Pop en literatuur (1): Suede en Lord Byron

Pop en literatuur (1): Suede en Lord Byron

Cor de Jong

Afgelopen maandag werd de shortlist van de Libris Literatuurprijs bekend gemaakt. Diezelfde avond werden ook de Buma Awards uitgereikt, de belangrijkste Nederlandse muziekprijzen. Iedere dinsdag zoekt auteur Cor de Jong de connectie tussen popmuziek en literatuur. Vandaag deel 1, over het verband tussen Suede en Lord Byron.

 

 

In 1994 verscheen Dog Man Star, het tweede album van de Londense band Suede. De band was even daarvoor al uitgeroepen tot een van de vier vaandeldragers van de zogeheten britpop, samen met Oasis, Blur en Pulp. De overeenkomsten met die andere drie moeten vooral gezocht worden in een zeker nostalgisch chauvinisme. Muzikaal zoeken ze naar hun Britse voorbeelden uit vervlogen tijden. De teksten vormen vaak beschrijvingen van het British urban life en worden niet zelden gezongen met een dik aangezet accent.

En zoals Oasis en Blur elkaar in de jaren negentig graag publiekelijk voor rotte vis uitmaken en de broertjes Gallagher van Oasis elkaar van tijd tot tijd naar het leven staan, zo maken ook de leden van Suede elkaar het leven zuur. Ten tijde van de opnames is de band technisch gezien al uit elkaar gevallen. Gitarist Bernard Butler speelt zijn partijen apart van de rest van de band in, liefst in een andere studio. Volgens hardnekkige geruchten spreekt hij na zijn gitaarsolo’s ook onaangename berichten voor hen in.

Maar Suede onderscheidt zich ook van de andere britpopbands. Het gevoel voor dramatiek en bombast ligt er bij hen veel dikker bovenop. Dog Man Star spant in dat opzicht de kroon. In de zucht naar Grootsheid en Meeslependheid en in de zoektocht naar nationale helden komt zanger (en tekstschrijver) Brett Anderson terecht bij Lord Byron. In het nummer ‘Heroine’ citeert hij een van diens bekendste gedichten.

 

Suede - Heroine

She walks in beauty like the night
Discarding her clothes in the plastic flowers
Pornographic and tragic in black and white
My Marilyn come to my slum for an hour

I'm aching to see my heroine
I'm aching been dying for hours and hours

She walks in the beauty of a magazine
Complicating the boys in the office towers
Rafaella or Della the silent dream
My Marilyn come to my slum for an hour

I'm aching to see my heroine
I'm aching been dying for hours and hours,
been dying for hours and hours

She walks in beauty like the night
Hypnotising the silence with her powers
Armageddon is bedding this picture alright
My Marilyn come to slum for an hour

I'm aching to see my heroine
Aching, been dying for hours and hours
I'm 18, I need my heroines
Aching, been dying for hours
Oh and I'm never alone now
Now I'm with her

Lord Byron - She Walks in Beauty

I.
She walks in beauty, like the night
Of cloudless climes and starry skies;
And all that’s best of dark and bright
Meet in her aspect and her eyes:
Thus mellow’d to that tender light
Which heaven to gaudy day denies.

II.
One shade the more, one ray the less,
Had half impair’d the nameless grace
Which waves in every raven tress,
Or softly lightens o’er her face;
Where thoughts serenely sweet express
How pure, how dear their dwelling-place.

III.
And on that cheek, and o’er that brow,
So soft, so calm, yet eloquent,
The smiles that win, the tints that glow,
But tell of days in goodness spent,
A mind at peace with all below,
A heart whose love is innocent!


Niemand minder dan David Bowie, zelfverklaard fan van Suede, omschreef Brett Anderson als ‘Byronischer dan Byron ooit was.’ In een reactie daarop liet Anderson weten nooit iets van Byron (of Keats of Shelley) gelezen te hebben (Trouw, 24 april 1997). Het is een wat onwaarschijnlijke bewering. Daarvoor is het citaat te opzichtig.

Lord Byron is onlosmakelijk verbonden met de figuur van de ‘Byronic Hero’, de tragische, hartstochtelijke, hoogmoedige, gevoelige, eenzame, cynische figuur die Byron creëerde in de vorm van zijn alter ego Childe Harold, maar misschien nog wel meer door de cultus die hij omtrent zijn eigen persoon in leven hield. Bij Suede is die held een heldin geworden. En (o, ironie) daarmee is meteen een dikke vette knipoog richting drugs gemaakt.

Byrons gedicht is een lofzang op een vrouw, naar verluidt geschreven naar aanleiding van een ontmoeting met een dame die in de rouw was. Dat gegeven geeft het gedicht meteen een macabere ondertoon. De mengeling van duisternis en licht, van schoonheid en schaduw geven haar en het gedicht een ambigu karakter. De associatie van schoonheid met ‘nacht’ is niet zo voor de hand liggend. In het Nederlands kennen we zelfs de uitdrukking ‘zo lelijk als de nacht’. Ruim voor Baudelaire in Les Fleurs du mal ziet Byron de schoonheid in het lelijke.

Datzelfde doet Anderson, zij het wat minder subtiel. Zijn Byroniaanse heldin is ‘pornographic and tragic’ en de ik-figuur woont in een achterbuurt. Maar wie is dan die ‘Byronic Heroine’ hier? Herhaaldelijk wordt ene  Marilyn aangeroepen en het eerste couplet roept bijna onvermijdelijk de beelden op van de eerste hoofdrol van Marilyn Monroe, Ladies of the Chorus, waarin ze een revuedanseres speelt, die in haar kleedkamer wordt overladen met bloemen van een stille minnaar. Daarnaast, misschien nog wel sterker, moet ik denken aan de bekende laatste fotoshoot, van Bert Stern, waarin een naakte Monroe met bloemen speelt.

Volgens Anderson had hij met de naam Marilyn meer het archetype van de femme fatale op het oog dan de concrete persoon Marilyn Monroe. Wie Rafaella en Della zijn, blijft in het ongewisse. De aandacht wordt verlegd naar de pijn van de ik-figuur. De achttienjarige die in dit nummer aan het woord is hunkert naar deze heldin, lijdt en is de dood nabij. Pas in de laatste regel vindt hij zijn ‘heroine’. In levenden lijve? In de dood? Via het witte doek? Of toch gewoon via een injectiespuit?

 


Gepost in: faits divers op 2018-03-06

Door Cor de Jong

Cor de Jong (1978) is schrijver, leraar Nederlands en studiebegeleider bij de jeugdopleiding van Sparta Rotterdam. Hij publiceerde al meerdere korte verhalen. De aanname is zijn debuutroman.


Ook van Cor de Jong

Pop en literatuur (68): PJ Harvey en J.D. Salinger

Iedere dinsdag zoekt Cor de Jong de connectie tussen pop en literatuur. Deze week deel 68: PJ Harvey en J.D. Salinger.


Pop en literatuur (67): Arcade Fire en John Kennedy Toole

Iedere dinsdag zoekt Cor de Jong de connectie tussen pop en literatuur. Deze week deel 67: Arcade Fire en John Kennedy Toole. 'Deze neon-bijbel is niet het woord van God, maar een lege huls.'




recente posts