In die stilte drong de verpletterende werkelijkheid tot me door: ik sta er alleen voor

In die stilte drong de verpletterende werkelijkheid tot me door: ik sta er alleen voor

Elke Geurts

Het was laat in de avond en ik lag op de bank naar mijn boeken te turen die weer in mijn boekenkast stonden. Alsof ik thuis was.

 

Er kwam een kuchje van boven. Ik schoot recht overeind. Aha! dacht ik. Ik bén dus thuis! Aha! dacht ik weer. Aha, ik moet het alléén doen, zeker. Dát willen ze, zeker. Het is vanaf nu allemaal mijn verantwoordelijkheid, zeker. Alles. Het hele leven. Na deze twee inzichten werd het even stil in mijn hoofd. In die stilte drong de verpletterende werkelijkheid tot me door. Ik sta er alleen voor. Boven slapen mijn dochters. Hier woon ik.

 

Als ik niet genoeg verdien, is er niemand anders die de hypotheek betaalt. Als ik niet weet waar de hoofdkraan zit, is er niemand die ’m dichtdraait zodra er een leiding springt. Als ik niet oplet hoe de cv-ketel ontlucht moet worden, wordt die eenvoudigweg nooit ontlucht. Als ik niet zorg dat er een koolmonoxidemelder op zolder komt, loopt mijn dochter straks gevaar. Als ik niet zorg dat er gordijnen voor de slaapkamerramen hangen, hangen ze er niet. Als ik niet weet waar we de schoenen neer zullen zetten, blijven we erover struikelen. Als ik niet achter de nooit geleverde deur aan ga, zal het hier eeuwig blijven tochten. 

 

'Als ik niet weet waar de hoofdkraan zit, is er niemand die ’m dichtdraait zodra er een leiding springt'

 

Snackbar
Als ik de offertes niet nakijk, zullen we niet weten of ze kloppen. Als ik het keukenbedrijf niet bel om te vragen wanneer de monteur dan wél tijd heeft om te komen, moeten we elke dag naar snackbar De Boei. Als ik niet bij mijn buren aanbel om ons voor te stellen, blijven we bewoners die nooit kennismaakten. Als ik de berg karton in de achtertuin niet wegbreng, ligt die daar van de zomer nog. 

 

Ik kan mij er dus niet meer aan onttrekken. Helemaal nergens aan. Zonder mij gebeurt er niks. Zonder mij komen we er niet.

 

Ik ging liggen en deed mijn ogen dicht. Ineens verscheen daar het lieve oude dametje weer dat vlak achter me had gestaan bij de kassa van de AH. “Eerdaags willen ze dat we het allemaal zelf gaan doen, hè?” zei ze en keek me aan. “Ja, en dat willen we niet, hè?” zei ik. “Nee.” Ze giechelde nerveus. “Ik wil dat het gewoon zo blijft.” “We zullen het toch écht zelf moeten gaan doen”, zei ik. Deze keer pakte ik haar hand vast. “Maar dat lukt ons wel, mevrouw.”


Gepost in: faits divers op 2018-12-03

Door Elke Geurts

Deze column is eerder gepubliceerd in Trouw. De roman Ik nog wel van jou verscheen onlangs bij Lebowski.


Ook van Elke Geurts

Waarom laat mijn dertienjarige dochter zich uitschelden door wildvreemden?

De dertienjarige en ik hangen op de bank in onze badjassen. We zijn allebei druk op onze telefoons bezig. Ik heb haar al een paar keer gemaand dat ding - nu onmiddellijk - weg te leggen. Ze moet naar bed. Maar steeds is er weer iemand bezig een comment bij haar foto te typen.


‘Jullie willen allebei de leukste ouder zijn’, zei ze

In de gang van de school stond ik en keek door het raam van combinatiegroep 3/4/5 naar mijn achtjarige. Ze kletste met klasgenootjes. Ze had heel rode wangen van de fietstocht door de vrieskou. Ook de randjes van haar oren waren vuurrood.




recente posts

Gepost op: 2019-02-22 in: faits divers
Rembrandt

Rembrandt

Jonah Falke
Gepost op: 2019-02-21 in: faits divers
Gepost op: 2019-02-20 in: current affairs