Kelder

Kelder

Jonah Falke

Een paar maanden na de aanslag op de Bataclan in Parijs las ik op de nieuwswebsite Middle East Eye over jongeren die op de avond van de aanslag met terrorist Salah Abdeslam McDonald’s aten en jointjes rookten. Een van hen zei: ‘He seemed like a normal guy with nothing to do. We started talking, he was nice.’ 

 

 

Abdeslam vertelde de jongens dat hij ging trouwen en onderhoudsmedewerker bij de Belgische tram was. Een voor een kregen de jongens appjes en druppelde het nieuws door over wat er in de Bataclan gaande was. Abdeslam reageerde er niet bijzonder geschokt op. Hij vond het treurig, dat wel. 

 

'Een voor een kregen de jongens appjes en druppelde het nieuws door over wat er in de Bataclan gaande was'

 

Tijdens het eten van de hamburgers droeg Abdeslam een bomgordel. Later zou hij tegen de politie verklaren dat hij van plan was zichzelf op te blazen maar dat hij zich bedacht. Hoe wrang de situatie ook, het lijkt me hoopvol dat hij zichzelf niet opblies uiteraard. 
De vraag die me tot op de dag van vandaag bezighoudt is: wat gebeurde er dat hij koos voor McDonald’s in plaats van het hiernamaals?  
Sinds die dag kan ik geen McDonald’s meer zien zonder te denken aan inkeer. 

 

'Wat gebeurde er dat hij koos voor McDonald’s in plaats van het hiernamaals?'

 

Wellicht biedt de documentaire Im Keller van regisseur Ulrich Seidl het begin van een uitkomst op mijn vraag. In de film zie je een aantal Oostenrijkse kelders voorbijkomen. Er is een bedompte ruimte vol met vrolijke Hitlerfans, een vrouw die niet van echt te onderscheiden babypoppen behandelt alsof ze leven en natuurlijk sm-liefhebbers. In een interview met de regisseur zegt hij dat de kijker zich kan afvragen wat hij of zij zelf allemaal voor de buitenwereld verborgen houdt. Hij sluit af me de zin: ‘We hebben allemaal een kelder.’ 
 


Gepost in: faits divers op 2018-09-13

Door Jonah Falke


Ook van Jonah Falke

Visrestaurant

Mijn geliefde en ik aten vorige week met mijn uitgever en zijn vrouw, mijn kunstagente, bij visrestaurant Lucius in Amsterdam. Ik zou ze mijn pleegouders in de kunst willen noemen.

 


Liftmuziek

Met een grote koffer haastte ik me naar het treinstation. Het was laat, de trein was overvol, de mensen leken moe van de dag en wie weet wat al niet meer. Na aankomst spoedde ik me naar een Chinees restaurant. Mijn vader zat er met een Argentijnse muzikant te eten. Ik moest door maar hij zou me een lift geven dus ik zou wachten. Voor het restaurant, staand naast de auto, belde ik mijn vader: ‘Hoe lang duurt dit nog?’
‘Nog even,’ zei hij. ‘Kom maar binnen.’ 
 




recente posts