Dan wonen we maar niet meer vlak bij elkaar. Klaar

Dan wonen we maar niet meer vlak bij elkaar. Klaar

Elke Geurts

“Ik ben het daar zat”, zei ex.
“En nu?” vroeg ik.
“Morgen ga ik een huis bekijken.”
“Maar in die buurt kan ik absoluut niets kopen”, zei ik.
“Jawel, we kunnen wel iets ritselen.”
“Dat zie jij te makkelijk.”
“Jij laat je door iedereen bang maken.”
“Maar ik wil niet in zo’n lelijk flatje.”
“Jij hóéft ook helemaal niet in zo’n lelijk flatje.”

Vroeger zou ik meteen gerustgesteld zijn door zijn woorden. Maar nu moet ik zelf nadenken. En alles wijst erop dat het er voor mij helemaal niet zo rooskleurig uitziet, wat betreft de aankoop van een huis in het gewenste stadsdeel. In élk stadsdeel, om precies te zijn. Het bedrag dat ik ongeveer te besteden heb, ligt aanzienlijk lager dan het bedrag waarvoor ex een huis kan kopen. Dat is nu eenmaal zo. Huren is voor mij al helemaal geen optie met die exorbitante huurprijzen.

Ik begreep best dat ex het na een jaar zat was om in die commune te wonen, maar stel nou toch dat hij morgen dat huis kocht? Mij zou niets anders resten dan zo’n aftands flatje in diezelfde wijk.

Die middag had ik toevallig een afspraak met de hypotheekman. Hij had meer verstand van cijfers dan ik. Hij zou van alles moeten kunnen ritselen, maar ik was er vrij zeker van dat ook hij er niet zomaar een ton bij ritselde. We namen mijn papieren door. Hij berekende hoeveel ik kon lenen bij de bank. Het bleek zelfs nog iets minder dan ik had uitgerekend. Een bouwvalletje daar zou ik misschien net kunnen bekostigen. Maar dan zou er geen geld meer over zijn om zelfs maar een vloer te leggen.

“Luister eens”, zei de hypotheekman op zeker moment, “het gaat er nu niet om waar híj wil wonen, maar waar jíj wilt wonen. Wil je in een bouwvalletje?”
Hij keek me aan.
“Het is jouw leven”, zei hij. “Klaar.”
“Ja, maar wij willen per se vlak bij elkaar wonen, omdat…”
“Luister eens”, zei hij weer, “als dat financieel niet mogelijk is, kan dat niet. Klaar.”
“O, ja.”
“En jij moet wel ergens wonen waar jij je goed voelt”, zei hij. “Als jij je goed voelt, voelen die kinderen zich ook goed. Klaar.”
“Dat is waar”, zei ik. “Maar…”
“Luister eens”, zei de hypotheekman, “jullie hebben straks alleen die kinderen nog samen. Dan rijden jullie maar op en neer. Klaar.”

 

Deze column is eerder gepubliceerd in Trouw. De roman Ik nog wel van jou verscheen onlangs bij Lebowski.


Gepost in: proza op 2017-11-27

Door Elke Geurts

Deze column is eerder gepubliceerd in Trouw. De roman Ik nog wel van jou verscheen onlangs bij Lebowski.


Ook van Elke Geurts

Ik woon in een ‘haarlemmerdijkie’ met lekkend aanrecht en muren vol piepschuim

In de keuken is een smal stukje vloer niet gelegd, waardoor de wasdroogcombinatie die morgen arriveert niet kan worden geïnstalleerd.


En er was M. Elke nacht had ik de slappe lach met M.

Op de eerste verhuisdag begon ik te huilen, zodra ik ’s ochtends mijn familie voor de deur zag staan. Gewoon omdat ze er waren.




recente posts