Schrijftips van Sabine: 'Keizer' van Sarah Sluimer

Schrijftips van Sabine: 'Keizer' van Sarah Sluimer

Sabine van den Berg

Speciaal voor schrijvers in spe.

Sabine van den Berg is naast auteur voor Lebowski sinds 2013 als docent Proza verbonden aan de Schrijversvakschool te Groningen.

"Geregeld vragen studenten mij wat ik nou eigenlijk zélf lees en waarom? Sinds ik professioneel schrijf – nu toch al ruim twintig jaar – lees ik niet meer onbevangen. Ik kijk altijd hoe een boek is opgebouwd en wat ik van een collega kan leren. Of ik wil vertellen wát ik er dan van leer, is dan meestal de volgende vraag. Daarom, op verzoek van velen: schrijftips aan de hand van literaire voorbeelden."

Wat: Keizer van Sarah Sluimer.

Waarom: Ik werd nieuwsgierig naar dit debuut doordat ik er een lovende tweet over las.

Hoe: Als ik eens wil schrijven over een hoofdpersonage dat de wereld naar zijn hand heeft gezet en langzaam de controle over zijn zelfgeschapen keizerrijk verliest, kan ik dit boek als voorbeeld nemen.

“De dokter droeg handschoenen. Voorzichtig schoof hij de haren op de kruin van het jongetje opzij en keek naar de ovale donkere plek.
‘Och,’ zei hij. ‘ Och, wat vreemd.’
De moeder zag hoe hij heel voorzichtig op de dunne huid duwde, maar snel zijn vingers terugtrok en de haren gladstreek. Hoe hij zijn mondhoeken even naar achter trok, maar zich direct herstelde. Korte walging.”

Dit is de eerste alinea uit Keizer. De lezer weet meteen dat er iets vreemds is met het jongetje. Tegelijkertijd introduceert de schrijfster Leo, de man over wie het boek gaat, als kind.

“De moeder greep het knietje van haar zoon beet. De jongen keek verstoord naar de bovenkant van haar hand. Huid op huid. Klam en droog. Hij hield er niet van.”

De schrijfster eindigt haar proloog met de uitspraak van de dokter: ‘Het spijt me. Hij zal nooit zo kunnen spelen als anderen.’

In deze proloog liggen alle kenmerken besloten die uiteindelijk het karakter van Leo Landrauff hebben gevormd.

Als in hoofdstuk één een succesvolle regisseur genaamd Leo het podium opkomt, die zich opwindt over de hete lampen die te dicht op zijn hoofd staan gericht, weet je als lezer meteen dat het om dezelfde Leo gaat. Een goede vondst is dat Leo heeft geleerd om anderen voor zich te laten spelen. Mooi zijn ook de andere hoofdstukken in het verleden waarin Leo het toneel ontdekt, hij een toneelstuk regisseert op het jongensinternaat en het hem uiteindelijk alleen blijkt te gaan om de verandering die hij heeft bewerkstelligd, zowel bij de jongens die hij zichzelf laat overtreffen als de macht die hij tijdelijk heeft overgenomen van de directeur.

De ‘open plek’ op Leo’s hoofd blijft een vreemd fenomeen waarvan ik vermoed dat dit in het echt zelden of nooit voorkomt, althans niet bij volwassenen. In principe kun je alles schrijven als je het maar met overtuiging doet, en dat doet de schrijfster. Mij lijkt de figuurlijke betekenis daarom voor het verhaal belangrijk. Leo is overgevoelig op vrijwel alle punten en heeft zijn leven zo ingericht dat iedereen rekening met hem houdt. Hij is de keizer in dit boek.
Het karakter van Leo staat het niet toe dat hij inmenging van anderen aanvaardt. Toch gaat Leo een samenwerking aan met iemand die hij zelf van zijn leven niet zou hebben gekozen. Dit kan alleen maar gebeuren omdat hij denkt te genezen van zijn ‘open plek’ wanneer hij een andere open plek, namelijk een stralend wit appartement, betreedt. Een appartement dat hem in het vooruitzicht wordt gesteld als hij het stuk van de zoon van een beroemde kunstenaar uitvoert.

Het boek is geschreven in de derde persoon, vanuit Leo. Keizer is opgebouwd uit een proloog, 27 hoofdstukken en ‘drie repetities’, monologen van Leo waarin hij zijn acteurs aanwijzingen geeft. De meeste hoofdstukken en de repetities spelen in het heden. Hoofdstuk 7 tot en met 11 spelen in het verleden en sluiten min of meer chronologisch aan op de proloog. Door deze flashbacks staat Leo’s karakter als een huis.

Leo raakt de controle kwijt en verliest daardoor het zicht op de realiteit. Zijn eigen verzet maakt hem gek. Doordat het hoofdpersonage psychologisch goed in elkaar zit, is dit aannemelijk. Tot het laatst toe vraag je je als lezer af of wat er gebeurt echt is of niet.
Het karakter van Leo ontwikkelt zich, hij speelt voor het eerst van zijn leven een rol in het stuk van een ander. Hij moet leren ‘openstaan’ voor anderen, maar dan op een sociale manier.
En wat is daar nu uiteindelijk zo erg aan? 


Wat kan ik leren van dit boek:

-           Een proloog schrijven die in het verleden speelt waarin alle kenmerken aanwezig             zijn voor de vorming van het karakter.
-           Het gebruik van een lichamelijk kenmerk met een figuurlijke betekenis.
-           Een karakter psychologisch laten kloppen door middel van flashbacks.
-           Waan en werkelijkheid vermengen.
-           Aannemelijke ontwikkeling van een personage.


Mooiste zin: “De een stopt met lekker neuken en de ander gaat juist zijn hele leven tekeer tot zijn pik zo leeg is als het plastic van een half opgevreten leverworst.”


Gepost in: faits divers op 2018-06-29

Door Sabine van den Berg

Sabine van den Berg (1969) volgde de opleiding Reclametekenen in Amsterdam, studeerde tekenen en beeldhouwen aan de Kunstacademie te Rotterdam, en proza aan schrijversvakschool ’t Colofon in Amsterdam. In 2000 verscheen haar eerste roman De naam van mijn vader, gevolgd in 2002 door De lachende derde. In 2013 verscheen Wissel en in 2016 Dingen die niet mogen


Ook van Sabine van den Berg

Berichten uit de Biotoop. Dozen

Schrijfster Sabine van den Berg leeft met haar gezin in de grootste kunstenaarsgemeenschap van Noord-Nederland: De Biotoop te Haren. In het voormalige Biologisch Centrum van de RUG wonen en werken meer dan 300 mensen. 


Een hondenleven

Schrijfster Sabine van den Berg leeft met haar gezin in de grootste kunstenaarsgemeenschap van Noord-Nederland: De Biotoop te Haren. In het voormalige Biologisch Centrum van de RUG wonen en werken meer dan 300 mensen.




recente posts