Ik ben hun onbetrouwbare moeder, de vrouw die toch haar biezen pakte

Ik ben hun onbetrouwbare moeder, de vrouw die toch haar biezen pakte

Elke Geurts

De meisjes zitten zolang op een matras midden in de woonkamer. Tussen de kleurige kussens. Ik had de kussens er zo gezellig mogelijk op gelegd, nadat ik hun bank had weggehaald.

Beeld: 'Divorce Child', een werk van de Iraanse artiest Javad Alizadeh.

 

Als ik - na een paar dagen afwezigheid - weer binnenkom om voor ze te gaan koken, zitten ze daar, achter twee schermpjes, onder twee fleece-dekentjes, op hun vlot.

 

“Hallo!” roep ik. “Hier is mama weer, lieverdjes!” Ik leg mijn boodschappen op het aanrecht. Ze geven geen sjoege. Ik heb mijn dochters verlaten. Ik slaap nu in een ander huis dan zij. Ook heb ik zomaar ‘dingen’ uit hun huis meegenomen.

 

“Jij hebt onze bank gestolen, hè?” Ze kijken me aan met half dichtgeknepen ogen en wijzen met hun vingers naar mij. De dievegge. Hun onbetrouwbare moeder. De vrouw die op een dag toch haar biezen pakte en vertrok. Ook al beloofde ze altijd dat zij zou blijven.

 

'Ik ben er niet. Ze kunnen ’s nachts niet bij me terecht. Ik zit niet aan het ontbijt'

 

“Je hebt ons in de steek gelaten.” Ik hóór het ze bijna zeggen. 
“Dat is niet zo, hè meisjes. Het gaat al de goede kant op met jullie kamers en…” 
“Jij laat ons alleen!” 
“Dat is niet waar!” zou ik willen roepen.

 

‘Ik wil weg!’

Maar het is natuurlijk wel waar. Op dit moment is dat waar. Ik ben er niet. Ze kunnen ’s nachts niet bij me terecht. Ik zit niet aan het ontbijt. Ze wonen nu niet bij mij. Ja, op papier. Maar daar hebben ze niets aan. Zoals ze ook niets hebben aan het feit dat het allemaal wel goed zal komen. Dat ze een nieuw thuis erbij krijgen. Dat hun oude huis straks ook weer fijn aan zal voelen. Dat de dingen alleen een nieuwe plek moeten krijgen. Dat het nu werkelijkheid is geworden. Dat het groot verdriet is wat ze voelen. Maar dat dat niet zo groot blijft.

 

De achtjarige loopt naar de deur. “Ik ga weg! Ik wil weg!” 
“Waar wil je heen?” 
Ze begint te huilen. “Ik wil naar huis, mama. Niet hier, niet daar. Ik wil gewoon naar huis.” 
Ik neem haar mee terug naar het matras en trek haar op schoot.

 

Zo zitten we met z’n drieën, drijvend op het vlot tussen het ene thuis en het andere. Ik hou ze dicht tegen me aan. Dat grote verdriet heb ik niet meer. Elke ochtend dat ik wakker word in mijn huis zonder deuren, voel ik me juist blij. Alleen deze twee moeten er nog bij.

 

Deze column is eerder gepubliceerd in Trouw. Elkes roman heet Ik nog wel van jou. Luister hier naar onze podcast met Elke Geurts over haar roman en scheiding.


Gepost in: faits divers op 2018-11-19

Door Elke Geurts

Deze column is eerder gepubliceerd in Trouw. De roman Ik nog wel van jou verscheen onlangs bij Lebowski.


Ook van Elke Geurts

De rust die ik voelde toen ik volmondig ‘ja’ zei

Van de mooiste dag van mijn leven staat mij het ineenzijgen van mijn schoonmoeder bij. Hoe de vrouw die nooit wat had, bezweek. Hoe ze daar lag, midden in onze huwelijkssloep. De commotie die ontstond.


‘Of er in de toekomst ware liefde mogelijk zal zijn tussen mens en android, weet ik niet’

Rond middernacht fietste ik van de schouwburg terug naar huis, en dacht na over het immense belang van een beetje aardigheid.




recente posts