Pop en literatuur (26): Laurie Anderson en William Shakespeare

Pop en literatuur (26): Laurie Anderson en William Shakespeare

Cor de Jong

Iedere dinsdag zoekt auteur Cor de Jong de connectie tussen popmuziek en literatuur. Vandaag deel 26, over Laurie Anderson en William Shakespeare.

*

Dit experimentele nummer uit 1984 van Laurie Anderson ligt niet gemakkelijk in het gehoor en vergt eigenlijk meer dan één luisterbeurt. Gesproken, deels gefluisterde tekst, eerder parlando dan zang, tegen een achtergrond van merkwaardige vervormde geluiden, die herhaald worden, wegsterven en weer terugkeren. Het luisteren is een vervreemdende ervaring.

De titel doet in eerste instantie denken aan het boek uit 1908 van Henry De Vere Stacpoole, dat meerdere malen verfilmd werd. Vooral de film uit 1980 (met een nog zeer jonge Brooke Shields) werd erg bekend en veroorzaakte bovendien opschudding, omdat Shields als veertienjarig meisje naakt te zien was en seks een belangrijke rol speelt in het verhaal (voor de echte naaktscènes werd overigens een volwassen body-double ingezet en in andere scenes zijn Shields borsten steevast bedekt door haar lange haar). De film vertelt (evenals het boek) het verhaal van twee jonge kinderen (neef en nicht) die na een schipbreuk op een onbewoond eiland terechtkomen waar ze zelf moeten overleven. Ze slagen erin om in hun bestaan te voorzien en intussen worden ze ouder, ontwikkelen ze een seksuele relatie en krijgen ze zelfs een kind. De ongemakkelijke seksscènes, de wat al te idealistische voorstelling van het leven op het eiland, gecombineerd met de tamelijk ongeloofwaardige intrige maakte dat de film al bij verschijnen werd gefileerd door critici.

Wat bij nadere beschouwing opvalt aan Andersons nummer is dat het een gedicht van Shakespeare bevat, uit diens toneelstuk The Tempest. De combinatie van verwijzingen naar een enigszins mallotige soft-erotische film op een bounty-eiland met Shakespeare-citaten, draagt bij aan het vervreemdende effect van het nummer.

 

 

Laurie Anderson – Blue Lagoon

 

 

I got your letter.
Thanks a lot.
I've been getting lots of sun.
And lots of rest.
It's really hot.
Days, I dive by the wreck.
Nights, I swim in the blue lagoon.
Always used to wonder who I'd bring to a desert island.
Days, I remember cities.
Nights, I dream about a perfect place.
Days, I dive by the wreck.
Nights, I swim in the blue lagoon.
Full fathom five thy father lies.
Of his bones are coral made.
Those are pearls that were his eyes.
Nothing of him that doth fade.
But that suffers a sea change.
Into something rich and strange.
And I alone am left to tell the tale.
Call me Ishmael.
I got your letter.
Thanks a lot.
I've been getting lots of sun.
And lots of rest.
It's really hot.
Always used to wonder who I'd bring to a desert island.
Days, I remember rooms.
Nights, I swim in the blue lagoon.
I saw a plane today.
Flying low over the island.
But my mind was somewhere else.
And if you ever get this letter.
Thinking of you.
Love and kisses.
Blue Pacific.
Signing off.

 

William Shakespeare – The Tempest

 

 

 

Full fathom five thy father lies,

Of his bones are coral made:
Those are pearls that were his eyes,

Nothing of him that doth fade,
But doth suffer a sea-change
Into something rich, and strange:
Sea-nymphs hourly ring his knell.
Ding-dong.
Hark now I hear them, ding-dong bell.

 


In The Tempest is dit stuk poëzie een lied, dat gezongen wordt door de geest Ariel. Ariel (door de eeuwen heen zowel door vrouwen als door mannen gespeeld) is het hulpje van Prospero, de gewezen hertog van Milaan, die door zijn broer Antonio (geholpen door Alonso, de koning van Napels) is afgezet en op een boot is weggezonden. Hij verblijft al twaalf jaar op een onbewoond eiland, in het bijzijn van zijn dochter Miranda en van Ariel, die hij bevrijd heeft uit de macht van de heks Sycorax.

Op een dag komt Antonio, de onbetrouwbare broer die hem heeft afgezet, met zijn schip in de buurt van het eiland. Prospero, die magische krachten bezit, ontketent een storm waardoor Antonio en diens gevolg schipbreuk lijden. Alle opvarenden overleven het, maar belanden op verschillende plaatsen. Een van de schipbreukelingen, Ferdinand, zoon van Alonso, komt terecht bij Prospero, Miranda en Ariel. Ferdinand is gelokt door het gezang van Ariel: ‘This music crept by me upon the waters,/ Allaying both their fury, and my passion/ With its sweet air: thence I have follow’d it/ (Or it hath drawn me rather) but ‘tis gone./ No, it begins again.’ En inderdaad volgt dan het lied dat Laurie Anderson citeert. Met de tekst van dit lied wil Ariel Ferdinand doen geloven dat zijn vader de schipbreuk niet heeft overleefd. Dat is echter wel het geval en aan het eind zullen ze herenigd worden.

De ‘ik’ in het nummer kan niet zomaar vereenzelvigd met een van de personages uit The Blue Lagoon. Er is geen sprake van ‘we’ in het nummer, al wekt de tekst wel de indruk dat het gaat om iemand op een onbewoond eiland. Is de ‘ik’ dan Ariël? Die lezing werpt een verrassend licht op de zinsnede ‘Always used to wonder who I'd bring to a desert island’. Ariel brengt in The Tempest immers de schipbreukelingen veilig op het eiland. Toch is deze interpretatie ook problematisch. Het lijkt hier immers niet te gaan om een geest, maar om een mens, iemand die geïsoleerd is geraakt op een eiland met herinneringen aan de stad, iemand die vliegtuigen over ziet vliegen en brieven schrijft (en ontvangt).

Die brieven vormen meteen een ander probleem. Iemand die zich letterlijk op een onbewoond eiland bevindt zal geen brieven ontvangen (de mogelijkheid van flessenpost even buiten beschouwing gelaten) . Dat dwingt ons om dit onbewoonde eiland, deze ‘blue lagoon’, op te vatten als een metafoor. De ik-persoon is eenzaam, verlaten wellicht, maar niet per se ongelukkig. De zon schijnt, het is warm, ’s nachts zwemt ze en overdag duikt ze naar het wrak. Waar het wrak naar verwijst? Misschien naar een verboken relatie, een achtergelaten geliefde. Misschien naar iemand die dood is. Een dode vader wellicht? Het lied van Ariel dat ze nazegt lijkt in elk geval iets in die richting te suggereren.

Maar er is ook een verschil. Het lied van Ariel is in The Tempest een rookgordijn. Ferdinands vader is helemaal niet dood, Ferdinand verkeert alleen in die veronderstelling. Het einde van Ariels lied wordt door Laurie Anderson echter omgevormd. Geen ding-dong bell hier; ‘Call me Ishmael’ fluistert ze. Dat is de eerste zin van Moby Dick, de klassieke roman van Herman Melville. Ishmael, de verteller van het boek, is ook een schipbreukeling. Aan het einde van het boek, als Captain Ahab de strijd tegen de walvis definitief verliest en zijn schip naar de zeebodem verdwijnt, weet Ishmael als enige te overleven, ironisch genoeg door zich vast te klampen aan een doodskist. ‘And I only am escaped alone to tell thee’ schrijft hij in de epiloog van het boek. Dat is een letterlijk citaat uit het Bijbelboek Job, een zinsnede die in licht bewerkte vorm door Anderson wordt overgenomen. Hier is geen hoop meer. Het verlies is definitief. Hier zal geen hereniging plaatsvinden, zoals in The Tempest. De ‘ik’ blijft alleen achter.

En toch… ze lijkt niet ongelukkig. Ze duikt af en toe nog naar de wrakstukken van haar verleden, maar als er een vliegtuig overvliegt is ze met haar gedachten ergens anders. Ze hoeft niet gered te worden. Het doet wat denken aan een passage uit de film The Blue Lagoon: een reddingsexpeditie, geleid door de vader van Richard, komt de kinderen redden van het eiland, maar in plaats van de aandacht te trekken, vluchten ze weg, gelukkig met het leven dat ze leiden. Ze hoeven niet gered te worden. De dromerige ‘ik’ in dit nummer evenmin. Ze vroeg zich altijd af wie ze mee zou nemen naar een onbewoond eiland. Het antwoord lijkt: niemand. Herinneringen en dromen zijn voldoende.


Gepost in: faits divers op 2018-08-28

Door Cor de Jong

Cor de Jong (1978) is schrijver, leraar Nederlands en studiebegeleider bij de jeugdopleiding van Sparta Rotterdam. Hij publiceerde al meerdere korte verhalen. De aanname is zijn debuutroman.


Ook van Cor de Jong

Pop & literatuur (61): Beyoncé en Warsan Shire

Iedere dinsdag zoekt Cor de Jong de connectie tussen pop en literatuur. Deze week deel 61: Beyoncé en Warsan Shire. 


Pop en Literatuur (60): Beyoncé en William Shakespeare

Elke dinsdag zoekt Cor de Jong de connectie tussen pop en literatuur. Deze week deel 60: Beyoncé en Shakespeare.




recente posts