‘Ik ben het ongelukkigste kind van de wereld!’ riep mijn dochter

‘Ik ben het ongelukkigste kind van de wereld!’ riep mijn dochter

Elke Geurts

Hier spreekt tot u een afhankelijke, ongelukkige vrouw, met een bij vlagen theatraal karakter. Ze zag onlangs haar veertienjarige dochter met een rotvaart de IJ-tunnel in verdwijnen, en op de terugweg kon zij alleen maar necrologieën bedenken. 

Over haar meisje dat te frêle, te lief, te mooi, te slim, te bijzonder, te gevoelig, te dromerig, te begaafd was voor deze keiharde klotewereld. Het meisje dat nooit helemaal goed op aarde geland was en er daarom des te gemakkelijker van weggeplukt kon worden.

Het ov staakte. De pont voer niet. Het regende. De vrouw had haar kind naar de snelwegafslag gebracht. En keek toe hoe zij, met die zware schooltas op haar rug, zo - hop - de snelweg op fietste. De tunnel in racete. Het zwarte gat in. Nog eenmaal omkijkend. Breed lachend. Wuivend naar haar moeder. Weg was ze.

Die zie ik nooit meer terug, was het enige dat door het hoofd van de afhankelijke, ongelukkige vrouw met een bij vlagen theatraal karakter, flitste. En: Dat kan nooit goed gaan.

“Mama, heb jij misschien een leuk deuntje in je hoofd dat nog niet bestaat?” hoorde ze haar dochter ineens weer vragen.
“Nee, ik heb geen leuke deuntjes in mijn hoofd die nog niet bestaan. Het zijn allemaal bekende deuntjes die hier ronddreunen. Maar ik wil een heel nieuw liedje maken!”
“Ja, dat willen we allemaal wel”, zuchtte ze.

De vrouw trapte door. Gebogen in de regen. Er waren in haar hoofd de necrologietjes. Ze had de neiging om haar ex te bellen om te vertellen dat ze hun dochter die ochtend zomaar de snelweg op had laten fietsen. Nooit meer nieuwe liedjes.

Er was ook nog het ongelukkigste kind ter wereld dat thuis op haar zat te wachten. Helemaal alleen. “Ik ben het ongelukkigste kind ter wereld!” had haar jongste dochter gisteravond uitgeroepen.

Die had het niet van een vreemde. Dat theatrale.

Er was de gehandschoende hand die, op dit moment natuurlijk, door de gleuf van de brievenbus stak. Er werd de laatste tijd enorm veel ingebroken in hun buurt, had een buurvrouw gezegd. En dat je de dievenhanden gewoon door je brievenbus naar binnen zag dringen. Zo brutaal waren ze.

“Mama, waar ben je?” piepte het ongelukkigste kind van het melkwegstelsel. Nu met recht.

Maar mama was er niet. Ze was er nooit als haar dochters haar nodig hadden. Zij fietste hier, over de dijk, met altijd hetzelfde liedje.
 

Deze column is eerder verschenen in Trouw.


Gepost in: faits divers op 2019-06-11

Door Elke Geurts

Deze column is eerder gepubliceerd in Trouw. De roman Ik nog wel van jou verscheen onlangs bij Lebowski.


Ook van Elke Geurts

Zo vrij als een vogel, maar dan die exen

Het was een warm weekend waarin M. en ik de kinderen niet hadden. We zaten de hele ochtend al in mijn achtertuin. We droegen allebei een nacht­japon. We hadden het over de man-vrouwverhoudingen en lazen de krant. Hij een artikel over het aangeboren verschil tussen mannen en vrouwen, en ik las iets over China.


We hebben toch geen man nodig, mama?

De damesclub is weer compleet aan de ontbijttafel. We proberen de jampot open te krijgen. We hebben het over beha’s. Over maten. Over dat hun oma vroeger nooit een beha droeg. Ik was thuis de eerste die met zo’n ding rondliep.




recente posts