Geheimen

Geheimen

Jonah Falke

Met een vrouw die ik leerde kennen tijdens het museumdaten met vreemden bezocht ik het Rijksmuseum Twente in Enschede. Tijdens die eerste ontmoeting had ik weinig behoefte om mijn seksuele fantasieën met haar te delen terwijl we naar een schilderij keken. Inmiddels zijn we vrienden maar over seks praten we amper.

De laatste keer dat we elkaar zagen was Peter Zegveld er ook. Het was op mijn boekpresentatie in het Paleis van de Weemoed te Amsterdam. Met een hoop rook en Italiaans gezang luidde Zegveld de avond in. Persoonlijk het hoogtepunt van die avond. Na afloop zei Zegveld tegen me: ‘Je moet mij meer geheimen vertellen, ze niet alleen opschrijven.’ Ik knikte wel, maar wist dat dit misschien de reden was om te schrijven: om je geheimen te delen. Toch beloofde ik hem meer te vertellen. Maar sinds die avond heb ik hem niet meer gezien.

De vrouw vertelde me veel verhalen. Misschien waren het geheimen. De meeste gingen over de geestelijke gezondheid van mensen. Eens vertelde een man aan de vrouw zonder spijt, lachend hoe hij een ander ombracht. ‘Daar kan ik niks mee,’ stelde ze.     

We bekeken het werk van Zegveld. Zijn installaties waren aangenaam kinderlijk doch ernstig of zielig. Een stalen bal die tegen een blok hout sloeg, een trillend mannetje, een veer die over een paneel strijkt. Zegveld verklaarde dat zijn werk net als het leven is: de mens is kwetsbaar en zijn sterfelijkheid onwrikbaar. Op een muur stond: ‘De illusie (van het werk) ervaren en tegelijkertijd de constructie doorgronden, dat is wat ik wil.’ Je zou ook kunnen zeggen: de illusie van het leven ervaren en tegelijktijdig bewust zijn van je sterfelijkheid, dat is wat je wilt.  

Toen we weer buiten stonden kwam de seks toch even ter sprake. Ooit werd ze verliefd op een vrouw, die nu haar vrouw is, terwijl ze eigenlijk van mannen met tulbanden hield. ‘Dan werd ik ochtends wakker en dan zag ik zo’n man liggen en dan hoopte ik dat hij niet wakker werd. Hun huid vond ik zo prachtig. Als ze wakker werden wilden ze altijd neuken, ook goed, maar liever had ik nog even gekeken.’ En hard lachend: ‘Mijn vrouw is veel maar geen Indiase man.’

Voor ze ging plukte ze nog even wat inktzwammen in een gemeentetuin. Ze had zin in soep en altijd een zakmesje bij zich. Ik keek toe en bewonderde haar vrijheid. Ze zei dat het plukken nog wel even ging duren en omhelsde me met het mes in haar hand. Ik leefde in een illusie: want ook als je je niet afwendt van mensen kun je een mes in de rug verwachten.


Gepost in: proza op 2019-10-03

Door Jonah Falke

Jonah Falke (1991) werd geboren in Ulft en studeerde fine art painting aan ArtEZ, Enschede. Hij exposeerde in binnen- en buitenland en maakte als frontman van de band Villa Zeno de plaat Self Made Woman. In 2016 verscheen zijn debuutroman Bontebrug. Hij schreef voor Vrij Nederland, See All This, ELLE, HP/De Tijd en VPRO Nooit meer slapen en is vaste columnist bij de Gelderlander en op het Lebowski Blog.




recente posts