Decorum

Decorum

Jonah Falke

Ervan uitgaande dat er geen schepper is - op een stel ouders na - dan is het geen wonder dat er hier nog nooit een genie geboren is. Want iedereen dronk en rookte voor, tijdens en na de zwangerschap. Het opgroeien te midden van volle asbakken heeft zo zijn voor- en nadelen.


Koppen van mensen die je alleen kent van een afstand. Ze staan altijd ergens achter in een tent met glazen bier en veel rook om zich heen. Je vraagt je af wat die mensen op doordeweekse dagen doen. Of die dagen lang duren en alleen het weekend telt, of dat het gewoon altijd feest is en alleen de ochtend wat zwaar.  

Er zitten twee mannen aan tafel. Waarom zeggen ze zo weinig en waarom trilt die een zo?    
Als ze spreken, spreken ze over anderen.
Uit het niets zegt de een: ‘Ja, Appie is al heel lang dood, dertien jaar al.’
’Dertien jaar? Een half jaar pas.’
‘Oh, ik dacht dat hij al heel lang dood was.’
‘Het laatste feestje met Appie weet ik nog goed. We waren bij Freddy in het weiland. Tussen de schapen hebben we uren gedanst op muziek van de Pink Floyd. Mooi was dat. Het was al licht.’

Als er een vreemde is, wordt ie eerst goed bekeken, maar niet op een vervelende manier. Vrouwen worden al helemaal nooit onvriendelijk benaderd. Ze had je moeder kunnen zijn of die van je kinderen natuurlijk.
Als je zoiets als decorum kunt verliezen, dan is dat rond je geboorte al gebeurd. Of je dat erg moet vinden weet ik niet, ik denk van niet.
Door de wonden van mijn ouders ben ik een beetje genezen.


Gepost in: proza op 2017-03-16

Door Jonah Falke


Ook van Jonah Falke

Feest der onvruchtbaarheid

Ze kleedde zich uit voor de gynaecoloog, de vrouw ging met een eendenbek bij mijn vriendin naar binnen. Het instrument was een beetje warm gemaakt, vertelde ze, dat was aangenaam. Ik vroeg of ze zich had geschaamd tijdens het inbrengen van het spiraaltje. Dat was niet het geval. Wel had mijn vriendin de dokter gevraagd: ‘Stinkt het weleens, bij vrouwen tussen de benen?’
 


Geluk

Met een paar duizend euro in mijn binnenzak liep ik door de stad. Ik waande me een gewillig slachtoffer voor straatrovers. Maar er waren geen rovers te bekennen. Wellicht rook de armoede meer aan mij dan ik door- of liefhad. 
 




recente posts

Gepost op: 2017-06-23 in: faits divers
Gepost op: 2017-06-22 in: proza
Gepost op: 2017-06-21 in: proza
Gepost op: 2017-06-21 in: faits divers