Het is je niet aan te zien #10. Depressie & De Ander (Ko van 't Hek)

Het is je niet aan te zien #10. Depressie & De Ander (Ko van 't Hek)

Anonymous

Depressie is een ziekte die niet altijd zichtbaar is. Het was Ko van ’t Hek bijvoorbeeld niet aan te zien. Maar uitleggen wat je doorstaat tijdens een depressie bleek ook ondoenlijk. Inmiddels gaat het beter met hem en lukt het hem te zeggen wat daarvoor, net als veel anderen die last hebben van een depressie, niet lukte.


1.

Het is winter. Ik functioneer eigenlijk niet meer, ik krijg niks meer voor elkaar. Mijn somberte bepaalt mijn hele leven. De huisarts heeft in september een depressie vastgesteld. Ondanks die diagnose sta ik een paar maanden later nog steeds op de wachtlijst voor een behandeling. Ik kan wel één keer in de week terecht bij de POH (praktijkondersteuner huisartsenzorg), maar dat is nog geen echte therapie. Ondertussen glij ik elke week weer een stukje verder het zwarte moeras in.

Ik kom nauwelijks nog mijn bed uit. Ik wil dood, maar dat durf ik tegen niemand te zeggen. Ik durf de ernst van de situatie niet onder ogen te komen, terwijl ik helemaal wegkwijn in mijn studio-appartement en vergroei met bed en bank.

Elke keer als mijn vriendin J. langskomt, zie ik haar weer schrikken. Het is, heeft ze weleens gezegd, alsof de ruimte blauw staat van somberte. Een zware, benauwende deken valt over haar heen als ze de drempel over stapt. Ik zie het gebeuren, ik wou dat het anders was, maar ik kan er niks aan doen. Ik zie hoe lastig het voor haar is, ik zie eigenlijk niks anders meer. Het is niet mijn schuld, probeer ik mezelf te vertellen, maar echt geloven doe ik dat niet. Ik ben hoe dan ook de oorzaak van haar verdriet.

Dat zeg ik ook steeds tegen de POH. Dat het zo lastig is voor haar. Later zeg ik dat ook tegen mijn therapeuten. Dat het voor haar misschien wel ingewikkelder is dan voor mij. Dat het zwaarder is om iemand van wie je houdt overgenomen te zien worden door de somberte, dan zelf aan die somberte ten prooi te vallen. Het schuldgevoel druipt ervan af. Het zou grappig zijn als het niet zo tragisch was.

Ondertussen ben ik onbereikbaar, voor haar én voor mezelf. De depressie sluit me af van alles en iedereen, als een soort locked-in syndroom. Alsof er iemand anders aan de knoppen zit en ik alleen maar mee kan kijken. Ik ben een toeschouwer van mijn eigen leven, dat voorbij trekt, terwijl ik me vanbinnen op zit te vreten. Zo eenzaam. Totaal machteloos. Net als zij.

 

2.

Ik herinner me meerdere avonden dat we op de bank zitten, in elkaars armen, zij huilend, ik afgesloten, maar troostend. Dat troosten voelt gek, want hoewel ik overstroom van emoties, kan ik er niet goed bij. Bovendien: troosten is een gedeelte van het verdriet van de ander overnemen, om het even te dragen, zodat de ander dat niet alleen hoeft te doen. Ik troost haar, terwijl ik al verdriet genoeg heb van mezelf. Zo groot is het schuldgevoel.

Er gebeurt op die avonden nog iets anders. Het is haar nauwelijks kwalijk te nemen, want aan haar intenties zou ik nooit durven twijfelen. Ze zegt dat ze ‘wil dat het is zoals het was’. Ze wil dat ik me beter voel, dat ik weer iemand ben om van te houden, iemand die van haar kan houden. Heel begrijpelijk en terecht. Maar wat deed het elke keer pijn. Het maakte de wonden van schuldgevoel alleen maar dieper.

(Dit is hoe ik het mij herinner. Het zou heel goed kunnen dat deze momenten als enige goed zijn binnengekomen, puur omdat het mijn heftige schuldgevoelens bevestigde. Dit is mijn kant van het verhaal, maar het is vast niet het hele verhaal.)

Ik had andere dingen nodig. Geruststelling bijvoorbeeld. Dat ik ondanks dat het ingewikkeld was, toch iemand was om van te houden. Dat het wel goed zou komen. Ik wilde iemand die mij hoorde en zag. Hoe gesloten en onbereikbaar ik ook geweest moet zijn. Diep vanbinnen wilde ik niets liever dan erover praten, maar ik wist niet hoe. Ik wilde alleen maar dat het stopte, ik wilde alleen maar dat zij zich niet meer verdrietig voelde. Weet ik nu.

Een paar maanden na de diagnose ging het uit. Ze trok het niet meer. Ik kon op dat moment niet anders dan haar gelijk geven. Ik zat op het dieptepunt van mijn leven, ik had haar harder nodig dan ooit, maar ze verliet me en ik gaf haar gelijk. Er viel een last van mijn schouders. Iemand minder om me schuldig over te voelen. Ik zat zo diep, dat ik blij was dat ik alleen was. Later drong het pas tot me door dat ze me verlaten had op het moment dat ik haar het hardst nodig had. Niet om mij te kwetsen, dat weet ik, hoe kwetsend het ook is. Ik zou haar dat graag vergeven, maar ik weet nog niet hoe.

 

3.

Met hulp van therapeuten kon ik op een gegeven moment zien dat het oké is dat mijn verdriet er is, dat het oké is als dat zo groot is dat er nauwelijks ruimte is voor iets anders. Dat het oké is dat anderen nu mij moeten troosten en voor mij moeten zorgen, in plaats van andersom. Sindsdien ben ik ook gevoelig voor het idee dat het voor de ander net zo ingewikkeld is als voor degene die aan de depressie lijdt. Ja, het is erg, maar nee, niet zo erg als daadwerkelijk een depressie hebben.

Natuurlijk, het is hartverscheurend om iemand van wie je houdt zo af te zien glijden, zo te zien worstelen, zo somber, onbereikbaar, zwart. Ik heb het om me heen gezien: dat het fucking ingewikkeld kan zijn, is een eufemisme. Het is iets waar je elke dag aan denkt, waar je ’s nachts zelfs wakker van ligt. Je wilt zo graag helpen, maar het voelt alsof je er niks aan kunt doen. Je voelt je machteloos. Ondertussen lijkt hij (of zij, of eigenlijk ik) helemaal geen aandacht voor jou te hebben. Hij is alleen met zichzelf bezig.

De persoon die lijdt aan een depressie weet dit. Hij voelt zich schuldig, daar hoef je niet aan te twijfelen. Je wordt gezien. Schuldgevoel is een van dodelijkste gedachtes die de depressies voortbrengt. Zo schuldig voel je je, dat je zelfs kan denken dat de wereld beter af is zonder jou. Onnodig om uit te leggen wat de ultieme consequentie van die gevoelens kunnen zijn. Hij is zo bezig met overleven, dat liefde tonen voor de ander soms onmogelijk is. Niet omdat er geen liefde is, maar omdat het niet gaat.

Elke dag, elk uur, elke minuut is te zwaar om te tillen. En dat dan voor maanden of zelfs jaren achtereen. Zonder pauze, zonder dat je even de deur achter je dicht kunt trekken, zonder je even te verliezen in werk of gezelligheid, zonder weekend.

Dat het maar niet ophoudt, ervoer ik als een van de zwaarste aspecten van de zwaarheid. Die onontkoombare, voortdurende intensiteit is van een totaal ander niveau dan het verdriet om een ander. De hele tijd aan het werk om die somberte het hoofd te bieden, proberen te accepteren, proberen op te lossen. Ik heb zo’n behoefte aan vakantie. Ik wil rust, al is het maar heel even. Maar die heb ik, zelfs nu het zwaarste echt voorbij is, nog niet gehad.

 

4.

Je wilt helpen, natuurlijk wil je helpen. Het probleem is alleen dat je het niet (even) kunt oplossen. Daarvoor is een depressie een te grote crisis.

Dat is lastig te accepteren, zeker in een wereld waarin je in een paar clicks alles wat je kunt verzinnen morgen in huis kunt hebben. In de supermarkt is alles het hele jaar door verkrijgbaar. Voor een tientje per maand heb je altijd alle muziek tot je beschikking. We zijn eraan gewend geraakt dat alles is op te lossen, maar helaas: dat is niet zo.

Soms kun je niks doen. Soms is het niet erg als het minder dan goed gaat. Het is wel erg – het hebben van een depressie was erger dan ik me voor kon stellen, en nu het beter gaat kan ik me eigenlijk ook niet meer voorstellen hoe erg het was – maar het zou er ook moeten mogen zijn. Goede tijden, slechte tijden. Daar horen slechte tijden bij. En die slechte tijden mogen er zijn, die hoeven niet altijd gelijk opgelost te worden. In plaats van een hands-on aanpak van de somberte (heb je dit al geprobeerd? of dat?), kan een zachtere hand in sommige situaties veel effectiever zijn. Luisteren en geruststellen, niet om tot een oplossing te komen, maar om naast of achter de persoon te gaan staan.

Hands-on aanpak suggereert namelijk dat iemand ‘niet goed genoeg’ is als hij ziek is. Dat het opgelost moet worden voordat de band tussen jou en hem weer volwaardig kan zijn. Oplossingsgerichte tips of verlangens naar vroeger zijn goedbedoeld, maar kunnen averechts werken. Dat deed het bij mij in ieder geval, het bevestigde wat de depressie mij vertelde: ik was niet goed genoeg, een last.

Hij wil ook dat het over gaat, natuurlijk, maar wil ook gerust worden gesteld, handen door zijn haren, verzekerd worden dat hij hoe dan ook de moeite waard is. Dat is een cruciaal weerwoord tegen het terugkerende gevoel van eenzaamheid en schuldgevoel. Het doorbreekt de neerwaartse spiraal. Dat is voortdurend nodig, want die wordt voortdurend in gang gezet door de depressie.

Dus, ken je iemand die last heeft van een depressie? Dan hou je vast nog steeds van hem, zelfs als het zo slecht gaat. Blijf dat dan zeggen. Het is misschien wel het beste medicijn.

 

Ben of ken je iemand die (soms) verlangt naar de dood? Bel 113 of ga naar 113.nl. Daar zitten mensen die je kunnen helpen. Alsjeblieft, doe het.

Foto: Catharina Gerritsen

 


Gepost in: faits divers op 2019-08-28