te opgewonden klonken, van de drank, die iets te makkelijk voorhanden was, dacht ik: ik wil even alleen zijn, en om – al was het maar voor even – te ontsnappen aan de glimlachjes die je aan de piano vastprikten of aan vragen die je onrustig in je stoel deden schuiven, liep ik naar buiten om naar de oceaan te kijken. 

     Daar was hij, precies als in de advertenties, donker en zwaar, aanzwellend, met in de verte de lichten van een schip dat vertraging had opgelopen en langzaam zuidwaarts voer. Ik keek naar het water, over een of andere grens, terwijl achter mij, vanuit de helder verlichte kamer met zijn bamboe bar en bamboe barkrukken, stemmen van mensen, geen vrienden van elkaar maar ook geen vreemden, de gesprekken voortzetten over het een of andere succesje, of een mop herhaalden. Het leek onzinnig om nog veel langer te blijven: ik was moe en het feestje liep ten einde. Het leek onzinnig om nu te vertrekken; thuis wachtte mij niets dan een leeg huis.
    Onder mij lag het strand. Een meisje kwam uit een van de slaapkamers beneden gelopen. Ze droeg een korte broek, een gestreept truitje, had een kapiteinspet op haar hoofd en hield een cocktailglas in haar hand. Voorzichtig en vrolijk zwierde ze over het strand in de lichtstralen die vanuit het huis over het strand vielen, balancerend met het glas en met die namaakpet op haar zwarte haar. Haar benen leken, in het strakke broekje en in de duisternis, uitzonderlijk wit. Ze liep naar de vloedlijn, nam met een nadrukkelijk gebaar een grote teug uit haar glas en hield haar hoofd een beetje schuin om naar de sterren te kijken. Het was een mooi beeld: de zee, die korte broek, die cocktail. Ik nam aan dat ze zelf leek te beseff en hoe fraai het plaatje was dat ze maakte; net als ik trouwens deed, staand op de veranda, bedachtzaam rokend. Het leek alsof ik haar eerder had gezien: in elk geval die witte benen, dat lange haar, die vrolijke pet, tegen de mast van een zeilboot geleund in Balboa, in het weekend, als het daar zwart zag van de mensen, of op een barkruk rond een uur of vijf in Ocean House, als je tenminste lid was en je eigen parasol huurde, wat me in haar geval niet waarschijnlijk leek; waarschijnlijk was ze er op uitnodiging, in Ocean House, net als
op die zeilboot in Balboa, meestal niet alleen, meestal waren er nog drie of vier meiden met even lange benen en datzelfde krullende haar. Ik kon haar gezicht niet zien, maar dat gaf niet: ik wist min of meer wie ze was, en ik wist zeker dat ze zich daar helemaal één met de zee voelde terwijl het water om haar enkels golfde. Toen begon ze plotseling, het glas geheven alsof het een of ander ceremoniële kelk was, de zee in te lopen. Haar benen glommen in de duisternis. Even stopte ze om nog een ceremoniële slok te nemen, en toen deed de onderstroom iets met het zand waar ze op stond en viel ze. Schitterend vond ik het. Haar tengere bovenlichaam was nu grondig doorweekt, de kapiteinspet was van haar hoofd gevallen. Ze stond op en stelde zich teweer tegen de Stille Oceaan, ineens tekende haar silhouet zich niet meer zo fraai af tegen de onverschillige lucht als een paar minuten geleden. Ze zag eruit als een grondig geruïneerde zeemeermin. Ik leunde met mijn ellebogen op de balustrade van de smalle veranda en genoot van haar ongelukje. Ik had genoeg van het gezelschap, hun vrijetijdskleding, hun comfortabele strandschoentjes en die t-shirts, al die luchtige jurkjes, topjes en sandalen, al die vrijmoedigheid, al die zongebruinde charme.
    Het meisje wankelde een beetje, de pet was weggedreven, het glas verdwenen. Toen liep ze ineens verder de oceaan in. Ze vocht met de branding en liep al lang niet meer, zoals ik eerst nog dacht. Een grote golf kwam aangerold en overspoelde haar. Ze ging echt kopje-onder. Ik riep iets en sprong van de veranda.

Alfred Hayes (1911-1985) was dichter en schreef zeven romans. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Hayes gelegerd in Italië. Eind jaren veertig vertrok hij naar Hollywood, waar hij vele scenario’s schreef. Ten overstaan van de hele wereld speelt zich af in het Hollywood van de jaren ’50: de plek waar je slechts zo interessant bent als je laatste project. De verteller, een scenarioschrijver, redt een jonge vrouw die met een stomdronken zelfverzekerdheid de Stille Oceaan in strompelt.

Luister hier naar de Booksound behorend bij Ten overstaan van de hele wereld. 


Gepost in: proza op 2017-03-23

Door Alfred Hayes

recente posts