Een bos bloemen

Een bos bloemen

Jonah Falke

Lopend van de bushalte naar Slot Zeist leek het alsof je je in het Amsterdam van een paar honderd jaar geleden begaf; er was bijna niemand op straat en het rook naar een open riool. Het wordt makkelijk vergeten dat de geschiedenis vaak een uitgestorven, onwelriekende plek is. De stank was een voorbode: onthechting kende vele gedaanten die zondagmiddag.

In het paleis waren veel mensen, de stemming was opgewonden en het rook naar bloemen. De Nederlandse Portretprijs, waar mijn geliefde Merel Jansen voor genomineerd was, werd uitgereikt. Mijn geliefde, een vriendin en ik namen plaats in een vergulde zaal en luisterden naar sprekers die ruim de tijd namen. Mijn geliefde won niet maar kreeg wel een ‘eervolle vermelding’ van de jury en een bos bloemen. Haar gezicht was onbetaalbaar toen ze naar voren werd geroepen; opgewonden doch zelfverzekerd.

De eerste prijs werd uitgereikt door cabaretier Stefano Keizers. De komiek zou geportretteerd worden door de winnaar. De man die won had geen dankwoord voorbereid maar zei wel: ‘Ik zal je schilderen, Stefano, maar wel zonder snor.’ Het model is een bonk klei. De schilder tevens barbier.  

Met de vriendin hing ik wat in het paleis terwijl mijn geliefde werd geïnterviewd of anderzijds lastiggevallen. Er waren hapjes. Een vrouw schrokte zo een bakje tapenade leeg zonder brood. Ze keek schichtig om zich heen, waarna ze haar mondhoeken afdepte met een servet.  
Voor een groot schilderij van drie zussen zei een man tegen wie het horen wilde: ‘Toch jammer dat je hun band niet ziet. Ik heb drie kleinkinderen, als je ziet hoe ze nu al met elkaar omgaan, zal er op volwassen leeftijd helemaal niks meer van hun relatie over zijn. Deze blikken zeggen me niks, ik had liever gezien dat ze elkaar nooit meer zouden wíllen zien na het poseren voor dit schilderij.’
Daarna stapte hij zelfvoldaan verder.

We liepen terug naar de bushalte. Mijn geliefde wilde haar bloemen aan een oude wachtende vrouw geven. Die zei: ‘Nee, ik hou niet van bloemen, die moet je onderhouden en dan weggooien, ik heb al genoeg aan mezelf.’
Daar viel weinig tegenin te brengen.

Die avond aten we in een Italiaans restaurant te Utrecht. Het was een afscheidsmaaltijd: de vriendin zou de volgende dag naar Leipzig emigreren zonder dat ze daar een woning had. Er werd geproost op haar aanstaande ontheemding.

Toen ik op het terras stond te roken meende ik een loverboy aan het werk te zien. Hij zei tegen een giechelend meisje: ‘Zoen je weleens als je een jongen net kent? Ga je weleens vanuit een club met iemand mee naar huis? Zullen we anders zo Netflix aanknallen en een flesje wijn openen bij mij?’ Ze stemde in door te lachen. Ik meende de aanstaande onthechting op het terras te zien zitten. Net als met schilderijen staat men erbij en kijkt ernaar. De toeschouwer dient geportretteerd te worden als een lafaard.


Gepost in: proza op 2019-11-07

Door Jonah Falke

Jonah Falke (1991) werd geboren in Ulft en studeerde fine art painting aan ArtEZ, Enschede. Hij exposeerde in binnen- en buitenland en maakte als frontman van de band Villa Zeno de plaat Self Made Woman. In 2016 verscheen zijn debuutroman Bontebrug. Hij schreef voor Vrij Nederland, See All This, ELLE, HP/De Tijd en VPRO Nooit meer slapen en is vaste columnist bij de Gelderlander en op het Lebowski Blog.




recente posts

Autoriteiten

Autoriteiten

Jonah Falke
Gepost op: 2019-11-14 in: proza
De pont

De pont

Timo Bruijns
Gepost op: 2019-11-08 in: proza