Pop en literatuur (12): Neutral Milk Hotel en Anne Frank

Pop en literatuur (12): Neutral Milk Hotel en Anne Frank

Cor de Jong

Iedere dinsdag zoekt auteur Cor de Jong de connectie tussen popmuziek en literatuur. Vandaag deel 12, waarin Anne Frank opduikt in nummers van Neutral Milk Hotel.
 

In The Aeroplane Over The Sea (1998) van Neutral Milk Hotel – misschien wel het beste album aller tijden, maar dat is mijn oordeel – gaat voor een groot deel over Anne Frank. Zanger Jeff Mangum heeft er nooit geheimzinnig over gedaan dat hij kort na het verschijnen van het album On Avery Island (1996) het dagboek van Anne Frank las en er diep door geroerd was. De lectuur van het boek zou de teksten voor het album waaraan hij inmiddels werkte grondig beïnvloeden.

Het gaat wat te ver om het album een conceptalbum over het leven en het tragische einde van Anne Frank te noemen. Er zijn door verschillende luisteraars wel pogingen gedaan om nagenoeg alle liedteksten van het album op Anne Frank te betrekken, maar die doen geforceerd aan. Daarvoor is het album te caleidoscopisch, zowel in muzikaal als in tekstueel opzicht. Muzikaal is In The Aeroplane Over The Sea een combinatie van folk, punk, fanfare, zigeunermuziek, psychedelica en rock. De teksten van Mangum zijn weliswaar verhalend van toon, maar inhoudelijk vaak moeilijk te volgen. Personages duiken vanuit het niets op en verdwijnen weer, sprookjesachtige motieven, droomlogica en perspectiefwisselingen lopen door elkaar heen. Het zijn surrealistische beschrijvingen met een weemoedige ondertoon; associatieve beelden die appelleren aan iets universeels, hoe idiosyncratisch ze ook zijn. Het is bij het luisteren moeilijk om geen brok in je keel te krijgen, zonder dat je precies kunt zeggen wat het nu is dat je zo raakt.

In het derde nummer, het titelnummer van de plaat, wordt voor het eerst duidelijk verwezen naar Anne Frank, hoewel ze hier opduikt als ‘Anna’, of eigenlijk: ‘Anna’s ghost’:

What a curious life we have found here tonight
There is music that sounds from the street
There are lights in the clouds
Anna's ghost all around
Hear her voice as it's rolling and ringing through me

De aanwezigheid van ‘Anna’s ghost’ krijgt een vervolg in nummer 8 van het album ‘Ghost’, waarin een geest wordt aangesproken die in de ‘ik’ leeft. Vooral de regels 'And she was born in a bottle-rocket, 1929/ With wings that ringed around a socket right between her spine’, zijn veelzeggend. Anne wordt hier beschreven als een engeltje.

Het nummer ‘Holland, 1945’ springt het meest in het oog, al is de titel meteen verwarrend: Anne Frank overleed inderdaad in 1945, maar niet in Holland. In augustus 1944 werd de familie Frank gearresteerd en gedeporteerd. In 1945 was Anne al in Bergen Belsen, waar ze in februari of maart zou overlijden. En ook hier maakt de tekst, direct na een duidelijke toespeling op Anne Frank, een merkwaardige draai:

The only girl I've ever loved
Was born with roses in her eyes
But then they buried her alive
One evening, 1945
With just her sister at her side
And only weeks before the guns
All came and rained on everyone
Now she's a little boy in Spain
Playing pianos filled with flames
On empty rings around the sun
All sing to say my dream has come

Het levend begraven worden moeten we niet te letterlijk nemen, maar wat we aanmoeten met de reïncarnatie van Anne als een Spaans pianospelend jongetje is minder duidelijk. Het ligt voor de hand om de allusies aan Anne Frank niet (alleen) letterlijk te nemen, maar vooral op te vatten als beeld. Haar verhaal staat voor onschuld, maar ook voor isolement, onmacht, schoonheid temidden van lelijkheid, vreugde ondanks leed. In die zin lijkt haar situatie een klein beetje op die van een van de andere personages die op het album opduiken: een ‘two-headed boy’, die op sterk water is gezet in een glazen pot en ervan droomt een radio te bouwen voor zijn geliefde, om te kunnen communiceren.

In het stemmige ‘Oh Comely’ beschrijft Mangum het duistere lot van de familie Frank:

I know they buried her body with others
Her sister and mother and five-hundred families
And will she remember me fifty years later?
I wished I could save her in some sort of time machine

Ook hier verwijst Mangum naar Anne Frank, al is het (wederom) niet zo zeer naar haar dagboek, als wel naar haar lot. Pas in het laatste nummer, ‘Two-Headed Boy Pt. Two’ komen we duidelijke tekstuele referenties aan het dagboek van Anne tegen:

 

Neutral Milk Hotel – Two-Headed Boy Pt. Two


Daddy please hear this song that I sing
In your heart there's a spark that just screams
For a lover to bring a child to your chest that could lay as you sleep
And love all you have left like your boy used to be
Long ago wrapped in sheets warm and wet

Blister please with those wings in your spine
Love to be with a brother of mine
How he'd love to find your tongue in his teeth
In a struggle to find secret songs that you keep wrapped in boxes so tight
Sounding only at night as you sleep

And in my dreams you're alive and you're crying,
As your mouth moves in mine, soft and sweet,
Rings of flowers 'round your eyes
And I’ll love you for the rest of your life when you're ready

Brother see we are one in the same
And you left with your head filled with flames
And you watched as your brains fell out through your teeth
Push the pieces in place
Make your smile sweet to see
Don't you take this away
I'm still wanting my face on your cheek

And when we break we'll wait for our miracle
God is a place where some holy spectacle lies
When we break we'll wait for our miracle
God is a place you will wait for the rest of your life

Two headed boy she is all you could need
She will feed you tomatoes and radio wires
And retire to sheets safe and clean
But don't hate her when she gets up to leave…

Anne Frank – Het achterhuis

 

Donderdag, 6 Januari 1944

Lieve Kitty,

Mijn verlangen om eens met iemand te
praten werd zo groot, dat ik het op de een
of andere manier in mijn hoofd kreeg Peter
daarvoor uit te kiezen.

[…]

Het werd mij wonderlijk te moede, telkens
als ik in zijn donkerblauwe ogen keek en hij
daar zat met die geheimzinnige glimlach om
zijn mond. Ik kon uit alles zo zijn innerlijk lezen,
ik zag op zijn gezicht nog die hulpeloosheid en
die onzekerheid hoe zich te houden en tegelijkertijd
een zweem van het besef van zijn mannelijkheid.
Ik zag zo die verlegen houding en werd zo zacht
van binnen, ik kon het niet laten telkens en telkens
weer die donkere ogen te ontmoeten en smeekte
haast met heel mijn hart: o vertel me toch wat er
in je omgaat, o kijk toch over die noodlottige
babbelzucht heen.

[…]

Je moet in geen geval denken, dat ik verliefd
op Peter ben, geen sprake van. Als de Van Daans
in plaats van een zoon hier een dochter hadden
gehad, zou ik ook geprobeerd hebben met haar
vriendschap te sluiten.

Vanochtend werd ik om ongeveer vijf minuten
voor zevenen wakker en wist meteen heel stellig
wat ik gedroomd had. Ik zat op een stoel en
tegenover me zat Peter … Wessel, we bladerden
een boek met tekeningen van Mary Bos door.
Zo duidelijk was mijn droom dat ik me de
tekeningen gedeeltelijk nog herinner. Maar
dat was niet alles, de droom ging verder.
Opeens ontmoetten Peters ogen de mijne en
lang keek ik in die mooie fluweelbruine ogen.
Toen zei Peter heel zacht: ‘Als ik dat geweten
had, was ik al lang bij je gekomen!’ Brusk
draaide ik me om, want de ontroering werd me
te machtig. En daarna voelde ik een zachte,
o zo koele en weldadige wang tegen de mijne
en was alles zo goed, zo goed …

Op dit punt aangekomen werd ik wakker,
terwijl ik nog zijn wang tegen de mijne aan
voelde en zijn bruine ogen diep in mijn hart
voelde kijken, zo diep dat hij daarin gelezen
had hoezeer ik van hem gehouden had en
hoeveel ik nog van hem hield. […]

Je Anne.

 

Vrijdag, 7 Januari 1944

Lieve Kitty,

 […]

Na de droom ben ik geheel in de war.
Toen vader me vanochtend een zoen gaf,
wilde ik wel schreeuwen: ‘O, was je Peter
maar!’ Bij alles denk ik aan hem en de hele
dag herhaal ik niets anders bij mezelf dan:
‘O Petel, lieve, lieve Petel …!’

Wie kan me nu helpen? Ik moet gewoon
verder leven en God bidden, dat hij, als ik
hier uitkom, Peter op mijn weg zal brengen
en dat die, terwijl hij in mijn ogen mijn
gevoelens leest, zal zeggen: ‘O Anne, als
ik dat geweten had, was ik al lang bij je
gekomen!’

[…]

Ik ben niet gelukkig, want ik zou kunnen
weten dat Peters gedachten niet bij mij
zijn en toch, toch voel ik steeds weer zijn
mooie ogen op me gericht, en zijn koele
zachte wang tegen de mijne …

[…]

Je Anne.

 

Dinsdag, 28 Maart 1944

Liefste Kitty,

 […]

Moeder denkt dat Peter verliefd op mij is,
eerlijk gezegd wou ik maar dat het waar
was, dan zijn we quitte en kunnen elkaar
veel makkelijker bereiken. Ze zegt verder,
dat hij mij zoveel aankijkt. Nu is het wel waar,
dat we elkaar meer dan eens in de kamer
beknipogen en dat hij naar mijn wangenkuiltjes
kijkt, daar kan ik toch niets aan doen! Is het wel?

 […]

 Zal hij ooit wat zeggen? Zal ik ooit zijn wang
voelen, zoals ik Petels wang in mijn droom
gevoeld heb? O Peter en Petel, jullie zijn
hetzelfde! Zij begrijpen ons niet, zouden
nooit snappen dat wij al tevreden zijn,
als we maar bij elkaar zitten en niet
praten. Zij begrijpen niet wat ons zo
naar elkaar toedrijft. O, wanneer zouden
al die moeilijkheden overwonnen zijn
en toch is het goed ze te overwinnen, want dan is het einde des te mooier. […]

Wat kunnen mij die vele moeders schelen! O, als hij maar wou spreken.

Je Anne.

 

De tekst van Mangum is poëtisch, cryptisch en soms moeilijk te verstaan (wat zingt hij bijvoorbeeld precies na ‘And I’ll love you for the rest of your life’?) en bovendien een paar keer gewijzigd. Zo begon het tweede couplet oorspronkelijk met ‘Sister’ in plaats van het raadselachtige ‘Blister’.  In elk geval begint elk couplet met een aanhef, net als het dagboek van Anne, dat grotendeels bestaat uit brieven aan Kitty, een personage uit haar favoriete boek Joop ter Heul van Cissy van Marxveldt. Is dit de zanger aan het woord, die beurteling personages aanspreekt die hij eerder op het album heeft geïntroduceerd? Of is in ieder couplet een van die personages aan het woord? De tweede aangesprokene (Sister/ Blister) heeft vleugels in haar ruggengraat. Hierin herkennen we de engelachtige figuur uit ‘Ghost’ terug: Anne Frank. Werd er eerder over haar gezegd dat ze geboren werd met ‘roses in her eyes’, lezen we hier dat ze ‘rings of flowers ‘round her eyes’ heeft.

In het nummer zitten twee duidelijke referenties aan de tekst van het dagboek. De eerste is de zinsnede ‘I’m still wanting my face on your cheek’. Deze woorden verwijzen naar een droom van Anne over haar jeugdliefde Peter Wessel (ook wel Petel, in werkelijkheid heette hij Peter Schiff), waarin ze haar wang tegen de zijne voelt. De droom maakte indruk, want ze komt er een paar keer op terug in haar dagboek. Ze heeft de droom kort nadat ze toenadering heeft gezocht tot Peter van Daan (Peter van Pels), een andere onderduiker in het achterhuis. Later zal ze zich steeds meer tot hem aangetrokken voelen, waarbij de twee Peters in elkaar over beginnen te lopen. Dat leidt tot de verzuchting ‘O Peter en Petel, jullie zijn hetzelfde!’ Die zinsnede komt in de buurt bij ‘Brother see, we are one in the same’. Eerder heeft ze overigens ook al de link gelegd tussen haar vader en Peter. En om de intrige compleet te maken: ze is bevreesd dat haar zus Margot ook verliefd is op Peter van Daan en stuurt haar een briefje. Margot antwoordt met een briefje waarin ze schrijft dat ze Peter eerder als een broer ziet.

‘Brother see we are one in the same.’ Is hier Peter aan het woord? Of is het de verteller, die vanuit het heden zich identificeert met Peter/ Petel? Het valt niet uit te maken. In beide teksten lopen personages op een merkwaardige manier door elkaar, raken met elkaar verknoopt en zijn nauwelijks meer van elkaar te onderscheiden: als een siamese tweeling of, inderdaad, een two-headed boy. Verder spelen in beide teksten dromen een belangrijke rol. Veel van Mangums teksten zijn naar eigen zeggen gebaseerd op dromen. In dit nummer is iemand aan het woord die in zijn dromen Anne tot leven kan wekken, zoals Anne Frank in haar droom bij Petel kan zijn en diens wang tegen de hare voelen. Maar zoals Anne zich er pijnlijk van bewust is dat haar droom voorbij is en ze terug moet keren naar haar isolement, zo moet ook de ‘ik’ het contact verbreken en wachten op een wonder.

In het laatste couplet komt de tweehoofdige jongen uit ‘Two-Headed Boy Pt. One’ weer tevoorschijn. De zanger heeft troostrijke woorden voor hem: ‘she is all you could need/ she will feed you tomatoes and radio wires’. Maar op enig moment zal ze zijn droom moeten verlaten en terug moeten keren naar haar veilige, schone lakens. Vergeef het haar als ze opstaat om weg te gaan.

Anne vertrok inderdaad om nooit terug te keren, haar dromen achterlatend. Jeff Mangum staat ook op en vertrekt, hoorbaar, aan het eind van het nummer. Na dit album zou Neutral Milk Hotel geen nieuwe nummers meer opnemen en jarenlang niet meer optreden.

 

Foto door Will Westbrook.


Gepost in: faits divers op 2018-05-22

Door Cor de Jong

Cor de Jong (1978) is schrijver, leraar Nederlands en studiebegeleider bij de jeugdopleiding van Sparta Rotterdam. Hij publiceerde al meerdere korte verhalen. De aanname is zijn debuutroman.


Ook van Cor de Jong

Pop & literatuur (61): Beyoncé en Warsan Shire

Iedere dinsdag zoekt Cor de Jong de connectie tussen pop en literatuur. Deze week deel 61: Beyoncé en Warsan Shire. 


Pop en Literatuur (60): Beyoncé en William Shakespeare

Elke dinsdag zoekt Cor de Jong de connectie tussen pop en literatuur. Deze week deel 60: Beyoncé en Shakespeare.




recente posts