Soldaat

Soldaat

Jonah Falke

Vanmiddag vroeg ik een paspoort aan, liet ik mijn gebit controleren en moest ik pasfoto’s laten maken.

De dame die de pasfoto maakte wilde mijn oren zien en ze zei: ‘Ik weet dat het moeilijk is, maar je mag wel lachen hoor. Maak ook je lippen maar even lekker nat, alsof er leven inzit.’ 
De tandarts maakte een röntgenfoto van mijn kiezen en zei nadien: ‘Jammer, weer geen gaatjes. Maar wanneer stop je met roken?’ 
De vrouw in het gemeentehuis vroeg of ik gegroeid was en of ik mezelf voor de zekerheid even op wilde meten. Ik was niet gegroeid. Nadien wilde ze mijn vingerafdrukken hebben. 

In zo’n twee uur tijd gaf ik meer bewijsmateriaal weg dan me lief was. De mogelijkheden om te verdwijnen of je leven te verzinnen zag ik slinken. Was daarom misschien de kunst uitgevonden? Omdat men in de werkelijkheid leeft maar zoekt naar een vlucht om het dragelijk te houden?

 

'De mogelijkheden om te verdwijnen of je leven te verzinnen zag ik slinken'

 

In de avond sprak ik een vriend. Hij leek de zucht naar vervreemding of vervorming niet te kennen. Hij vertelde over zijn werk als soldaat en zei dat het een sterke band schept om met je collega’s de dood in de ogen te kijken. Het was benijdenswaardig. Alles wat er daarna gezegd werd viel in het niet bij die ene uitspraak. 

Vroeg op de avond zei hij lachend: ‘Ik mag en ik moet weer.’
‘Op uitzending naar Irak, bedoel je?’
‘Nee, ik ga zo naar huis, mijn vriendin en ik proberen zwanger te worden.’ 
Ik wenste hem veel succes en plezier. 
Hij ging. 

Als je op je werk soms de dood in de ogen kijkt, en thuis probeert het leven voort te zetten door een kindje te maken, lijkt er geen plek of tijd voor vervreemding te hoeven zijn. Het was jaloersmakend.

Beeld: Stubenrauch (1915)

 


Gepost in: faits divers op 2019-01-31

Door Jonah Falke


Ook van Jonah Falke

Rembrandt

Gister liepen mijn geliefde en ik wel tien kilometer door Amsterdam. Onderweg fantaseerden we in welke pakhuizen aan het water we wel zouden willen wonen.


Dubbelgangers

In het boek Gratis geld voor iedereen schrijft Rutger Bregman dat in de jaren vijftig 12% van de jongeren instemde met de stelling: ‘Ik ben een heel bijzonder mens.’ Nu is dat 80% procent.
Men lijkt zich steeds meer individu te voelen, maar dat neemt de mogelijkheid onverhoopt een dubbelganger te treffen niet weg.




recente posts