Pop en literatuur (68): PJ Harvey en J.D. Salinger

Pop en literatuur (68): PJ Harvey en J.D. Salinger

Cor de Jong

Iedere dinsdag zoekt Cor de Jong de connectie tussen pop en literatuur. Deze week deel 68: PJ Harvey en J.D. Salinger.

Polly Jean Harvey is beter bekend als PJ Harvey. Ook Jerome David Salinger kennen we vooral bij zijn initialen: als J.D. Salinger. Behalve hun afgekorte voornamen hebben ze echter meer gemeen. 

Op haar album Is This Desire? (1998) verwijst Harvey in twee verschillende nummers naar twee korte verhalen van J.D. Salinger. Het eerste nummer van de plaat, ‘Angelene’, bevat de regels ‘Rose is my color, and white/ Pretty mouth and green my eyes’ Dat is een verwijzing naar een verhaal van Salinger uit 1951: ‘Pretty Mouth and Green My Eyes’.

Een man en een vrouw liggen op bed als de telefoon gaat. De man, genaamd Lee, neemt op. Het blijkt zijn goede vriend Arthur die zich zorgen maakt omdat zijn vrouw de avond ervoor verdwenen is van het feestje waar ze waren. Lee probeert hem gerust te stellen: ze zal vanzelf wel terugkomen. Arthur is daar minder gerust op: het is niet de eerste keer dat hij haar verdenkt van ontrouw. Hij bekent dat hij overwogen heeft bij haar weg te gaan, maar tegelijkertijd houdt hij van haar. Alsof het allemaal nog niet genoeg is, maakt hij zich ook zorgen over zijn baan.

De lezer begrijpt intussen al lang dat de vrouw die bij Lee in bed ligt niemand anders is dan Joanie, de vermiste echtgenote van Arthur, ook al wordt dat verder nergens in het verhaal expliciet bevestigd. Arthur barst uiteindelijk in tranen uit bij de herinnering aan gelukkiger tijden. Hij herinnert zich een gedicht dat hij haar stuurde:

 

Or I start thinking about–Christ, it’s embarrassing–I start thinking about this goddam poem I sent her when we first started goin’ around together. ‘Rose my color is and white, Pretty mouth and green my eyes.’ Christ, it’s embarrassing–it used to remind me of her.

 

Het is dit gedicht dat Harvey citeert. Grappig genoeg onthult Arthur dat Joanie niet eens groene ogen heeft en dat het gedicht dus eigenlijk nergens op slaat. Ondanks de ik-vorm waarin de zinnen staan, gaan ze dus over de geliefde: dat is degene die – al dan niet – groene ogen heeft. In het nummer van PJ Harvey is niet Lee aan het woord en ook niet Joanie, maar ene Angelene (‘My first name Angelene’) die, evenals Joanie, promiscu is: ‘Love for money is my sin/ Any man calls I'll let him in’. Daar houdt de overeenkomst tussen Joanie en Angelene (en daarmee tussen het nummer en het verhaal) ook wel zo’n beetje op.

Dat is anders bij het nummer ‘A Perfect Day, Elise’. Ook voor dit nummer heeft Harvey zich laten inspireren door Salinger. Om precies te zijn door zijn verhaal ‘A Perfect day For Bananafish’.

 

PJ Harvey – A Perfect Day Elise

 

He got lucky, got lucky one time
Hitting with the girl in room five o nine
She turned her back on him facing the frame
Said, ‘Listen Joe don't you come here again’

White sun scattered all over the sea
He could think of nothing but her name Elise
God is the sweat running down his back
The water soaked her blonde hair black

It’s a perfect day
A perfect day, Elise

He got burned by the sun
He’s a lucky man
His face so pale and his hands so worn
And the sky
Let himself in room five o nine
As she turned away
Said a prayer, pulled the trigger and cried
Tell me why

It’s a perfect day
A perfect day, Elise

Ah oh, It’s a perfect day
A perfect day, Elise

J.D. Salinger – A Perfect Day For Bananafish

 

He got off at the fifth floor, walked down the hall, and let himself into 507. The room smelled on new calfskin luggage and nail-lacquer remover.

 

He glanced at the girl lying asleep on one of the twin beds. Then he went over to one of the pieces of luggage, opened it, and from under a pile of shorts and undershirts he took out an Ortgies caliber 7.65 automatic. He released the magazine, looked at it, then reinserted it. He cocked the piece. Then he went over and sat down on the unoccupied twin bed, looked at the girl, aimed the pistol, and fired a bullet through his right temple.

 

‘A Perfect Day For Bananafish’ (1948) is een van Salingers oudste en bekendste verhalen. Het werd gebundeld in Nine Stories (1953) met onder andere ‘Pretty Mouth and Green My Eyes’. Het gaat over een jonge vrouw (Muriel Glass) die in een hotelkamer in Florida telefoneert met haar moeder. Die maakt zich zorgen over Seymour, de man van haar dochter, en zijn onvoorspelbare gedrag. Uit het gesprek wordt duidelijk dat hij een oorlogsveteraan is. Hij lijkt getraumatiseerd.

Dan wordt de aandacht verlegd naar het strand, waar een ander personage, Sybil  Carpenter, een jong meisje, met haar moeder praat over diezelfde Seymour (‘See more Glass’). Haar moeder stuurt haar weg om te gaan spelen, terwijl ze zelf in het hotel een Martini gaat drinken. Sybil zoekt Seymour op en geeft aan dat ze boos is omdat hij de avond tevoren een ander meisje (Sharon Lipschutz) naast hem heeft laten zitten toen hij piano speelde voor de hotelgasten. Om het goed te maken wil Seymour haar meenemen het water in om bananenvissen te vangen Het is namelijk een perfecte dag voor bananenvissen. Hij beschrijft wat voor bijzondere vissen dit zijn: ze gaan zich te buiten aan bananen, waardoor ze te dik worden en niet meer uit hun bananenhol kunnen komen en doodgaan.

Ze gaan het water in en Seymour duwt het vlot waar Sybil op ligt. Als ze kopje onder gaat door een grote golf, beweert Sybil een bananenvis gezien te hebben met zes bananen in zijn bek. Seymour kust haar voetzool. Dan gaan ze terug naar het strand, waar hun wegen zich scheiden. Seymour sjokt terug naar het hotel, maakt in de lift nog ruzie met een vrouw, komt in zijn kamer waar Muriel op bed ligt. Hij haalt een pistool tevoorschijn uit zijn tas en schiet zich een kogel door het hoofd.

In een eerste versie bleef het onduidelijk waarom Seymour zelfmoord pleegt. Salinger voegde daarom het telefoongesprek van Muriel met haar moeder toe om de context te schetsen en de lezer een mogelijke oorzaak aan te reiken. Toch blijft er een zeker spanningsveld tussen het schattige tafereel op het strand en de kille en vastbesloten wijze waarop Seymour zich enkele ogenblikken later van het leven berooft.  Juist die spanning maakt het verhaal interessant.

Zo ligt het voor de hand om een betekenis te zoeken achter de tragische levensstijl die Seymour toeschrijft aan de door hem bedachte bananenvissen: je vol vreten en daaraan doodgaan. Is er een link met zijn eigen lot? Is de gelukzalige staat waarin hij verkeert hem te veel? Voelt hij zich schuldig over het feit dat hij leeft, terwijl anderen gesneuveld zijn? En waarom kiest hij ervoor dit te doen naast zijn slapende vrouw? 

De onschuld van Sybil en haar schattige wijsneuzigheid heeft trouwens ook een duister randje. Seymour wijst haar er fijntjes op dat hij gezien heeft hoe ze het hondje van de hoteleigenaar met een stok heeft zitten porren. Zelfs dit lieve meisje heeft dus een wrede kant. Is het die wetenschap (het feit dat pure onschuld niet bestaat) die hem tot zijn wanhoopsdaad drijft? 

De naam Sybil zelf roept ook vragen op. Als Sybil laat merken dat ze jaloers is op Sharon Lipschutz, het meisje dat de avond daarvoor naast Seymour op de pianokruk mocht zitten, antwoordt hij: ‘How that name comes up. Mixing memory and desire.’ Dat laatste is een verwijzing naar het gedicht The Waste Land van T.S. Eliot:

April is the cruellest month, breeding
Lilacs out of the dead land, mixing
Memory and desire, stirring
Dull roots with spring rain.

Ik schreef al eerder over dit gedicht en over de thematiek ervan: Leven tegen wil en dank. Niet verder willen, maar wel moeten. T.S. Eliot gaf het gedicht ook een motto mee, uit de Satyricon van Petronius: ‘Ik heb met mijn eigen ogen de Sibylle in een fles zien hangen. En toen de jongens haar vroegen: “Wat wil je?’, zei ze: “Ik wil sterven.”’ Deze Sibylle (Sibylle van Cumae, een mythologische profetes) kreeg het eeuwige leven van de god Apollo. Omdat ze echter vergeten was om te vragen om eeuwige jeugd, verwelkte ze volledig en werd ze uiteindelijk opgehangen in een fles. Ze heeft maar één wens: doodgaan. Haar lot heeft wel iets weg van dat van de bananenvissen: te gulzig zijn en daar uiteindelijk de prijs voor moeten betalen. Het kan geen toeval zijn dat in dit verhaal, waarin The Waste Land wordt geciteerd, ook een personage optreedt dat Sybil heet. En ook hier gaat het over niet verder willen leven, al is het niet Sybil, maar Seymour die dood wil. 

PJ Harvey heeft de namen veranderd. Bij haar zien we een Joe en een Elise en zelfs de hotelkamer heeft een ander nummer gekregen. De personages van Salinger zitten in kamer 507, die van Harvey twee deuren verder, in 509. En ook hier slaat een personage de hand aan zichzelf. Tenminste… de tekst geeft geen uitsluitsel wie er schiet en wie het slachtoffer is. Maar ook hier is er de merkwaardige mengeling van gelukzaligheid en de dood. Het is, zo verzekert de zangeres ons, een perfecte dag. Niet alleen voor bananenvissen.


Gepost in: faits divers op 2019-07-23

Door Cor de Jong

Cor de Jong (1978) is schrijver, leraar Nederlands en studiebegeleider bij de jeugdopleiding van Sparta Rotterdam. Hij publiceerde al meerdere korte verhalen. De aanname is zijn debuutroman.


Ook van Cor de Jong

Pop en literatuur (78): Ovidius en Patricia Barber 

Iedere week bespreekt Cor de Jong de relatie tussen pop en literatuur. Deze week deel 78 met Ovidius en Patricia Barber. 


Pop en literatuur (77): Yes en Ovidius

Iedere week bespreekt Cor de Jong de relatie tussen pop en literatuur. Deze week deel 77 met Yes en Ovidius. 




recente posts

De pont

De pont

Timo Bruijns
Gepost op: 2019-11-08 in: proza
Een bos bloemen

Een bos bloemen

Jonah Falke
Gepost op: 2019-11-07 in: proza
Fragment 'Massa'

Fragment 'Massa'

Joost Vandecasteele
Gepost op: 2019-11-06 in: proza