Ontroerend, het idee dat papa je altijd beschermt tegen het kwade

Ontroerend, het idee dat papa je altijd beschermt tegen het kwade

Elke Geurts

De achtjarige gaat niet hier wonen, zegt ze. Alles leuk en aardig. Maar dit is niet haar echte huis, niet haar echte slaapkamer, niet haar echte bed. Hier zijn de poezen niet, hier is papa niet, hier zijn haar vrienden niet. Kortom: wat dóét ze hier? Waarom zou ze hier ook maar één seconde langer blijven?

 

“Ik ga bij papa wonen.” “Misschien moet je er een nachtje over slapen?” Ze denkt zelf dat een nachtje slapen nog te veel is. Het is zaak onmiddellijk te vertrekken. Ze zal haar fiets pakken en nu naar huis terugkeren.

 

“Maar het regent”, zeg ik. “Hoor je de regen op onze dakpannen tikken?” Ze is even stil. Ze luistert. Ze gaat rechtop zitten. Inderdaad. Het regent. Ze doet haar armen over elkaar. Helaas. Ze zal papa dan toch moeten bellen. Er zit niets anders op. Papa zal haar zeker komen halen. Papa zal voor komen rijden, haar naar haar échte huis brengen.

 

Heilig geloof

“Dit wordt jouw huis ook.” “Ik ga papa nú bellen.” “Papa is nu ook niet thuis”, zeg ik maar. “Hij heeft zijn telefoon toch bij zich?” Een heilig geloof heeft ze in het bellen van papa. Een heilig geloof in Papa. Dat vind ik zo ontroerend. Papa die je altijd zal komen redden als je in de misère zit. Papa die je - hoe dan ook - tegen het kwade zal beschermen.

 

Ik ken dat zo goed. Ik had dat vroeger ook. Hadden we dat vroeger niet allemaal? Om er op een dag achter te komen dat die papa ook gewoon een mens was. Geen haar beter dan wijzelf. Voor die ontdekking is het voor haar nog echt te vroeg. Ze heeft net de ontgoocheling van Sinterklaas achter de rug.

 

“Het is waar”, zeg ik. “Dit voélt nog niet als jouw huis. Dat duurt vast nog wel een tijdje.” De achtjarige is duidelijk niet van zins hierop te gaan wachten. “Ik heb maar één huis.” Ze stapt uit bed.

 

“Jij voelt nu verdriet”, zeg ik. “Dat is naar. Maar het hoort erbij.” “Nou! Als jij nou gewoon weer bij ons gaat wonen, dan heb ik dat niet meer!” “Het verdriet wordt minder”, zeg ik maar weer eens. Een diepe zucht. Ze zegt dat ik dat wel steeds kan blijven herhalen, maar dat dat bezijden de waarheid is. “Het wórdt niet minder, mama. Mijn verdriet. Sinds dit huisje geboren is, heb ik het de héle tijd.”

 

Schrijfster Elke Geurts beschrijft hoe een scheiding een leven omver kan halen. Elkes roman heet Ik nog wel van jou. Luister ook onze podcast met Elke.


Gepost in: faits divers op 2018-12-17

Door Elke Geurts

Deze column is eerder gepubliceerd in Trouw. De roman Ik nog wel van jou verscheen onlangs bij Lebowski.


Ook van Elke Geurts

De rust die ik voelde toen ik volmondig ‘ja’ zei

Van de mooiste dag van mijn leven staat mij het ineenzijgen van mijn schoonmoeder bij. Hoe de vrouw die nooit wat had, bezweek. Hoe ze daar lag, midden in onze huwelijkssloep. De commotie die ontstond.


‘Of er in de toekomst ware liefde mogelijk zal zijn tussen mens en android, weet ik niet’

Rond middernacht fietste ik van de schouwburg terug naar huis, en dacht na over het immense belang van een beetje aardigheid.




recente posts