Mijn eerste vriendje | Onder TL's

Mijn eerste vriendje | Onder TL's

Sabine van den Berg

Schrijfster Sabine van den Berg woont in de grootste kunstenaarsgemeenschap van Noord-Nederland: De Biotoop in Haren. Om de week, op vrijdag, verschijnen haar Berichten uit de Biotoop voortaan bij ons. Op de andere vrijdagen plaatst ze poëzie op het Lebowski Blog. Nog niet eerder publiceerde ze gedichten. Een primeur dus! 

 

Mijn eerste vriendje

 

is geen vriend, maar een man

er is niets

tussen ons

volgens hem

mijn moeder geeft hij zijn verzonnen naam

ze vraagt: ‘Wat gaan jullie doen?’

‘Naar het pannenkoekschip.’

dit is onwaar

ook zijn leeftijd klopt van geen kanten

hij wil mij in het vriesvak bewaren

eruit halen over een paar jaar

we kunnen ons nergens vertonen

mijn schuld

hij laat mij naakt

in zijn kamer staan

scheert mijn haar

wil zien wat en

hoe ik reageer

leest voor uit Seventeen

zegt: ‘zo oud ben jij nog niet.’

later komt er iemand

een verkoper aan de deur

door de tocht rollen

mijn krulletjes over de vloer

tegen zijn schoen

de man krijgt een kleur

wij moeten lachen

we lachen hem weg

 

Onder TL’s

 

tikken vrouwen tegen

mijn hoofd een rode lamp

ze gebaren, wij twee, bij hun

de man wuift

mijn schaamte weg

‘Volgens mij zou jij wel willen

dat ik daar werk,’ zeg ik

ernstig

antwoordt hij: ‘Dat niet

ik wil je bewaren tot later,

dat weet je toch.’

 

Tekst & illustratie: Sabine van den Berg
Bij Lebowski verscheen van Sabine Zien Horen Zwijgen.


Gepost in: poëzie op 2018-01-26

Door Sabine van den Berg


Ook van Sabine van den Berg

Berichten uit de Biotoop: Aanbidders

Schrijfster Sabine van den Berg leeft met haar gezin in de grootste kunstenaarsgemeenschap van Noord-Nederland: De Biotoop te Haren. In het voormalige Biologisch Centrum van de RUG wonen en werken meer dan 300 mensen. 


Scheren in ruil voor lezen

Een onweerstaanbare geur dringt mijn neus in, en niet alleen in die van mij ook in die van mijn vriendin en haar moeder die speciaal vanuit Amsterdam naar de open dag in De Biotoop zijn gekomen. Als slaapwandelaars lopen we de gang van vleugel B in, onze neusvleugels gespreid, snuffelend drijvend op het geurspoor. Een vleug heeft zijn haken in onze neus geslagen en trekt ons naar zich toe, er is niet aan te ontkomen, we moeten erheen, hoe sterker de lucht, des te onrustiger worden we: wáár ruikt het zo lekker? Wát is het? Ik watertand ervan en ik neem mij voor er mijn tanden in te zetten zodra ik kan.




recente posts