Pop en Literatuur (49): Titus Andronicus en Walt Whitman

Pop en Literatuur (49): Titus Andronicus en Walt Whitman

Cor de Jong

Elke dinsdag zoekt Cor de Jong de connectie tussen Pop & Literatuur. Deze week: punkband Titus Andronicus en Walt Whitman.

Beeld: Walt Whitman, ca. 1860 - ca. 1865 | by The U.S. National Archives

 

De punkband Titus Andronicus ontleent zijn naam aan een toneelstuk van Shakespeare. En daarmee is de toon meteen gezet. Veel van hun nummers bevatten literaire, filosofische of historische referenties. Dat geldt misschien wel het sterkst voor hun album The Monitor (2010). Het is een concept-album over de Amerikaanse burgeroorlog. De hoes is voorzien van vervaagde foto’s uit die tijd, uit The Library of Congress. Tussen de nummers door zijn ook geluidsopnamen te horen van teksten, lezingen en toespraken uit die tijd. Geen originele opnames uit die tijd (die zijn er niet), maar speciaal voor de gelegenheid ingesproken.

 

Zo opent het album met enkele zinnen uit een redevoering van Abraham Lincoln uit 1838, waarna het openingsnummer ‘A More Perfect Union’ begint. Lincoln komt later nog eens aan het woord, evenals Jefferson Davis, wiens stem door een andere stemacteur is ingesproken. Voorafgaand aan het nummer ‘Four Score and Seven’ horen we een stem enkele regels van de dichter Walt Whitman voorlezen.
 

Titus Andronicus – Four Score and Seven

This is a war we can't win
After ten thousand years, it's still us against them
And my heroes have always died at the end
So who's going to account for these sins?
And I don't know who here is my friend
I'm certain that I've seen uglier men
But Christ, fuck me if I can remember when
Will I never be lonely again?
Olden times are returning once more
As six dark-winged devils line up at my door
Each one is more evil than that which came before
Seven angels find me spread across the floor

You'd like everyone to believe you're a star
And I'll admit that it's worked out pretty well so far
But when they see the kind of person that you really are
Then you won't be laughing so hard

No, you won't be laughing so hard
No, you won't be laughing, you won't be laughing
No, you won't be laughing, you won't be laughing
No, you won't be laughing, you won't be laughing
No, you won't be laughing so hard

I'm depraved and disgusting, I spew like a fountain
Been debased, defaced, disgraced and destroyed
"Most of all disappointed," I say atop this mountain
As I urinate into the void

Fuck, I'm frustrated, freaking out something fierce
Would you help me? I'm hungry, I suffer and I starve
And I struggle and I stammer 'til I'm up to my ears
In miserable quote-unquote art
About how ever since our forefathers came on this land
We've been coddling those we should be running through
Please don't wait around for them to come and shake hands
They're not going to be waiting for you
'Cause these humans treat humans like humans treat hogs
They get used up, carved up, and fried in a pan
But I wasn't born to die like a dog, I was born to die just like a man
I was born to die just like a man

It's still us against them
It's still us against them
It's still us against them
It's still us against them and they're winning

They're winning

Walt Whitman – Vigil Strange I Kept On the Field One Night

Vigil strange I kept on the field one night;When you my son and my comrade dropt at my side that day,

One look I but gave which your dear eyes return’d with a look I shall never forget,

One touch of your hand to mine O boy, reach’d up as you lay on the ground,

Then onward I sped in the battle, the even-contested battle,

Till late in the night reliev’d to the place at last again I made my way,

Found you in death so cold dear comrade, found your body son of responding kisses, (never again on earth responding,)

Bared your face in the starlight, curious the scene, cool blew the moderate night-wind,

Long there and then in vigil I stood, dimly around me the battle-field spreading,

Vigil wondrous and vigil sweet there in the fragrant silent night,

But not a tear fell, not even a long-drawn sigh, long, long I gazed,

Then on the earth partially reclining sat by your side leaning my chin in my hands,

Passing sweet hours, immortal and mystic hours with you dearest comrade—not a tear, not a word,

Vigil of silence, love and death, vigil for you my son and my soldier,

As onward silently stars aloft, eastward new ones upward stole,

Vigil final for you brave boy, (I could not save you, swift was your death,

I faithfully loved you and cared for you living, I think we shall surely meet again,)

Till at latest lingering of the night, indeed just as the dawn appear’d,

My comrade I wrapt in his blanket, envelop’d well his form,

Folded the blanket well, tucking it carefully over head and carefully under feet,

And there and then and bathed by the rising sun, my son in his grave, in his rude-dug grave I deposited,

Ending my vigil strange with that, vigil of night and battle-field dim,

Vigil for boy of responding kisses, (never again on earth responding,)

Vigil for comrade swiftly slain, vigil I never forget, how as day brighten’d,

I rose from the chill ground and folded my soldier well in his blanket,

And buried him where he fell.


De poëzie van Walt Whitman (1819-1892) doet op het eerste gezicht vrij traditioneel aan, door de gedragen toon en de archaïsche woordkeuze. Toch gaat hij in werkelijkheid juist tamelijk vrij om met de traditionele vormen van de dichtkunst en was hij in meerdere opzichten zijn tijd ver vooruit. Archaïsch en tegelijkertijd vernieuwend is bijvoorbeeld zijn omgang met bijvoeglijk naamwoorden, die hij vaak achter het zelfstandig naamwoord plakt in plaats van ervoor, zoals ook in deze ‘Vigil Strange’. Een vreemde wake op het slagveld.

 

Het is de vraag in hoeverre het gedicht autobiografisch is. Whitman was als ziekenverzorger aan het front in de burgeroorlog, maar hij heeft niet gevochten. Het gedicht beschrijft een soldaat die een makker aan zijn zijde ziet sneuvelen. Later keert hij terug om een dodenwake voor hem te houden. De onderlinge relatie van de ‘ik’ en de gevallen kameraad laat ruimte voor speculatie. De ‘ik’ noemt hem expliciet zijn zoon, maar later in het gedicht staat hun vrienschappelijke band centraal en daar bovenop heeft het gedicht onmiskenbaar een erotische lading, zeker door het herhaalde ‘responding kisses’. Het lijkt alsof de dichter moedwillig verwarring zaait.

 

De titel ‘Four Score and Seven’ is ontleend aan Lincolns Gettysburg Address, de beroemde toespraak die Lincoln hield op 19 november 1863 bij de inwijding van de begraafplaats van Gettysburg, kort na de Slag bij Gettysburg. Hij begon zijn toespraak ermee: ‘Four score and seven years ago our fathers brought forth upon this continent a new nation, conceived in liberty and dedicated to the proposition that all men are created equal.’ De zinsnede ‘Four score and seven’ klinkt vandaag de dag wat raadselachtig. ‘Score’ was de aanduiding voor een periode van twintig jaar. Lincoln bedoelde dus ‘87 jaar geleden’.

 

Lincolns korte toespraak (slechts 266 woorden) beschrijft hoe een deel van het slagveld nu ingewijd wordt als begraafplaats: ‘But in a larger sense, we cannot dedicate, we cannot consecrate, we cannot hallow this ground. The brave men, living and dead, who struggled here, have consecrated it far above our poor power to add or detract.’ Het is aan de overlevenden, zo betoogt hij, om te zorgen dat hun offer niet voor niets is geweest, ‘that we here highly resolve that these dead shall not have died in vain; that this nation, under God, shall have a new birth of freedom, and that government of the people, by the people, for the people, shall not perish from the earth.’

 

Het is een mooie, plechtstatige verklaring, die vaak aangehaald wordt en die sommige Amerikanen zelfs uit hun hoofd hebben geleerd. Maar Patrick Stickles, voorman van Titus Andronicus, maakt al snel korte metten met die fraaie retoriek. Dat begint al met de eerste zin: ‘This is a war we can’t win’, waarna hij de 87 jaar waar Lincoln het over heeft, teniet doet door te wijzen op 10.000 jaar van onderlinge strijd. Sinds de mens niet meer als nomade leeft, maar grond claimt, is er sprake van oorlog, stelt hij in feite. In weerwil van wat Lincoln ons wilde doen geloven, is er in al die tijd helemaal niets veranderd.

 

De woorden van Lincoln, waarin de slachtoffers als een offer voor vrijheid en gelijkheid worden voorgesteld, staan in contrast met het stille verdriet in het gedicht van Whitman. Hoewel Lincoln meer dan zevenduizend gevallenen betreurt en de ‘ik’ in ‘Vigil Strange’ slechts één, is hier geen sprake van een hoger doel, maar slechts van verlies. In ‘Four Score and Seven’ worden de laatste regels van het gedicht geciteerd.


'De woorden van Lincoln, waarin de slachtoffers als een offer voor vrijheid en gelijkheid worden voorgesteld, staan in contrast met het stille verdriet in het gedicht van Whitman'
 

Maar Stickles gaat verder: ‘And I struggle and I stammer 'til I'm up to my ears/ In miserable quote-unquote art/ About how ever since our forefathers came on this land/ We've been coddling those we should be running through/ Please don't wait around for them to come and shake hands/ They're not going to be waiting for you’. Hij veegt de vloer aan met mooie woorden als die van Lincoln. De ongelijkheid is er nog steeds.

 

Naast de verheven vaderlandslievendheid van Lincoln en het ingetogen verdriet van Whitman zet Stickles de wrede werkelijkheid: ‘humans treat humans like humans treat hogs’. Oorlog is zinloos en elke vorm van waardigheid ontbreekt in het lijden van onschuldige slachtoffers. In hetzelfde couplet komt Franz Kafka om de hoek kijken: ‘But I wasn't born to die like a dog, I was born to die just like a man’ verwijst naar de laatste zin van Het proces, waar hoofdpersoon Josef K. zonder dat hij ergens schuldig aan is, zonder zelfs te weten waar hij van beschuldigd wordt, wordt doodgeschoten:

 

Mit brechenden Augen sah noch K. wie nahe vor seinem Gesicht die Herren Wange an Wange aneinander gelehnt die Entscheidung beobachteten. “Wie ein Hund!” sagte er, es war, als sollte die Scham ihm überleben.

 


Gepost in: faits divers op 2019-02-19

Door Cor de Jong

Cor de Jong (1978) is schrijver, leraar Nederlands en studiebegeleider bij de jeugdopleiding van Sparta Rotterdam. Hij publiceerde al meerdere korte verhalen. De aanname is zijn debuutroman.


Ook van Cor de Jong

Pop en literatuur (68): PJ Harvey en J.D. Salinger

Iedere dinsdag zoekt Cor de Jong de connectie tussen pop en literatuur. Deze week deel 68: PJ Harvey en J.D. Salinger.


Pop en literatuur (67): Arcade Fire en John Kennedy Toole

Iedere dinsdag zoekt Cor de Jong de connectie tussen pop en literatuur. Deze week deel 67: Arcade Fire en John Kennedy Toole. 'Deze neon-bijbel is niet het woord van God, maar een lege huls.'




recente posts