Pop en literatuur (83): Jack Bruce en Malcolm Lowry

Pop en literatuur (83): Jack Bruce en Malcolm Lowry

Cor de Jong

Iedere week bespreekt Cor de Jong de relatie tussen pop en literatuur. Deze week deel 83 met  Jack Bruce en Malcolm Lowry. 

 

 

Er zijn boeken die beroemd zijn vanwege hun openingszin. Neem de Max Havelaar. Of De uitvreter. Titaantjes. De Avonden. Nooit meer slapen. Er zijn er ook (al zijn ze zeldzamer) die vooral bijblijven vanwege hun slotzin. Under the Volcano, de klassieker van Malcolm Lowry uit 1947 is er zo een:

Somebody threw a dead dog after him down the ravine.

Wat een einde. Het enige wat je aan kunt merken op zo’n slot is dat het onvermijdelijk de rest van de roman overschaduwt. Je leest als het ware naar het einde toe. Zoals je naar de film Titanic kijkt met steeds de onvermijdelijke afloop in je hoofd, zo las ik dit boek in de wetenschap dat hij in een ravijn dondert en dat er iemand een dode hond achter hem aan gooit…

De gebeurtenis vormt de apotheose van een lange dag aan de voet van de vulkaan Popocatepetl in Mexico, waar de hoofdpersoon, Geoffrey Firmin, meestal aangeduid als de Consul, woonachtig is. Hij is de voormalige Britse consul in Mexico, maar aangezien het Verenigd Koninkrijk en Mexico hun diplomatieke banden kort daarvoor hebben verbroken is hij in feite ex-consul. Hij wil een boek schrijven, maar zijn verregaande verslaving aan alcohol maakt het hem volslagen onmogelijk om ook maar iets te ondernemen.

De roman speelt zich af op 1 november 1938, de Dag van de Doden (Día de los Muertos), een nationale feestdag in Mexico, de dag waarop de zielen van kinderen volgens de overlevering terugkeren naar de aarde. Elk van de twaalf hoofdstukken volgt een personage, vaak vooral diens gedachten en hallucinaties, waardoor de gebeurtenissen in het boek soms lastig te reconstrueren zijn. De voornaamste personages zijn de Consul, zijn vrouw Yvonne, die van hem gescheiden is, maar juist deze dag bij hem terugkeert in de hoop dat hun huwelijk nog te redden is, en Hugh, de halfbroer van de Consul, die in het verleden een relatie heeft gehad met Yvonne.

Het treurige einde van de Consul hangt in de lucht en werpt een donkere schaduw over de gehele roman. Zeker voor wie de beroemde slotzin kent, maar ook als die je niet bekend in de oren klinkt, voel je hoe het onheil nadert. De duistere visioenen van de Consul zelf dragen daaraan bij. Vanaf de eerste bladzijde bungelt er een zwaard van Damocles aan een rafelige paardenhaar, die in de rest van het boek alleen maar rafeliger wordt. Lowry speelt bovendien subtiel met de chronologie. In het elfde (voorlaatste) hoofdstuk wordt Yvonne vertrapt door een op hol geslagen paard. Het hoofdstuk daarna wordt pas duidelijk dat dit paard op hol is geslagen door het pistoolschot dat een einde maakt aan het leven van de Consul en hem in het ravijn doet storten. Gebeurtenissen werpen in dit boek daadwerkelijk hun schaduw vooruit.

De dode hond die hem achterna wordt gegooid is trouwens ook al eerder aanwezig. Door het boek heen wordt meer dan eens melding gemaakt van zwerfhonden die het gezelschap achtervolgen. Zo eindigt het tweede hoofdstuk met de zin: ‘A hideous pariah dog followed them in.’ In het achtste hoofdstuk zitten de Consul, Hugh en Yvonne in de bus en rijden ze over een brug boven het ravijn: ‘Hugh saw a dead dog right at the bottom, nuzzling the refuse; white bones showed through the carcass.’ Wederom een zwarte vooruitwijzing naar het onvermijdelijke einde.

Ieder personage worstelt op zijn of haar eigen manier met het verleden en zoekt wanhopig naar iets om zich aan vast te klampen in het heden. Het valt hen zwaar om hoopvol te zijn. Met name de Consul, die de wereld ziet door een waas van alcohol en zich tegen beter weten in groot probeert te houden, mijmert – tussen de hallucinaties en herinneringen aan betere tijden door – over de uitzichtloosheid van zijn bestaan.

Die Consul uit Under the Volcano wordt ook opgevoerd in het nummer ‘The Consul at Sunset’ van Jack Bruce.

 

Jack Bruce – The Consul at Sunset

 

When he walks from the consul at sunset

Barely remembers his name

Walk is a little unsteady, sadly

But he knows most of all that he's living beneath the volcano

Won't be so many more days

Isn't much time and it's gathering darkness, my friend

 

He's been going too far in his drinking

Running a little too fat

Eyelids becoming so heavy, sadly

But he tries not to sleep while he's living beneath the volcano

Won't be so many more days

Isn't much time and it's gathering darkness, my friend

 

Though the fireflies laugh in the dusklight

It's the Festival of Death

Crowd is all laughter, it's hollow, sadly

They may kill death tonight, but they still live beneath the volcano

Won't be so many more days

Isn't much time and it's gathering darkness, my friend

 

Bruce maakte deel uit van de legendarische band Cream, waarvan ik eerder in deze reeks het nummer ‘Tales of Brave Ulysses’ besprak. Dat nummer handelt over de omzwervingen van Odysseus, zoals beschreven door Homerus. ‘The Consul at Sunset’ blijft – historisch gezien – wat dichter bij huis.

De eerste zin is een raadselachtige. Wie is de ‘hij’ waar het hier over gaat? De eerste regel ‘When he walks from the consul at sunset’ doet vermoeden dat het iemand is die de consul bij zonsondergang verlaat. Maar wie verder luistert hoort dat de persoon over wie het gaat eigenlijk niemand anders kan zijn dan de consul zélf. Zijn onvaste manier van lopen, zijn treurigheid, zijn drankzucht, zijn toenemende overgewicht en hangende oogleden: het zijn allemaal omschrijvingen die uit de roman afkomstig lijken en rechtstreeks van toepassing zijn op Geoffrey Firmin.

Ook de rest van de tekst gaat duidelijk terug op de roman: ‘It’s the Festival of Death’ vormt een niet te missen verwijzing naar de dag waarop de gebeurtenissen zich voltrekken. Maar de meest overtuigende overeenkomst tussen het nummer en de roman is zonder twijfel de dreigende sfeer. Het naderende onheil dat in het boek op elke bladzijde aanwezig is, wordt door Jack Bruce vervat in de terugkerende woorden ‘Won’t be so many more days/ Isn’t much time and it’s gathering darkness, my friend’.

 


Gepost in: faits divers op 2020-01-14

Door Cor de Jong

Cor de Jong (1978) is schrijver, leraar Nederlands en studiebegeleider bij de jeugdopleiding van Sparta Rotterdam. Hij publiceerde al meerdere korte verhalen. De aanname is zijn debuutroman.


Ook van Cor de Jong

Pop en literatuur (84): The Byrds en Prediker

Iedere week bespreekt Cor de Jong de relatie tussen pop en literatuur. Deze week deel 84 met The Byrds en Prediker. 


Pop en literatuur (82): Nona Hendryx en Zora Neale Hurston

Iedere week bespreekt Cor de Jong de relatie tussen pop en literatuur. Deze week deel 82 met Nona Hendryx en Zora Neale Hurston.     




recente posts