Legio likes

Legio likes

Erik Jan Harmens

Als iemand me uitnodigt voor een feest of partij antwoord ik bijna altijd bevestigend, om te voorkomen dat ik thuis zit te Netflixen en bang ben iets onvergetelijks te missen. 
 

Als het vanaf acht uur is kom ik nooit om acht uur en ook niet om negen uur, ik wek graag de indruk dat ik nog andere dingen te doen heb. Dus bijt ik op mijn nagels, ben ik ontevreden over dat ik nagelbijt, pak ik alsnog de nagelknipper, probeer ik de stukjes nagel te volgen die met een boog door de lucht richting plint zeilen, zoek ik tevergeefs naar de stukjes nagel en vijl ik mijn nagels zo dat ik iemand kan strelen zonder dat er gewonden vallen, om pas tegen half elf op het feest aan te komen, als de eerste partypooper zichzelf reeds hard op de bovenbenen begint te slaan, ten teken dat ie maar weer eens opstapt.

Terwijl ik bij een stuk spaanplaat op twee schragen dat als barretje dienstdoet een schijfje citroen afsnij om die bij wijze van bommetje te laten neervallen in mijn glas licht sprankelend bronwater, piept iemand ineens dat er nog maar één krat bier is. Ik kan me die paniek nog goed herinneren van toen ik nog dronk: het is half elf, dat redden we nooit met vierentwintig flesjes.

Snel verstop je er vier onder een zak gemengde salade in het groentevak van de koelkast, dan is het tijd voor een indringend gesprek met de gastheer. Of er een avondwinkel in de buurt is, of een snackbar. Of hebben de buren nog wat, of misschien de overburen, of wie dan ook in de straat, in de stad? Of heeft ie nog sterk? Whisky, wodka, iets anders met een W. Of iets wat ik eigenlijk niet lust: martini, gin. Of desnoods iets weerzinwekkends: Lambrusco, Breezers, droplikeur.

Zo tegen twaalven hebben de meesten een stuk in de kraag. Onder luide aanmoediging begint een man vanaf het balkon te pissen, zonder zich rekenschap te geven of beneden iemand is. Een ander ast in een flesje dat zijn onwetende buurman vervolgens aan zijn mond zet. Op het moment dat ik bedenk dat ik ‘m nog kan waarschuwen is het al voorbij de keelholte.

Een blond meisje ver buiten mijn league vraagt of ik het lekker zou vinden als ze mij op de wc eens even lekker zou pijpen. Het is dubbel dubbelop: of ik het lekker zou vinden als ze mij eens lekker zou pijpen, want twee keer ‘lekker’ en twee keer ‘zou’ - volgens mij praat ze in de onvoltooid verleden toekomende tijd of zoiets. Tegelijkertijd probeer ik in te schatten of ze een ondeugend plannetje met me deelt of een voorstel tot een transactie doet. Ik heb nog nooit betaalde seks gehad en ik wil wel dat mijn eerste keer heel bijzonder is.

Omdat ik als enige nog helder genoeg ben om bij wijze van spreken mijn aangifte omzetbelasting te doen, sluip ik weg, wat onnodig is, want niemand merkt dat ik er ben, laat staan dat ik wegga. Ik woel net zo lang in de stapel jassen op bed tot ik de moed opgeef: dan zie ik die van mij liggen. Buiten heb ik zin om te roken, maar niet in de mond-, keel-, slokdarm- en/of longkanker die je ervan krijgt.

Boven me wordt doorgefeest. Snel loop ik door, voor weer iemand van het balkon gaat loederen. Ik vermoed dat het blonde meisje iemand anders in haar mond laat komen, voor haar plezier of tegen betaling of allebei. Door de open ramen galmt de stem van Shakira door de straat: ‘I'm on tonight, you know my hips don't lie and I'm starting to feel it's right.’ Ik ben niet on en mijn heupen zijn houterig. Ik voel me niet sexy en ik heb eens ergens gelezen dat je dat dan ook uitstraalt. Ik herinner me hoe mijn hand vroeger met het grootste gemak in bloesjes of broekjes verdween. Soms vroeg iemand: ‘Wat doé je?’ Soms wat dat een retorische vraag.

Nu acht ik het ongepast of niet het moment om iemand seksueel te overrompelen, en zo lang de ander mij ook niet seksueel overrompelt gebeurt er seksueel gezien dus niks. Zo leid ik mijn plantenleven, men heeft me graag in de kamer maar niet om aan te raken of vast te pakken. Toch was het vroeger ook niet altijd bal, mijn herinnering dat mijn hand met het grootste gemak in bloesjes of broekjes verdween moet met een korrel zout worden genomen.

Ik ben geneigd het verleden op te hemelen: als kind al noemde ik een vakantie die tegenviel bij thuiskomst onvergetelijk, de periode dat ik werkte als telefonisch enquêteur kenschetste ik later als een rollercoaster. Als mijn hand al in een blouse of broekje verdween ging het meestal per ongeluk, als ik steun zocht bij het opstaan en vergat dat er iemand zat. Die klemde haar benen bijeen alsof ze een noot wilde kraken en vanaf dat moment hadden we iets.

Niet alleen het verleden, ook de toekomst hemel ik op. Als we vroeger geen geld hadden om snelklaarmacaroni te kopen, stelde ik me voor dat we binnenkort zo rijk zouden zijn dat we ook pasta met een normale kooktijd konden kopen. Huilde mijn moeder omdat de telefoon wegens wanbetaling was afgesloten, dan verzon ik een deurbel, een zingend telegram en dat we een geldprijs hadden gewonnen. Viel ik bij het steppen op m’n knie, dan bedacht ik me dat de pijn nu erg was, maar vanavond een stuk minder erg.

Ook het heden pomp ik op tot grootse en meeslepende proporties. Zo fantaseer ik nu dat ik iets beters schrijf dan dit. De zin die je nu hoort, maar dan zo ontroerend dat de tranen als buiten hun oevers tredende rivieren over je wangen biggelen. Dit verhaal, maar dan zo grappig dat de plas die je verloor bij het schateren als een buiten haar oevers tredende rivier je broek van kruis tot knie donker kleurt. Die anekdote over dat meisje die me als ik dat ook lekker zou vinden eens even lekker zou pijpen op de wc, maar dan zo opwindend dat je hand spontaan in je broek of blouse verdwijnt.

Ik kan me niet voorstellen een niet-opgepompt, niet-opgehemeld leven te leiden. Het voelt alsof mijn leven pas echt de moeite waard is als ik er een schep bovenop doe, als een foto van een grasveld of tomaat die eenmaal door een filter gehaald leidt tot legio likes. De tegeltjestekst alles komt goed stelt me gerust, omdat het betekent dat er iets moois op komst is, maar zegt iemand: alles is goed, dan betekent het dat wat er nu is niet wordt opgevolgd door iets beters. Dat ontbreken van het vooruitzicht van een upgrade doet me huiveren.

Als ik ontevreden ben beschouw ik dat als iets tijdelijks. Nog even en de eerste twee letters zullen oplossen, er zal tevreden staan en alles zal goed zijn. Ik zal terugkijken op mijn eerdere ontstemming als een doorweekte wandelaar naar een eindelijk voorbijgetrokken regenwolk. De bokkenpruik mag even op, dan moet hij af. Dat komt omdat mijn vader vroeger vaak chagrijnig was. Mijn moeder werd daar verdrietig van. Om er een beetje balans in te houden koos ik qua gemoedstoestand dan voor blij. Als mijn moeder om mijn vader te plagen zijn pakje Drum had verstopt en die dan dreigde haar keel dicht te knijpen, rende ik naar de woonkamer om in een tot de oksels opgetrokken maillot een dansje te doen. Ik zwiepte mijn benen in de lucht als een cancandanseres, net zo lang tot mijn ouders lachten, echt of net alsof.

Als een afgeschminkte clown zat ik daarna op mijn bed, hun lachen tot schateren up te graden, en zo pimpte ik mijn verleden. Zoals ik van een feest thuis kan komen en als iemand vraagt hoe het was leuk antwoorden. Het was leuk. Waren er leuke mensen ja. Waren er lekkere hapjes ja. Draaiden ze goede muziek ja. Alles ja. Het was leuk. Het was echt heel erg leuk. Het was onvergetelijk en bovendien een rollercoaster. Ik was on tonight. You know my hips don't lie. I'm starting to feel it's right. Ik heb niets gemist en ik was erbij.


Erik Jan Harmens sprak deze tekst op 29 augustus 2017 uit tijdens Ben Ontevreden!, een tot mislukken gedoemde, literaire theateravond over het taboe op ontevredenheid, in het Parktheater in Eindhoven. Liever luisteren? Klik hier voor de podcast.


Gepost in: faits divers op 2017-09-01

Door Erik Jan Harmens

Erik Jan Harmens (1970) publiceerde vier dichtbundels, vier romans, waaronder het succesvolle en autobiografische Hallo muur, en een kinderboek. Op dit moment schrijft hij beschouwingen over een bestaan zonder verdoving en de roes, die worden gepubliceerd in Trouw. Hij werkt aan een nieuwe dichtbundel en roman, maar in het najaar van 2018 verschijnt bij Lebowski eerst een nieuw autobiografisch werk, over leven in het licht.


Ook van Erik Jan Harmens

Het tegenovergestelde van een lachband

Heel vorige week deed Erik Jan Harmens net na het nieuws van 1 uur bij Nooit Meer Slapen op NPO Radio 1 een verlate dagsluiting. Donderdag op vrijdagnacht ging het over slapeloosheid en semantiek.


Verplaatsen

Deze hele week doet Erik Jan Harmens net na het nieuws van 1 uur bij Nooit Meer Slapen op NPO Radio 1 een verlate dagsluiting. Afgelopen nacht ging het over proportioneel geweld.




recente posts

Waarschuwing

Waarschuwing

Jonah Falke
Gepost op: 2018-07-12 in: proza
Gepost op: 2018-07-11