Niets

Niets

Jonah Falke

Voor het eerst zullen mijn geliefde en ik vandaag de Atlantische Oceaan oversteken en New York en Canada bezoeken. Al schrijvende in het vliegtuig wordt de bewoonde wereld kleiner en de zee alsmaar groter. Er zal eerst heel lang niets zijn, en dan weer land. Dit gegeven, van het grote niets, doet me denken aan mijn vader, die vroeger tegen mijn moeder zei: ‘Eerst is er je zoon, dan komt de hond, en dan heel lang niets en als je denkt dat er echt niets meer komt, dan kom ik.’

Boven de zee herschrijf ik de laatste paar scènes van mijn nieuwe roman, De mooiste vrouw van de wereld. Als een vakantie voelt deze reis daarom niet, maar voor ontspanning lijkt het me dan ook nog veel te vroeg. Een bekende van in de zestig zei eens: ‘Uitrusten, dat doe je maar als je dood bent. Aan het eind van je leven moet je tijd tekort zijn gekomen.’
Niets leek me meer waar.

Mocht dit vliegtuig neerstorten, dan is het ergens een even beangstigende als kalmerende gedachte dat de mens ooit uit de zee kroop en aan land ging, en er dus ook weer naar kan terugkeren. Het manuscript, met aantekeningen van mijn redacteur, en onze zorgvuldig ingepakte bagage zouden misschien opduiken in journaalbeelden van het rampgebied. 
Hoe hard je ook werkt, dat wat er van een mens overblijft lijkt me schrikbarend weinig.  

Maar daar is het nog te vroeg voor. Eerst komt er heel lang niets en als je denkt dat er echt niets meer komt, dan komt er land in zicht. 

 


Gepost in: faits divers op 2019-03-14

Door Jonah Falke

Jonah Falke (1991) werd geboren in Ulft en studeerde fine art painting aan ArtEZ, Enschede. Hij exposeerde in binnen- en buitenland en maakte als frontman van de band Villa Zeno de plaat Self Made Woman. In 2016 verscheen zijn debuutroman Bontebrug. Hij schreef voor Vrij Nederland, See All This, ELLE, HP/De Tijd en VPRO Nooit meer slapen en is vaste columnist bij de Gelderlander en op het Lebowski Blog.


Ook van Jonah Falke

Verval

Gisteravond zou mijn oudtante om zeven uur bellen. Ik vroeg of het ook een half uur later kon. Ze stuurde een duimpje. Nog voor zeven uur belde een onbekend nummer. Het was de buurman van mijn oudtante. Hij zei dat ze met ademgebrek door een ambulance werd afgevoerd naar het ziekenhuis. Ze had hem gevraagd om mij af te bellen. Dat ze nog aan me kon denken op die brancard deed me deugd, dan was ze er nog wel een beetje bij.


Koude handen

Maandagmorgen vertrok ik met een vriend en filmregisseur naar de Ardennen om een filmscript uit te werken. We waren goedgemutst en doorkruisten het centrum van Luik. Zelfs de zon wist van deze verlaten en met roet besmeurde industriestad een aangenaam oord te maken.   




recente posts