Pop en literatuur (29): Placebo en Harriet Beecher Stowe

Pop en literatuur (29): Placebo en Harriet Beecher Stowe

Cor de Jong

Iedere dinsdag zoekt auteur Cor de Jong de connectie tussen popmuziek en literatuur. Vandaag deel 29, over Placebo en Harriet Beecher Stowe.

Weinig personages in de wereldliteratuur hebben een zo treurig lot gekend als Uncle Tom, de hoofdpersoon van Uncle Tom’s Cabin (1852) van Harriet Beecher Stowe. Het boek vormde een aanklacht tegen de slavernij en verscheen aanvankelijk als feuilleton in een abolitionistisch tijdschrift. Het werd een groot succes en leverde ontegenzeglijk een belangrijke bijdrage aan het afschaffen van de slavernij in de Verenigde Staten. Er is later wel op gewezen dat Beecher Stowe zich niet wist te ontworstelen aan raciale stereotyperingen die eigen waren aan haar tijd. Zonder al te veel problemen legt ze bijvoorbeeld een verband tussen bepaalde karaktertrekken van haar personages en hun afkomst. Toch was ze in veel opzichten haar tijd vooruit. Uncle Tom is het slechter vergaan. In het boek zelf komt hij op gewelddadige wijze aan zijn einde: hij wordt doodgeranseld nadat hij geweigerd heeft om andere slaven, die gevlucht zijn, erbij te lappen. De vredelievende en gewetensvolle Tom ondergaat zijn lot gelaten. Die gelatenheid ontleent Tom aan zijn onwankelbare geloof in God en het vertrouwen dat er een hiernamaals is dat rechtvaardig zal zijn.

 

'Eerst doodgeranseld worden en jaren later ook nog eens getransformeerd worden tot scheldwoord: veel erger kan het niet worden'

 

Toch is het juist die gelatenheid die vele jaren na de verschijning van het boek aanleiding tot kritiek is geweest. Uncle Tom werd symbool voor lijdzaamheid en zijn naam werd een scheldwoord voor zwarten die een wit voetje willen halen bij blanken. Muhammad Ali gebruikte het in die betekenis voor zijn tegenstander Ernie Terrell. Dee-1 maakte een nummer waarin hij hedendaagse Uncle Toms bekritiseert. Eerst doodgeranseld worden en jaren later ook nog eens getransformeerd worden tot scheldwoord: veel erger kan het niet worden.

 

Wie het boek leest kan niet anders dan constateren dat Uncle Tom postuum wel enig onrecht is aangedaan. Inderdaad ondergaat hij zijn lot en komt hij niet actief in verzet. Maar zijn weigering om andere slaven te geselen en zijn weigering om te vertellen wat hij weet over de vlucht van Cassy en Emmeline, zijn een vorm van passief protest, van burgerlijke ongehoorzaamheid zoals we die later zullen zien bij Claudette Colvin, Rosa Parks en Martin Luther King. Uncle Tom weigert geweld te gebruiken, maar zijn geest is niet te breken, tot frustratie van Simon Legree, zijn eigenaar. Toms lijden wordt in het boek bovendien vrij nadrukkelijk vergeleken met de lijdensweg van Jezus. Een gewaagde vergelijking in die dagen.

 

Zo´n anderhalve eeuw na Uncle Tom’s Cabin verscheen Black Market Music, het derde album van Placebo. In het nummer ‘Blue American’ komt de tekst ‘I read a book about Uncle Tom’ voor. Het laat zich raden welk boek bedoeld wordt.

 

Placebo – Blue American

 

I wrote this novel just for you
It sounds pretentious but it's true
I wrote this novel just for you
That's why it's vulgar
That's why it's blue
And I say, thank you
And I say, thank you

 

I wrote this novel just for Mom
For all the mommy things she's done
For all the times she showed me wrong
For all the time she sang god's song
And I say thank you Mom
Hello Mom
Thank you Mom
Hi Mom

 

I read a book about Uncle Tom
Where a whitey bastard made a bomb
But now Ebonics rule our song

 

Those motherfuckers got it wrong
And I ask
Who is uncle Tom?
Who is uncle Tom?
Who is uncle Tom?
You are

 

I read a book about the self
Said I should get expensive help
Go fix my head
Create some wealth
Put my neurosis on the shelf
But I don't care for myself
I don't care for myself
I don't care for myself
I don't care

 

I wrote this novel just for you
I'm so pretentious, yes it's true
I wrote this novel just for you
Just for you
Just for you

Harriet Beecher Stowe – Uncle Tom´s Cabin

 

‘Strike up a song, boys, come!’

The men looked at each other, and the ‘come’ was repeated, with a smart crack of the whip which the driver carried in his hands. Tom began a Methodist hymn.

 

‘Jerusalem, my happy home,

Name ever dear to me!

When shall my sorrows have an end,

Thy joys when shall ̶  ’

 

‘Shut up, you black cuss!’ roared Legree; ‘did ye think I wanted any o’ yer infernal old Methodism?

 

[…]

 

‘Yes, Mas’r,’ said Tom, putting up his hand, to wipe the blood, that trickled down his face. ‘I’m willin’ to work, night and day, and work while there’s life and breath in me; but this yer thing I can’t feel it right to do’;  ̶  and, Mas’r, I never shall do it, never!!’

 

[…]

 

‘Misse Cassy,’ said Tom, in a hesitating tone, after surveying her in silence. ‘if ye only could get away from here, ̶  if the thing is possible, ̶  I’d ‘vise ye and Emmeline to do it; that is, if ye could go without blood-guiltiness, ̶  not otherwise.’

 

 

 

De tekst van Brian Molko, zanger van Placebo, staat open voor verschillende interpretaties. Dat begint al bij de titel. Je zou het kunnen lezen als ‘American Blues’, maar dat staat er niet. Eerder lijkt de titel een persoon aan te duiden: een Amerikaan met de blues. Maar is dat degene die in het nummer aan het woord is? Of degene die toegesproken wordt? Of misschien beide?

 

‘Blue American’ is ook codetaal voor zowel Viagra als voor Valium, vanwege de blauwe kleur van de pilletjes. Daarmee is meteen de thematiek van impotentie (Viagra) en van verdoving (Valium) geïntroduceerd. Moeten we impotentie letterlijk opvatten, als seksueel onvermogen? Of gaat het om een andere vorm van passiviteit waar een medicijn tegen gezocht moet worden? Is in dit nummer iemand aan het woord die aan de Valium zit? In elk geval staan passiviteit en activiteit in de rest van het nummer vaker tegenover elkaar. Bijvoorbeeld door de tegenstelling van het schrijven van een boek versus het lezen van een boek.

 

In de tekst van het nummer zijn het vooral verwijswoorden die de luisteraar in verwarring (kunnen) brengen. ‘I wrote this novel just for you’. Wie is de ‘ik’, wie is de ‘jij’ en, bovenal, om welke roman gaat het hier? Het liedje zelf misschien? Het is inderdaad wel wat ‘pretentious’ om een liedje als een ‘novel’ te betitelen. Of bedoelt hij dat het pretentieus is om een boek aan iemand op te dragen? En in tegenstelling tot wat hij beweert (‘it’s true’), blijkt het in het volgende couplet helemaal niet waar te zijn. Daar blijkt de roman (ook) opgedragen te zijn aan zijn moeder. Of is de moeder de ‘you’ uit het eerste couplet? Of gaat het in dat couplet om een andere roman? Verwarring alom, temeer omdat de beide ‘opdrachten’ nauwelijks vleiend te noemen zijn. In het eerste couplet is de roman immers maar ‘vulgar’ en de bedankjes aan het adres van de moeder lijken ook niet erg oprecht. Dat alles wordt ook nog eens onderstreept door de verveelde, depressieve toon waarop het nummer wordt gezongen.

 

'Het is duidelijk dat de "ik" in een crisis verkeert'

 

De schrijver wordt een lezer in het volgende couplet en de focus verschuift van zijn familie (in het bijzonder zijn moeder) naar zijn cultuur, de nationale geschiedenis van de VS, waarna hij in het laatste couplet naar zelfhulpboeken grijpt en die vervolgens verwerpt. Het is duidelijk dat de ‘ik’ in een crisis verkeert en dat vormt wel een reden om hem zelf als een ‘Blue American’ te typeren. 

 

Het couplet waar het allemaal om draait is misschien nog wel het raadselachtigst. Want in Uncle Tom’s Cabin komt weliswaar een ‘whitey bastard’ voor, de slaveneigenaar Simon Legree, maar die fabriceert geen bom. Niet letterlijk althans. ‘To bomb someone’ is slang voor iemand een pak slaag geven, maar we kunnen het ook metaforisch opvatten: Legree (als representant van de slaveneigenaars) creëert een bom in de vorm van slavernij, een bom die later in zijn eigen gezicht zal exploderen. Uiteindelijk zal slavernij de aanleiding worden van de Amerikaanse burgeroorlog.

 

'Het couplet waar het allemaal om draait is misschien nog wel het raadselachtigst'

 

De derde zin verwijst naar de dominante rol van zwarte muziek vandaag de dag: ‘But now Ebonics rule our song’. De ‘motherfuckers’ lijkt me niet terug te slaan op de Ebonics uit de vorige regel, maar lijkt me te slaan op blanken, of specifieker: slavenhandelaars. In Uncle Tom’s Cabin wil Simon Legree dat zijn slaven zingen om de spirit erin te houden. Als Tom vervolgens een hymne inzet, legt hij hem woedend het zwijgen op. Maar Legree heeft, 150 jaar later, de strijd verloren.

 

‘Who is Uncle Tom?’ vraagt Molko zich vervolgens af. De vraag is op twee manieren op te vatten. Je kunt haar opvatten als ‘wat is de ware identiteit van Uncle Tom?’ De zachtmoedige maar subversieve held van het boek? Of de volgzame hielenlikker die de geschiedenis van hem gemaakt heeft en met wie je liever niet geassocieerd wilt worden? Je kunt de vraag ook opvatten als ‘wie is er nu een Uncle Tom?’ Die tweede interpretatie lijkt logischer, want er komt ook een antwoord op: ‘You are’. 

 

Niet dat dit antwoord ons veel verder brengt, want wie is de ‘you’? De zanger zelf? De aangesprokene van het eerste couplet? De moeder? De luisteraar? Het definitieve antwoord is misschien niet te geven, maar een mogelijk antwoord wordt geboden in het volgende nummer op het album, ‘Slave To The Wage’, een nummer waarin het hedendaagse kapitalisme en de huidige exploitatie van arbeidskrachten aan de orde worden gesteld, de rat-race waarin we verzeild zijn geraakt: ‘It’s a race for rats to die’. Op die manier bezien zijn we allemaal slaven. Of tot slaaf gemaakten. Of verslaafden. Het is een up-tempo nummer, met een opvallend andere toon dan ‘Blue American’. Het lijkt of de Valium is uitgewerkt, de Viagra zijn werk doet. Van lijdzaamheid gaat het naar opstandigheid. En het advies dat Molko in dit nummer herhaaldelijk geeft is dezelfde raad die  Uncle Tom aan Cassy en Emmeline geeft: ‘Run away!’


Gepost in: faits divers op 2018-09-18

Door Cor de Jong

Cor de Jong (1978) is schrijver, leraar Nederlands en studiebegeleider bij de jeugdopleiding van Sparta Rotterdam. Hij publiceerde al meerdere korte verhalen. De aanname is zijn debuutroman.


Ook van Cor de Jong

Pop en literatuur (67): Arcade Fire en John Kennedy Toole

Iedere dinsdag zoekt Cor de Jong de connectie tussen pop en literatuur. Deze week deel 67: Arcade Fire en John Kennedy Toole. 'Deze neon-bijbel is niet het woord van God, maar een lege huls.'


Pop en literatuur (66): David Bowie en Anthony Burgess

Iedere dinsdag zoekt Cor de Jong de connectie tussen pop en literatuur. Deze week deel 66:  David Bowie en Anthony Burgess. 'Zo stoer als je je ook voor wilt doen, uiteindelijk zul je je eigen kwetsbaarheid onder ogen moeten zien.'




recente posts